Nummer 19, 11 mei 2002
Dokter of loodgieter?
De huisarts maakt een overspannen indruk. Z’n praktijk wordt steeds drukker, met patiënten die veel vaker een beroep op hem doen. Omdat z'n patiënten steeds ouder worden en meer zorg nodig hebben. Omdat patiënten als nieuwe Nederlanders nu eenmaal gewend zijn om voor een kleinigheidje naar de dokter te gaan. Of omdat de wachtlijst van de specialist te lang is en de huisarts zelf de behandeling zo goed mogelijk probeert af te handelen. Steeds harder werkt de huisarts, steeds minder verdient hij. Het uurtarief dat huisartsen ontvangen voor ziekenfondspatiënten is in de loop der jaren vrijwel gehalveerd. "Vooral het gevoel, dat je niet meer je patiënten kunt behandelen zoals je dat zelf wilt, en het gevoel dat je nooit klaar bent met je werk, hoeveel je ook doet, nekt me", verzucht de huisarts. Voeg daarbij de onophoudelijke zorgen om de financiële kant van de praktijk. Hij weet dat hij hoort tot de 40 procent van de huisartsen die in de gevarenzone zitten om ziek te worden. Langdurig ziek. Burnout. Het beroep verliest daarmee z’n aantrekkelijkheid. Er zijn snel nieuwe mensen nodig. Als er niet wordt ingegrepen zitten 5 miljoen Nederlanders over vijf jaar zonder huisarts. De huisartsen zijn boos op Den Haag, vanwege alle regels en voorschriften en bureaucratie en vragen de politiek om een 'Deltaplan' voor de huisartsenzorg. Maar ze zullen zelf ook veel harder de noodklok moeten luiden. "We gaan vanaf januari 2003 stoppen met de avond- en weekenddiensten, we kunnen het niet meer aan. Een loodgieter die je ‘s nachts laat komen verdient vier keer zoveel als de huisarts die z’n bed uit moet", zegt mijn huisarts. "Dus wie
‘s nachts lekkage heeft, kan beter een technisch handige dokter bellen..."