Hits:
De Vrije Huisarts rekent.

Rekent het CTG/de Zaio met
de De Vrije Huisarts mee?

Een analyse van De Vrije Huisarts

6 oktober 2004

Lees nog eens:
Gekker-dan-gek, ons eerdere commentaar
LHV verbijsterd over CTG-voorstel voor consulttarief




Het uitgangspunt bij de financiering van huisartsenzorg blijft zorgwekkend.

Op 30 september antwoordt het CTG/ZAio de minister met een uitgewerkt voorstel omtrent de nieuwe financieringsstructuur.
Daarin schrijft het CTG:

CTG voorstel: kerncijfers [na overleg mer het CTG iets aangepast op 9/10/04]:


Uitleg van de Vrije Huisarts [toegevoegd op 9/10/04]:


In april 2001 rapporteerde de staatscommissie Tabaksblat over de opzet van de financiering van de huisartsenzorg. Vier maanden eerder stonden boze huisartsen in de RAI in Amsterdam om hun afschuw te tonen over de kostenvergoeding en hun inkomen.
De commissie Tabaksblat mocht zich niet uitspreken over de hoogte van de tarieven. Dat was en bleef voorbehouden aan het CTG. Het was de heer Scheerder zelf die hier persoonlijk een stokje voor stak. Hoewel vele partijen op dit moment het woord "Tabaksblat" laten vallen, zullen we zien in hoeverre hun advies overeenkomt met bovenstaand CTG voorstel:

  1. Tabaksblat: huisartsenzorg kan uit de WTG. "De macrokosten zijn zo gering, waar praten we over. Dat alle huisartsentarieven nog als het CTG moeten, is onnodig"
    Anno 2004 vallen de tarieven onder de WTG en dus onder het CTG.
  2. Tabaksblat: aan de kostenkant: betaling van reële en aangetoonde kosten. Het is met bovenstaande volstrekt onduidelijk dat als de huisarts meer aantoonbare kosten maakt, al dan niet met een praktijkplan, dat dan ook de garantie van betaling bestaat
    Omgerekend naar 2003 zou de kostenvergoeding van het LHV kostenrapport van D&T op dit moment € 144.750,- per normpraktijk bedragen. In het CTG voorstel wordt uitgegaan van een kostenvergoeding van € 86.279,-
  3. Onder de naam van de Lokale Kosten Component (LKC) heeft het CTG voor de lokale meerkosten, bóven de reguliere kostenvergoeding, in 2001 een macro(meer) bedrag genoemd van € 0 - 95,- miljoen. Deze LKC is geheel conform de methodiek van Tabaksblat. In bovenstaand voorstel vinden we hier niets meer van terug.
  4. Nog steeds ontbreekt een invulling van de kostenpost "ondernemersrisico". Deze is in 1987 niet uit de kostenvergoeding gehaald, maar deze is in 1987 "op nul gezet".
    Het is niet zo moeilijk om te benoemen waar het ondernemersrisico zit. Dat blijkt o.a. over de gang van zaken betreffende de geboorte van het nieuwe financierings-structuur. Een vergoeding valt onder de ‘reële’ kosten en dus onder Tabaksblat. Het is inmiddels 17 jaar later.
  5. Wat heeft Tabaksblat bedoeld met "loon naar werken" en hoe wordt dat nu ingevuld? Waar blijft de AOV compensatie die ambtenaren wél krijgen? Waar blijven de stappen op weg naar de herijking van het inkomen? Het CTG heeft beide stappen al lang berekend en zij komen uit op € 118 miljoen voor deze beide posten.
    Maar wáár vinden huisartsen dit terug in het huidige voorstel?
  6. Tabaksblat heeft behoud van de inschrijving op naam genoemd. Bij andere partijen dan de huisartsen die (nog wel) heilig geloven in marktwerking, is dit op langere termijn allerminst zeker. Immers de marktadepten geloven dat meer vrijheid bij de keuze van artsen een gunstige invloed heeft op de kosten.
    Dit langs de weg van concurrentie met een lagere prijs voor de ingekochte zorg….
  7. Tabaksblat heeft zich onthouden van een oordeel over de kosten van invoering. De minister heeft meerdere malen aangegeven uitsluitend oplossingen te accepteren die macrobudgettair neutraal kunnen worden ingevoerd. Het mag niets extra’s kosten.
    Dit noemt de minister de gereguleerde markt: het CTG bepaalt de prijs, de huisarts draagt het risico en het rendement is voor de verzekeraar, al dan niet met een premieaanpassing voor de verzekerde. Zo komt Hans splinter door de winter!

Conclusie:

het huidige CTG voorstel heeft weinig tot niets meer met het eindadvies van de commissie Tabaksblat te maken en zou de overheid sieren hier ook ronduit voor uit te komen.
In het bijzonder het aspect van de macroneutraliteit, top-down aangestuurd, toont de werkelijke committent van de overheid met de sector. Elk bedrijf rekent voor zijn product uit wat de kostprijs is, wat de marge/winst. Hierna ligt verkoopprijs vast. De rapporten (D&T over de kosten, Hay over het inkomen, Tabaksblat over de structuur, Prismant over de ondersteuning, Regioplan over arbeidstijden, ING over de sector huisartsenzorg, Taskforce, cie vd Grinten etc) geven voldoende bouwstenen hoe de huisartsenzorg wél te verbeteren is.

Maar er is meer ...

Een van de door het CTG genoemde problemen bij de uitwerking van de uitvoeringstoets is de vraag hoeveel contacten een ziekenfondsverzekerde nu heeft met de huisarts. Van alle kanten wordt geroepen dat de LINH cijfers hier eigenlijk niet voor gebruikt kunnen worden.
Maar "er zijn geen andere cijfers", zo rapporteert het CTG. Dit feit kan de beroepsgroep zich zeker aantrekken. Maar in hoeverre waren de andere partijen in het veld ( CTG, VWS, ZN, NPCF) de afgelopen decennia onder de paraplu van het abonnement in deze vraag geïnteresseerd? Het is niet voor niets dat het CTG in hun eindrapportage stelt, dat "voor de hoogte van het tarief voor een consult een zo laag mogelijk tarief wordt bepaald, zodat de effecten voor de individuele huisartsen en verzekeraars ( en overheid: aanvulling DVH) worden beperkt". In maart 2004 stelde ZN ook al voor "vooralsnog een relatief laag verrichtingentarief vast te stellen".
In de tachtiger jaren is door de LHV (Siem Buys!, zou hij het nog weten?) afgedwongen dat het macrobudget huisartsenzorg werd gekoppeld aan de CBS contactfrequentie van destijds 2,9 per patiënt per jaar. De tariefformule van het CTG deed haar ingang. Dit kwam neer bij een CBS frequentie van 2,9 (aanname 70% consulten en 30% visites) op 7837 consulteenheden excl. ANW en 8230 consulteenheden incl. ANW. Toen de contactfrequentie omhoog ging kwam er geen aanpassing. In 1995 is de rekennorm verhoogd naar 8707. De wijziging was toen niet kwantitatief onderbouwd, maar kwalitatief in termen van de productiviteitsontwikkeling en een gewijzigd consumptiepatroon. Er ligt tegenwoordig in de CTG/WTG onderbouwing geen relatie meer met deze CBS contactfrequentie. Een CBS contactfrequentie die in 2001 4,0 was en 1 jaar later 3,9! In 2002 is de particuliere rekennorm verlaagd naar 7740 consulteenheden.
Het frustrerende van de tariefformule is dat een verhoging van het aantal particuliere consulteenheden leidt tot een verlaging(!) van het particuliere consulttarief. Zo zou een CBS contactfrequentie van 4,0 leiden tot geen 7740 consulteenheden, maar tot particuliere 10810 consulteenheden, waarna het particuliere tarief met 24% zou dalen. Dit schetst én het failliet van de CTG tariefformule én is tevens het failliet van de eis van de minister van de macrobudgettaire neutraliteit. Méér zorg voor hetzelfde geld? Jazeker, al jarenlang, maar dat kan natuurlijk niet ongestraft zo doorgaan!
De stijging van de CBS contactfrequentie uit zich overigens ook in de LINH contactfrequentie, die steeg van 5,7 (1996) naar 6,6 (2002).

Overigens is het getal van 7740 particuliere consulteenheden uit 2002 nu door het CTG gebruikt om het aantal ziekenfondscontacten per jaar uit te rekenen. Men komt uit op 11610 contacten van elk € 5,-, die samen zorgen voor een inkomen van € 58.050,- Het ontbrekende bedrag ( € 34.167) betekent een abonnementsopslag van € 14,54. Hiermee wordt het totale abonnement € 51,25 ( = 36,71 + 14,54).

tot slot ...

De geboorte van de nieuwe financieringsstructuur is nabij. De bal ligt weer bij de minister.
Stichting de Vrije Huisarts moet constateren dat partijen hun uiterste best hebben gedaan om te kijken hoe de huisarts zijn norminkomen kan blijven halen. Er wordt melding gemaakt dat er voor individuele huisartsen aanmerkelijke verschuivingen kunnen optreden. Het inkomen zal tot stand komen langs de weg van een gemengd tarief.
Echter, wij maken ons grote zorgen over de verkeerde uitgangspunten die hierbij zijn gehanteerd:

Een minister die werkelijk een toekomstbestendige huisartsenzorg wil, zal uit een ander vaatje moeten tappen.


Lees hieronder de betreffende bladzijden van het CTG stuk:

blad 7 | blad 8 | blad 9 | blad 10 | Het hele stuk (5MB pdf) | weg

gratis NIEUWE Adobe 6.0.1 PDF-reader



Bent u al donateur van De Vrije Huisarts?