Hits:

Wie betaalt (voor) de huisartsenzorg?

Een lezing in het kader van de oprichting van de ELHA

elha

door Anton Maes, huisarts, Bestuurslid DVH

31 oktober 2003

Anton Maes

Al in de tijd van de staatscommissie Tabaksblat (rapport: april 2001) kwamen dezelfde onderwerpen aan de orde als nu hier bij jullie 2,5 jaar later. Helaas. Het verschil met die tijd was dat we de illusie hadden dat de overheid wat met het rapport van Tabaksblat zou gaan doen. Nu, 2003, weten we beter. We zijn een ervaring rijker en die illusie armer.

Toch is er wel wat gebeurd in de tussentijd. Er was geld voor de dienstenstructuur en we hebben nu ANW een uurtarief van € 46,70. We hebben een verhoging gehad van de kostenvergoeding: per 1 juli 2001 € 15.882,38 per normpraktijk per jaar (loopt nu weer gevaar!), we kregen een compensatie voor de AOV 1999/2000 zijnde € 1083 per jaar per 1 juli 2001, er kwam geld voor uitbreiding van de opleidingscapaciteit en het budget voor POH ging omhoog. Maar het gevoel blijft, voor én na het berekenen van de kosten huisartsenzorg: we betalen het deels zelf! En wat is de prijs die we daarvoor betalen? Ik wil niet de indruk te wekken het probleem volledig te analyseren. Wel wil ik enkele "pijnpunten" nader belichten.

De huisartsenzorg wordt betaald uit het BKZ. Doordat huisartsen hun zorg niet hebben begrensd, niet hebben uitgesplitst op onderdelen, bijvoorbeeld dagzorg/ANW, geen rekening hebben gehouden met bedrijfseconomische principes, is er nooit sprake geweest van ontwikkeling van een transparant prijsproduct spiraal. Dit maakt ook het onderhandelen lastig, temeer omdat huisartsen ook niet allemaal hetzelfde doen. Het product was vaag, de prijs niet. Voeg daarbij het starre macrobudget en de matige rechtspositie om actief juridisch hier verandering in te brengen en de optelsom is snel gemaakt. De huisarts is wel verantwoordelijk voor de prestatie, maar heeft geen inbreng in de randvoorwaarden om deze prestatie mogelijk te maken. Dat bepalen en regelen anderen. Huisarts, je levert kwalitatief je werk, maar het mag niets extra’s kosten, dat is al decennia lang de boodschap!

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat we dat zo lang hebben geaccepteerd.

Vragen om meer budget heeft weinig kans: dat zal afgedwongen moeten worden. Hoe?

  1. inzicht/kennis op basis van bestaande rapporten (stapels!) en hiernaar handelen
  2. de openstaande rekeningen (€ 213 miljoen per jaar), zou +13,8% van het huisartsenmacrobudget zijn
  3. inzicht/kennis van juridische positie en aftasting van de grenzen
  4. taak en product beschrijving, cq taakbegrenzing en deze zorgproducten apart contracteren
  5. ook nieuwe producten benoemen
  6. product/prijs afspraken
  7. rendement/risico bepaling van de producten en daar ook de prijs op afstemmen
  8. permanente en transparante monitoring van werkbelasting, kosten, inkomen en huisartsproducten en resultaten in een kenniscentrum
  9. onderhandelen, contracteren, liefst met praktijkplan op basis van Tabaksblat
  10. het optimaal benutten van de Regeling Initiatiefruimte Ziekenfondsverzekering en Verbruiksartikelen met als doel macro een zo groot mogelijk deel van de 5% van het variabel budget van ZV’s binnen te halen. Dit valt niet onder het BKZ! Benut de flextarieven en de in het adviescontract genoemde modules

Als we weten wat we doen en wat dat kost en wat dat oplevert, dan kan er wel een koppeling ontstaan tussen prijs en product. Tevens biedt dat zicht op de mate van ondersteuning die huisartsen nodig hebben om een fundament te bouwen, waarop de huisartsenzorg bedrijfseconomisch gezond kan draaien. De noodzakelijke cijfers zullen we zélf aan moeten leveren. Ondersteuning zal altijd onder de regie van de huisarts moeten vallen.Het beste uitgangspunt is om te stellen dat je van de andere partijen helemaal niets hoeft te verwachten, want dan kan het ook niet tegenvallen.

Hoewel ik pleit voor een permanente monitoring in een LHV/NHG kenniscentrum, zijn vele cijfers al bekend en kunnen ook direct worden ingezet:

Ik noem er enkele ...

  1. de kostenvergoeding ligt ruim € 45.000 achter per jaar per HA (indien deze kosten aantoonbaar zijn) Alle kosten ten behoeve van de praktijk tellen, ook bijvoorbeeld innovatie, waarneming
  2. als huisartsen meer dan gemiddeld werken (hogere contactfrequentie en meer patiënten per fte huisarts) hebben ze recht op een meer dan een gemiddeld inkomen, dus meer dan € 32,24 per uur. Het Hayuurtarief zal in 2003 ongeveer 8,5% hoger liggen dan in 2001: 36,94+8%=€ 39,90
  3. CTG betaalt uit op 3,7 huisartscontact per patiënt per jaar
  4. LINH berekent 6,3 contact per patiënt per jaar (inclusief assistente)
  5. LINH cijfers zijn goed genoeg voor het brancherapport curatieve zorg van VWS, maar blijkbaar onbetrouwbaar ten aanzien van CTG berekening, cq uitbetaling
  6. Volgens het Nivel ligt de artsencontactfrequentie op 3,9, een toename van 8% tussen 1987(3,6) en 2001 (3,9). (MC, 27juni2003,pg,1054)

Zet tegenover wat zorg kost, eens cijfers wat huisartsenzorg oplevert!

Het aantal ziekenhuisopnames is in Nederland het laagst van alle OESO landen. Dit ligt ongeveer op 100 opnames per jaar per 1000 personen, Huisartsen, maar zij niet alleen, (beddenreductie!) leveren hier een bijdrage aan. Een opname in een ziekenhuis kost ongeveer aan liggeld € 400-500 per dag, kost technologie naast een specialistenhonorarium wat uit gaat komen op € 85 (CTG) tot € 130 (Orde) per uur. Echter deze "winst" verdampt in Nederland door het relatief hoog aantal verpleegkundigen (extra loonkosten) en relatief lange gemiddelde ziekteduur (extra liggeld).

Hetzelfde verhaal is te houden voor het inzetten van een TOP kamer of een tijdelijk verpleeghuisbed. Hiervan zijn de kosten respectievelijk € 75 per dag (verzorgingshuis) en € 153 per dag (verpleeghuis). Wat bespaart de huisartsenzorg/thuiszorg/mantelzorg als mensen langer thuis kunnen blijven wonen, tijdelijk en/of permanent?

Nederlandse huisartsen verwijzen minder dan gemiddeld?
Wat levert dat aan tweedelijnsbesparingen op?

Ander kostenstijger: de geneesmiddelen, "het snelst groeiende kostendeel in de cure-sector", zo stelt het CPB. Maar het CPB stelt ook, dat "de problematiek, specifiek voor deze sector, heeft te maken met de bedrijfskolom: producent, groothandel en apotheek. Het gaat over bonussen en kortingen." Ook hier moeten wij kapitaliseren wat onze huisartsenbijdrage is. Wij schrijven zuinig voor, in absolute zin zijn onze farmaciekosten in West Europa laag, maar volgens het EVS akkoord, had er meer ingezeten. Maar met het voorschrijven op naam is er in 2002 met de bonuskorting problematiek slechts 0,7% bespaard. De LHV was van mening dat huisartsen met EVS minstens € 100 miljoen per jaar hebben bespaard. Ook hier verdampt de winst van het zuinig voorschrijven richting de aflevering en de handel. Ook zullen juist wij huisartsen uit moeten leggen dat voorschrijfgedrag op basis van EBM bij de juiste selectie DM II, astma/COPD, hypertensie, HVZ preventie en osteoporose zal leiden tot meer medicatie en hogere kosten. De overheid rekent zich ten onrechte rijk met besparingen die er bij "kwalitatief" goed werk nu juist niet zullen komen…

Het wordt tijd dat huisartsen in hun zorg voor bejaarden zich eens wat zakelijker opstellen. In de Miljoenen-nota 2004 staat dat de zorgkosten voor 65-plussers 3-4x zo groot zijn. Heeft een huisarts meer dan een gemid-deld aantal 65+ in de praktijk dan kan je hiervan de verzekeraar de rekening presenteren en dit vast laten leggen in een I.O. ("verzorgingshuismodule"). Het gemiddelde aantal 65+ nu is 14%, ofwel 14% van 2350, is 329 bejaarden. De CTGvergoeding van 1,18x het abonnement, zijnde € 90 voor alle 65+ is onvoldoende, want ...

Helaas wordt de term "exploderende zorguitgaven" (RvZ) van toepassing geacht op de hele zorg, ook publicitair. Maar is dit waar? Als we kijken naar de absolute cijfers van 2000-2002 dan draagt stijging van het macrobudget huisartsenzorg maar € 355 miljoen bij aan een absolute BKZ stijging van 10 miljard! En in dat huisartsenbudget zit dan ook nog de kosten van de (extra) opleiding.

Huisartsen moeten uiteenrafelen waar, welke kosten door wie gemaakt worden. In absolute zin zijn de werkelijke grootverbruikers de AWBZ en de ziekenhuizen. We moeten geen percentages noemen, maar absolute getallen van kostenstijging.

Volgend probleem: de ziekenhuissector. Al 40 jaar en dat internationaal is het een feit dat een patiënt zonder interventie van een arts 90% van zijn gezondheidsklachten zelf oplost. Voor de resterende 10% klachten wordt vaak een huisarts als eerste arts geraadpleegd. Huisartsen werken met hun handen,zintuigen en cognitieve functies, vaardigheden die bij 90% van de huisartsendiagnostiek voldoende is om het probleem op te lossen. Slechts een klein gedeelte wordt verwezen naar de 2e lijn. Wij geven dus in Nederland heel veel geld uit voor slechts enkele procenten van zorgproblemen. In de 2e lijn wordt heel anders gewerkt. In de tweede lijn is een patiënt ziek, tenzij je kunt aantonen dat er niets gevonden wordt. De 2e lijn werkt (dus) met veel meer technologie. De hedendaagse technocratie, waarbij alles wat je in een stopcontact kunt steken, belangrijker is dan wat de patiënt vertelt, heeft wél geleid tot een kostenexplosie. Het CPB heeft aangegeven dat in 2001 technologische vooruitgang 50% van de kostenverhoging in de zorg heeft veroorzaakt. Maar de hele zorg wordt erop afgerekend. Het macrobudget huisartsenzorg is 3,7% van het BKZ, het ziekenhuisbudget daarentegen bijna 32%!

Het gaat mij er niet om tweespalt te zaaien tussen 1e en 2e lijn, maar het kan niet zo zijn dat kostenstijgingen elders, maar wel binnen onze cure sector, bijvoorbeeld in de 2e lijn tgv oplopende personeelskosten, meer technologie en oplopende farmaciekosten, met zo een hoger BKZ, als argument wordt gebruikt om niet in huisartsenzorg te investeren. ("het geld is nu op") Ook wíj willen graag innoveren, maar doen dat meestal niet in technologie: wij willen HOEDEN, wij willen voldoende ondersteuning, wij willen faciliterende organisaties, bijvoorbeeld ter ondersteuning van automatisering, het werkgeverschap, financiële administratie, wij willen een hagro manager. Ook wij willen in ons vak investeren, bijvoorbeeld in consultvoering, in gesprekstechniek of in samenwerking etc. etc. En het is mijn overtuiging dat met de introductie van de DBC’s per juli 2004 het ziekenhuisbudget verder zal stijgen, hetgeen ook dan weer een reden kan zijn de hele curatieve sector te kapittelen. (8,9%%!)Zorg dat het voor de patiënt goedkoper blijft, zonder de run op technologie, en biedt zorg die minder duur is dan elders, dat lijkt mij de uitdaging. En dat voor € 138,3 per verzekerde per jaar. Dat moet toch mogelijk zijn.

Een ander probleem is taakdelegatie/taakherschikking. Gezien het huisartsentekort is er een run ontstaan om te kijken hoe werkzaamheden overgenomen kunnen worden. Deels gaat dit in overleg met de beroepsgroep, bijvoorbeeld POH, deels niet, bijvoorbeeld call centers en flying doctors. Ook hier is in financiële zin de optelsom snel gemaakt. Een haio opleiden kost ruim € 73.000 per jaar. Een opleiding tot physician assistent, recent gestart, is aanmerkelijk goedkoper, duurt 30 maanden ipv 3 jaar en deze HBO-er voert, de berichten lezend, een volledig takenpakket van de huisarts uit. Is dit de bedoeling? Taakdelegatie naar assistente en POH-er kan soms wel, soms niet, maar is altijd goedkoper. Daar waar het CTG uurtarief van de huisarts ligt op ruim € 32,- per uur, kost de assistente schaal 10 (2002) € 12,67 per uur en de POH-er schaal 8 (2002) € 16,50 per uur. "Eén op 5 zieken kan volstaan met callcenter", kopte Trouw op 20 september .j.l. De callcenter methode zou in strijd zijn met de basisprincipes van huisartsgeneeskunde, schreef Peter Lucassen van het NHG in H&W. Ook IGZ inspecteur Sardeman had zijn bedenkingen. Maar zal het project dan toch doorgaan? Het Eurocross call center in Zwolle, waar 70 praktijken gebruik van maken, werkt op commerciële basis. Dit callcenter is een volle dochter van Achmea zorgverzekeraar, dus er zijn ook nog allerlei financiële dwarsverbindingen, die een onafhankelijke beoordeling over het effect niet erg waarschijnlijk maakt. Is dit de bedoeling? In alle gevallen van delegatie blijft de huisarts verantwoordelijk, zonder dat hier een tarief voor is. De tijd die taakreductie oplevert moet opwegen tegen de tijd van de rol als supervisor, coach en/of controleur. Dat het "werk leuker en de kwaliteit beter wordt", zoals bij herhaling steeds wordt beweerd, staat m.i. nog te bezien, zeker als de regie meer bij anderen ligt. En welke anderen dan? Verder ben ik ervan overtuigd dat veel niet te delegeren valt, dan wel "ongezeefd" niet te delegeren is, omdat voor complexe problematiek een bepaalde mate van medische competentie nodig is.

Wat we mijns inziens moeten doen, is aangeven wat WEL en wat NIET gesubstitueerd kan worden naar assistente en/of POH. Dan doen wijzelf dus! Bij efficiënt delegeren, onder onze regie en aanbesteed via de huisarts, hebben alle partijen voordeel.

Een punt van aandacht is ook de ontwikkeling van het marktgebeuren in onze zorgtak. Er waait een privatiseringsgolf over Nederland en het CPB/ZN en kabinet omarmen de marktwerking. Recent heb ik voor de website van DVH een stukje geschreven over de marktwerking. Ten aanzien van de zorg kunnen niet zo maar marktprincipes worden toegepast. We hoeven de markt ook niet af te wijzen als er maar gelijke regels zijn voor alle partijen en als er een veiligheidsmechanisme wordt ingebouwd ten aanzien van spaarzaamheid van zorg en onderlinge collegialiteit en het feit dat patiënten veelal afhankelijk zijn en zeker niet altijd in staat zijn de regie over hun eigen leven te voeren. Bij de producttypering en prijsvorming kan heel goed rekening gehouden worden met inhoudelijke betrokkenheid. Dat is dan wel niet dé markt, maar mogelijk wel ónze markt.

Nu de LHV deze maand een rondgang houdt door het land om de actiebereidheid te peilen komen er al weer nieuwe ontwikkelingen op ons af, die het noodzakelijk maken dat wij nu al bedrijfseconomisch een stevig fundament leggen. Het invoeren van prestatie-indicatoren, benchmarking, DBC’s, PGB bij patiënten, verrichtingensysteem, afschaffing abonnement, geen inschrijving meer op naam, meer sturing door de verzekeraar en een nieuw financieringsmodel dat macroneutraal moet worden ingevoerd. Wie weet mag het zeggen….

Tot slot, hoe sterk zijn onze schouders? Hoe sterk zijn jullie schouders? In mei 2002 constateerde van de Grinten dat de eerste lijnszorg regieloos ronddoolt en dat de huisarts als samenhangende machtsfactor niet bestaat en dat huisartsen niet zo zijn georganiseerd als krachtpatsers als ziekenhuizen, zorgverzekeraars en thuiszorginstellingen, met het gevaar dat huisartsen in het defensief worden gedrongen en worden vermangeld in het systeem…

Beste mensen, zou het zover komen ...?

Ik wens de ELHA alle succes bij het waarmaken van de doelstellingen!




Kerngetallen: Overheid, Zorgverzekeraars, Huisartsen en Patiënten


Overheid

CBS: (miljoen euro)
jaar200020012002Verschil in euro’s tussen 2002 en 2000Stijging%
HA-budget1.4631.5841.818355+24%
BKZ42.21247.03152.39810186+24%


Zorgverzekeraars

de ZFW wordt uitgevoerd door 25 individuele ZF en de Algemene Kas De uitgaven van de Algemene Kas ( € 14 miljard in 2004) zijn gedekt door procentuele premies,rijksbijdragen en MOOZ De uitgaven van de individuele fondsen worden gedekt door bijdragen uit Algemene Kas én de nominale premies Deze uitgaven ziekenfondsen ZFW bedragen: 2003: € 16,15 miljard en 2004: € 15,9 miljard door centrale overheid is de verzekeraar een belangrijke rol toebedicht bij de inkoop en distributie van geneesmiddelen


Huisartsen

Er zijn 7322 gevestigde huisartsen, samen in 4681 praktijken, 24% vrouw, 76% man, 37% parttime, 63% fulltime Huisartsen werken 40% in solo, 33% in duo en 27% in groepspraktijk; 36,7% van huisartsen is ouder dan 50 jaar Van de gevestigde vrouwelijke huisartsen werkt nu 83% parttime; Per fte huisarts zijn er 2427 patiënten, mannen werken 0,94fte, vrouwen werken 0,7fte (0,1fte = 5 uur) Huisartsentekort: feminisering/parttime+dysbalans in/uitstroom leidt tot tekort 2392 huisartsen in 2012 (=20%)

"Oplossing" van het tekort: schaalvergroting, taakherschikking, taakdelegatie, opvoeren van doelmatigheid, nieuwe banen.



praktijkkostenvergoeding: CTG
jaarNormpraktijk 2350, 100% ZF kost.vergoedingNormpraktijk 2350,100% part.kost.vergoed.
2003€ 85.911 (voorcalculatorisch)€ 97.581 (voorcalculatorisch)


Praktijkkostenvergoeding : Deloitte & Touche
jaar200020022003 (CEP/OVA 3%?)
D&T april 2000NLG 295.854 = € 134.253,30€ 140.555,24€ 144.771,89


2003: standaard praktijkkostenvergoeding CTG (normpraktijk)het norminkomen CTG
NaamBedrag (100%part.)2350 patiëntennaambedrag
TOTAAL€ 97.581 TOTAAL excl.ANW€ 92.218
 ANW € 46,70 x 300 uur€ 14.010


Overige tarieven: 2003 (€)
Abon. ZFAbo. 65+Consult P.FTO ZFNaschol.Automat.POHHads per uurCervix oproepCervix uitstrijkgriepSchrift.inf
76,2090,0024,800,200,753,408,9046,704,1010,708,6535,80


Per 2003 efficiencykorting structureel 0,8%, gaat al in, wordt in 2004 1,6% minder, macro € 25 miljoen minder

Het specialistenhonorarium gaat uitkomen op € 85 (CTG) of € 130 (Orde) per uur,
en dat voor één of twee jaar langere opleiding ?


Patiënten

Als voor 16 miljoen inwoners de kosten van huisartsenzorg € 1818 miljoen (CBS 2002) bedragen, dat is € 113,63 per persoon Voor ANW betaalt de Nederlander € 11,09 per persoon per jaar: € 6,73 voor kosten HADS en € 4,36 voor honorarium.