14 december 2003
Samenvatting4500 huisartsen in de RAI om te demonstreren voor behoud van huisartsenzorg, dat was 14 december 2000. Van de investering, nodig voor dat behoud, in 2000 bijna 700 miljoen euro, is nu, eind 2003, ruim 400 miljoen euro niet gerealiseerd. Chronologisch bespreken we de rapporten, zorgnota's en visiestukken die zijn verschenen over huisartsenzorg en laten we zien wat de basis zal of kan worden van een nieuwe financieringsstructuur.In dit deel I van dit overzicht laten we zien waar de huisarts nu, 3 jaar later, staat. Kerncijfers tonen de waarde aan van de huisarts in relatie tot de macrokosten van de zorg in Nederland. De eerstelijnszorg in Nederland dreigt overspoeld te raken door marktprincipes, die grotendeels in strijd zijn met de kern van bovengenoemde rapporten. We gaan in op de consequenties hiervan en dragen voorstellen aan voor wijziging en verbetering als bijdrage aan de discussie. In deel II, dat verschijnen zal op 24 januari 2004 geven we een analyse waarom de zaken zo lopen. Dan gaan we in op de vraag wie er achter deze denkbeelden zitten, wat hun agenda's en hun verborgen agenda's zijn. |
Straks is nu, morgen is het te laat
Op 14 december 2000 komen in de RAI in Amsterdam 4500 huisartsen protesteren tegen het financieringsstelsel van de huisartsenzorg.(29) De LHV stelt in die tijd dat voor behoud van kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van huisartsenzorg in Nederland er een bedrag nodig is van 1,3 miljard NLG exclusief de claim voor het inkomen. Met de inkomensclaim na het Hay rapport(30) in augustus 2001, waarbij het CTG/KPMG uitkomt op een extra bedrag € 99 miljoen, wordt de huisartsenclaim totaal € 693,5 miljoen.
| LHV claim september 2000/2001 | Bedrag |
| Uitbreiding opleidingscapaciteit | NLG 30 miljoen |
| Verhoging haio salaris | NLG 20 miljoen |
| Financiering dienstenstructuur | NLG 190 miljoen |
| praktijkkosten | NLG 1 miljard |
| Meerkosten opleiding/AOV | NLG 60 miljoen |
| Totale claim exclusief inkomen (2000) | NLG 1,31 miljard = € 594,5 miljoen |
| Inkomen huisarts volgens CTG | Bedrag |
| Inkomensclaim berekening CTG(€) | +€ 72,- miljoen dag + € 27,- ANW |
| Totale claim inclusief inkomen (2001) | € 693,5 miljoen |
Op 21 november 2003, dus 3 jaar later, presenteert de Minister van VWS zijn nota over "de toekomstbestendige eerstelijnszorg". In deze nota wordt melding gemaakt van de aanstaande geboorte van het nieuwe financieringsstelsel. Immers, zo stelt de Minister, "het huidige abonnementsysteem biedt onvoldoende mogelijkheden om lokaal of regionaal te komen tot een oplossing op maat of om een 'loon naar werken' te realiseren". ZN en LHV hebben tot 1 februari 2004 de tijd om tot overeenstemming te komen. Anders regelt de Minister het zelf. In juni 2003 komt het voorlopige voorstel van de zorgverzekeraars al in de publiciteit, geschreven door de auteurs J. van Duren en P. Niesink(1). De DVH heeft dit al becommentarieerd.
De in dit voorstel beschreven oplossingen wijken zo ver af van de basiskenmerken van huisartsenzorg op de werkvloer, dat wordt afgevraagd wat er in drie jaar tijd is gebeurd. Ook van de oorspronkelijke LHV claim zijn eind 2003 de opleidingscapaciteit, de haio-salarissen en de dienststructuur geregeld. Van de claim van de praktijkkosten is 25% van dat bedrag gehaald. De AOV is slechts gecompenseerd tot en met het jaar 2000. De inkomensclaim is tijdelijk geparkeerd en speelt geen rol in het huidige LHV beleid. Wel gaat het ANW tarief omhoog in 2002 naar € 45,60 per uur. Van de oorspronkelijke claim van € 693,5 miljoen is eind 2003 € 423,25 miljoen niet gehaald.
Er heerst onvrede over het uitgelekte tussenresultaat van de ZN’s financieringsstructuur(1) en het krappe macro huisartsenbudget(3). We vragen ons dan af wat er op het beleidsterrein van de huisartsenzorg al die 3 jaren nou werkelijk is gebeurd?
In chronologie ...
Rapport cie Tabaksblat: april 2001(6).
Op 17 januari 2001 is er na de RAI demonstratie in de Tweede Kamer een spoeddebat over de huisartsenzorg. Kamerbreed is men het eens dat de eisen een vertaling moeten krijgen in de voorjaarsnota 2001. Na deze toezegging wordt de stakingsdag van 15 februari opgeschort. Deze opschorting vindt plaats 2 dagen na het hoofdlijnenakkoord LHV-ZN. Kort hierna blaast Wiegel van ZN het akkoord op. Minister Borst benoemt de staatscommissie Tabaksblat, welke commissie op 5 april 2001 haar eindrapport presenteert(6). Tabaksblat stelt dat de huidige manier van financieren een noodzakelijke modernisering van huisartsenzorg in de weg staat. Volgens Tabaksblat worden de praktijkkosten volledig gescheiden van de inkomsten. Aan de inkomenskant dient een vast deel te komen voor beschikbaarheid en een flexibel deel met "loon naar werken". Op basis van een bedrijfsplan gaan huisartsen met de verzekeraars in onderhandeling. Hierbij wordt de WTG losgelaten. Tabaksblat: "de huisartsenzorg kan makkelijk buiten de invloedsfeer van het CTG. Dat afspraken tussen huisartsen en verzekeraars langs het CTG moeten is onzin. Een hoop geknutsel aan de tarieven en waar praten we eigenlijk over? Een paar procent van de totale kosten"(14). Het nadeel van het rapport Tabaksblat is de blijvende macht van de verzekeraars die bij onderhandelen de zorg kunnen blijven zien als schade. Zonder fiattering van de verzekeraar gaat het bedrijfsplan niet door. Minister Borst neemt in de Voorjaarsnota op 28 april 2001 het bedrag van de kostenvergoeding op wat ZN/Wiegel haar heeft ingefluisterd.(15). Huisartsen roepen hierop 3 stakingsdagen uit, op 2, 3 en 4 mei. Het "resultaat" van deze staking is een verhoging van de praktijkkostenvergoeding van 35.000 NLG per normpraktijk, zijnde uiteindelijk 25% van de oorspronkelijke LHV inzet t.a.v. de vergoeding van de praktijkkosten.
Rapport visie zorgverzekeraars op herstructurering eerste lijn, augustus 2002(16).
De insteek van dit ZN rapport is het antwoord op de discrepantie tussen gestegen zorgvraag en onvoldoende beschikbaar zorgaanbod. ZN lopen, zo zeggen zij, bij hun verplichting de zorg te regelen, op tegen 3 barrières:
Rapport: een perspectief voor de eerstelijnszorg, commissie modernisering eerste lijn: mei 2002(7).
De commissie wordt ingesteld op advies van VWS/LHV/ZN en bestaat uit vertegenwoordigers van LHV, NHG, ZN, NPCF en VWS met Prof. T.E.D. van der Grinten als onafhankelijk voorzitter. Het voorstel is te gaan werken aan eerstelijnszorgnetwerken, kleinschalig dicht bij de patiënt. De huisartsenzorg is vooralsnog de aangewezen voorziening om de medisch generalistische zorgfuncties in de 1e lijn te coördineren en voor het grootste deel ook uit te voeren, zo stelt het rapport. Vermeld wordt welke 9 voorwaarden er nodig zijn om te kunnen spreken van een geïntegreerde eerste lijn. Ook wordt aangegeven welke acties er volgens de commissie nodig zijn om dit doel te bereiken. Ook zij spreken van een verandering in wet- en regelgeving en in financiering. Er moeten verder producttyperingen komen van zorg, voorbeelden van "best practices"en een geïntegreerd eerstelijns ICT. Expliciet wordt genoemd te zorgen voor een passende bekostiging van infrastructuur en ondersteuning in 1e lijn. Het voorstel aan het kabinet luidt om een vernieuwingsorganisatie op te zetten om e.e.a. uit te werken. In MedischVandaag(8) haalt v.d. Grinten, hoogleraar Beleid & Management Gezondheidszorg uit Rotterdam, hard uit over de 1e lijnszorg: "Het wordt een chaos als er niet snel regie komt. Eerstelijnszorg doolt regieloos rond; de huisarts als samenhangende machtsfactor bestaat niet. Ziekenhuizen, zorgverzekeraars, thuiszorginstellingen zijn georganiseerd en zijn enorme krachtpatsers. Huisartsen worden in het defensief gedrongen en vermangeld in het systeem".
Rapport bouwstenen zorg in de buurt, ministeries VWS/Financiën: maart 2003 (10).
In een verkennende ambtelijke notitie wordt gesteld dat de positie van de huisarts "door allerlei veranderingen" tanende is. Doorgaan op dezelfde weg zal slechts een beperkt deel van de knelpunten oplossen. Duidelijk worden in dit rapport de verantwoordelijkheden van elk der 5 partijen (patiënt, huisarts, gemeente, verzekeraar en overheid) geëxpliciteerd. Ook worden hun knelpunten genoemd. De verzekeraar ziet als knelpunten een te ingewikkeld financieringssysteem, het ontbreken van praktijkplannen bij huisartsen en het ontbreken van een informatiesysteem waar "onomstreden" sturingsinformatie uit is te halen. De overheid, die tot 2030 een toename ziet van 30% in de contacten tussen patiënten en huisartsen, ziet als knelpunten de beschikbaarheid en de betaalbaarheid. Wederom wordt er een lijst van intensiveringen gepresenteerd, net als bij mw. Borst, om aan te geven hoeveel er al in huisartsenzorg is geïnvesteerd. Ook nu weer vallen, net als bij mw. Borst, opleidings-kosten, commissiekosten en infrastructurele HADS kosten hieronder. Voor de DVH is dit reden om de Algemene Rekenkamer te verwittigen. De overheid zet als beleid in op een verhoging van de opleidingscapaciteit, op taakherschikking van verwijsfuncties, op ondersteuning van eerstelijns GGZ en op financiering uit de Regeling Initiatiefruimte Ziekenfondsverzekering (RIZ). Bouwstenen voor inkomensverbetering worden niet aangedragen. Wel wordt ingezet op verbetering instroom, op taakherschikking om aanbod te vergroten en op het tegengaan van uitstroom. Verder zal de bedrijfsvoering van huisartsen verbeterd kunnen worden door bijv. aanpassing van gezamenlijke praktijkvoering, een vereenvoudiging van het financieringssysteem en een versterking van de inkoopfunctie van zorgverzekeraars ...
Rapport Taskforce, knelpunten huisartsenzorg: april 2003(9).
Voorzitter P. van der Velden is nog somberder dan vd Grinten. In het Taskforcerapport wordt gezegd dat er een stuurloosheid en een machteloosheid heerst. "De koe bij de horens vatten is in deze sector in hoge mate uit de polder verdwenen. De regie en dus de regisseur, ontbreekt". Er zijn problemen m.b.t. de wet- en regelgeving, er is een sterke stuurloosheid en er is in de hele sector een gering vermogen om te komen tot werkbare oplossingen.
Volgens de Taskforce, zijn alle partijen schuldig aan de huidige stand van zaken:
De Taskforce stelt dat er wel een gedeelde opvatting is over de aard en omvang van het probleem én een knellende regelgeving. Er is een gebrek aan visie, waardoor regie en sturing onvoldoende scoren. De 1e lijnszorg functioneert hierdoor onder de maat. Financiële en wettelijke kaders knellen, waardoor richting ontbreekt. De verzekeraar vervult regierol niet, investeert niet. Huisartsen kunnen zelf geen beleid maken en de lokale overheid is niet betrokken. Nemen partijen niet hun verantwoordelijkheid, "dan ploft ook deze rapportage als een lekke bal in een zandbak"
Voorstel financieringsmodel huisartsenzorg: Zorgverzekeraars Nederland: juni 2003 (uitgelekt)(1).
De auteurs van Duren en Niesink hebben een voorstel gedaan m.b.t. de financiering van huisartsenzorg, dat aan het kabinet zal worden voorgelegd. De hoofdpunten uit dit voorstel zijn een macroneutrale invoering, een volledig verrichtingensysteem tegen nieuwe tarieven, een lokale variabele opslag, de introductie van een praktijkplan, introductie van financiële prikkels om te contracteren, vervallen van inschrijving op naam. Verder wil ZN een betere sturing van het werk door huisartsen door het invoeren van benchmarks en prestatie-indicatoren. De ondersteuningsstructuur gaat van centraal naar decentraal (de zgn. D&O gelden). "De LHV wordt geïnformeerd over het besluit van het financieringsvoorstel, waarbij het van eminent belang is het voorstel op de juiste wijze te promoten. De verwachting van ZN is dat huisartsen negatief over het model worden voorgelicht. Al vroegtijdig zal ZN in diverse gremia al met huisartsen gaan praten. Veel belang wordt gehecht aan een publieksvriendelijke versie van het voorstel voor publiek en Tweede Kamer" De DVH heeft het plan al uitgebreid becommentarieerd. Hoe je een slecht ZN product toch leuk kunt verpakken en verkopen, laat dat maar over aan de core business van onze zorgverzekeraars ...
Miljoenennota 2004: Prinsjesdag september 2003(3).
Het kabinet bezuinigt voor 2004 € 2,3 miljard op de zorgkosten, waarbij er € 1,3 miljard direct voor rekening van de burger komt. Het macro huisartsenbudget is in 2004 € 1534,1 miljoen, wat € 25 miljoen minder is dan het bedrag van € 1559,1 miljoen in 2003. Dit wordt door Minister Hoogervorst een "efficiency" korting genoemd en behelst een bedrag van 1,6% van het macrobudget. Dit betekent per huisarts in 2004 een inkomensachteruitgang van € 3500,-. De minister eist immers ook een bijdrage van de zorgverleners. In de avonduitzending van NOVA weet Minister Hoogervorst nog te melden dat "er voor de huisartsen niets afgaat en er niets bijkomt" ... De LHV stelt in een persbericht dat "de overheid zich opnieuw manifesteert als een partner op wie de huisarts niet kan bouwen". Hoogervorst presenteert in de Miljoenennota 2004 operationele beleidsdoelstellingen t.a.v. de eerste lijn als volgt:
Het kabinet denkt dit te bereiken door "in 2003 en 2004 alternatieven voor het bekostigingssysteem in kaart te brengen. Het systeem moet o.a. het principe "loon naar werken" ondersteunen, de transparantie verhogen, aansluiten bij de voorgenomen stelselwijziging en het mogelijk maken om een eigen bijdrage te heffen. Verder inzet van ICT voor vermindering van administratieve lasten" Het kabinet wil meer de eigen verantwoordelijkheid van burgers stimuleren en zet in op meer vrijheidsgraden voor de lokale partijen en stimulering van het ondernemerschap.
Visiestuk Minister op de toekomstbestendige eerstelijnszorg: Ministerie van VWS: 21 november 2003(4).
De afspraak in het kabinet Balkenende II is bij de Minister leidend, dus de huidige centrale aanbodsturing wordt vervangen door de gereguleerde marktwerking, "zo snel als verantwoord is". Er is een mismatch vraag en aanbod, maar "de financiële kaders mogen niet overtreden worden". De minister ziet de problemen vooral als een organisatievraagstuk en minder als een financieringsvraagstuk. De visie van de Minister ligt in de gereguleerde marktwerking (DVH: tarieven bepaald door de minister, regie bij verzekeraar, verantwoording en risico bij de huisartsen en recht op zorg bij de patiënt). Verzekeraars moeten meer gaan concurreren en gaan onderhandelen over prijs, hoeveelheid en kwaliteit. "dit dwingt de zorgaanbieders alert te zijn op wat zij leveren.., patiënten en verzekeraars kunnen immers naar een andere zorgaanbieder gaan.., en dwingt zorgaanbieders tot het leveren van voldoende en gevarieerd aanbod.."
Er wordt gekeken naar zgn. "preferred providers", welke aanbieders leveren (wél) de door ZN "gewenste" zorg. De Minister wil een functionele benadering van de eerstelijnszorg: de zorg wordt wel omschreven, maar niet wié die zorg gaat leveren. Zo kunnen verzekeraars deze functies waar dan ook contracteren. De verzekerde heeft recht op deze zorg, maar de verzekeraar bepaalt wáár deze zorg wordt geleverd. VWS ziet wel het gevaar hiervan, namelijk een versnippering, waarbij aanbieders niet weten wie wat doet. Dit zal de samenwerking in de weg staan. In de nota staat over het poortwachterschap dat "het in de rede ligt dat zorgverzekeraars op lange termijn beoordelen hoe de poortwachtersfunctie wordt uitgevoerd ..., nu blijft het voorlopig nog de huisarts ...". De Minister stelt voorwaarden aan de gereguleerde marktwerking. Het zorgaanbod van huisartsen moet vergroot worden door doelmatiger werken, door taakherschikking met introductie van nieuwe zorgaanbieders en door het "verbreden van de toegang", zoals rechtstreekse toegang tot de fysiotherapie. Andere voorwaarden, volgens de Minister, voor marktwerking zijn transparantie met benchmarks voor de huisartsenzorg, een goed toezicht op de kwaliteit van zorg (IGZ) en op "de markt" (NMa) met voorlopig een extra toezicht op de zorg in de vorm van de zorgautoriteit, de nieuwe functie van het CTG. Tot slot wil de Minister betaalbare en toegankelijke basiszorg. Wanneer aan deze 4 voorwaarden wordt voldaan, kan de marktwerking echt beginnen ...
De Minister wil verder deze gereguleerde marktwerking een impuls geven door expliciet de verantwoordelijkheden van de 4 partijen (verzekeraar, huisarts, overheid, patiënt) benoemen. Voor de hele eerstelijnszorg komt een ondersteuningsstructuur die wordt "betaald uit de ondersteuningsgelden van huisartsen ..." (dvh: ??) De huidige financieringsstructuur laat geen "verband zien tussen prestatie en inkomen/kostenvergoeding van huisartsen. Bovendien verhoudt een abonnement zich lastig met de invoering van eigen betalingen ..."
In een nieuwe structuur moeten betere prikkels voor honorering worden ingevoerd. Er moet financiële ruimte zijn voor taakdelegatie, taakherschikking, functiedifferentiatie en substitutie. De nieuwe financieringsstructuur moet macrobudgettair neutraal worden ingevoerd, zal eenvoudig moeten zijn om de administratieve lastendruk te beperken en moet aansluiten bij het nieuwe zorgstelsel. Op de WVC/NVZ Website Snellerbeter(31) kan worden gecommuniceerd over goede voorbeelden en innovaties. Tot slot krijgt de verzekeraar de opdracht om samen met het CVZ er zorg voor te dragen dat voor de spoedeisende acute zorg er een afstemming komt tussen SEH ziekenhuizen en HADS.
Beschouwing door stichting de Vrije Huisarts
Drie jaar na de RAI demonstratie is de geboorte van een nieuwe financieringsstructuur voor huisartsen in 2004 aanstaande : Als we de rapporten van de laatste 3 jaar samenvatten dan zijn er feitelijk op alle terreinen problemen.
De minister wil dit, zoals beschreven in zijn visiestuk(4) en de Miljoenennota(3), oplossen:
Stichting DVH kan niet akkoord gaan met de huidige voorstellen en zal zich keren tegen deze huidige ontwikkeling van afbraak van huisartsenzorg. Met deze koers staat de generalistische en integrale benadering van problemen en het centrale dossierhouderschap (EMD) op de tocht. Inzet van hulppersoneel is nodig, maar onder regie van die partij die de meeste aanspraak maakt op de regiefunctie van de spil in zorg, zijnde nog de huisarts. Geen concurrentie in de eerste lijn, wel samenwerking en investering.
Minister, toon eerst aan dat het herverdelen van verwijsfuncties leidt tot verbetering van zorg: bezint eer ge begint! Huisartsen hebben 3 jaar gewacht op een fatsoenlijke regeling waarin de kosten van gebruikelijke zorg worden betaald en waar huisartsen een inkomen hebben wat recht doet aan loon naar werken. De DVH toont dat aan (tabel) en staat daarin niet alleen. Ook de rapporten van van der Grinten en de Taskforce spreken boekdelen. Welke lessen heeft de Minister daar uitgetrokken? Dan wel waarom zijn ze eigenlijk ingesteld als er niets mee gebeurd? De Minister spreekt gemakkelijk over benchmarking, over prestatie-indicatoren, over transparantie van het zorgaanbod van huisartsen. Maar hoe staat het eigenlijk met deze factoren bij het ministerie, bij de verzekeraars, bij de gemeente? Wat zijn hun benchmarks, hun prestaties? Wie controleert deze? Waar kunnen huisartsen is in deze tijd op rekenen? Wat ziet Hoogervorst toch in marktwerking in de huisartsenzorg?(12). Waarom straft hij voor 2004 een beroepsgroep die jaarlijks meer onbetaald werk doet(2) met een efficiency-korting(3)?
Nog maar even op een rijtje:
| Tabel: informatie over huisartsen | |
| 1. | het huisartsenbudget 2004 van € 1534,1 miljoen is 3,72% van het Budgettair Kader Zorg |
| 2. | het huisartsenbudget 2004 is 9,18% van de totale kosten van de curatieve sector (compartiment II) |
| 3. | technologische vooruitgang veroorzaakt 50% van de kostenverhoging in de zorg |
| 4. | 90% van alle diagnostische technieken berust bij de huisarts op anamnese en lichamelijk onderzoek |
| 5. | de Nederlander geeft aan zorg per jaar (2002) uit een bedrag van € 3245,- (CBS(27)) |
| 6. | de Nederlander geeft aan huisartsenzorg per jaar uit een bedrag van € 113,63 (2002) |
| 7. | de Nederlander geeft aan ANW zorg HADS per jaar een bedrag uit van € 11,09 (bron: CTG) |
| 8. | het CTG betaalt de huisarts [3,7 x 2350 =] 8.707 contacteenheden per normpraktijk |
| 9. | de huisartsenpraktijk heeft per jaar per normpraktijk: [6,6 x 2350 =] 15.510 contacteenheden(2) |
| 10. | het aantal nieuwe verwijzingen per 1000 ingeschreven patiënten naar specialist ligt op 11% (part.)(2) |
| 11. | het aantal nieuwe verwijzingen per 1000 ingeschreven patiënten naar specialist ligt op 17% (ZF)(2) |
| 12. | een huisarts verdient exclusief de vergoeding voor kosten: € 35,- per uur, een specialist € 90,- (25) |
| 13. | het ziekenhuisbudget 2004 is € 13.165,4 miljoen: bijna 32% v/h BKZ en bijna 79% van compartiment II(3) |
| 14. | 80% van de Nederlanders is tevreden met zijn huisarts, met rapportcijfer: 7,7 (consumentenbond 2002) |
| 15. | in Europees verband gezien hebben Nederlandse huisartsen de meeste spreekuurcontacten per week |
| 16. | in Europees verband zijn Nederlandse huisartsen meer dan in andere landen het eerste aanspreekpunt (17) |
| 17. | in Europees verband verwijzen Nederlandse huisartsen op Ierse huisartsen na het minst(17) |
| 18. | in Europees verband schrijven Nederlandse huisartsen de minste antibiotica voor(17) |
Conclusie:
de Nederlandse huisarts kost de Nederlandse burger en de Staat der Nederlanden weinig, handelt de meeste zorgvragen autonoom af, organiseert een dienststructuur voor nog geen € 12,- per Nederlander en krijgt zijn werkuren niet volledig betaald. De klant, toch het referentiepunt, waardeert het huisartsenwerk (wél). De Nederlandse huisarts levert in Europees verband goed werk af. Terwijl de Nederlandse huisarts internationaal wordt gewaardeerd (o.a.Bertelmann prijs 2000), staan beleidsmakers in Nederland (VWS/ZN) toe dat deze zorg afbrokkelt. In financiële zin is de "investering" in huisartsenzorg voor hun reorganisatie "nul".
Waarom?
Om aardse zaken te verklaren moet je de oorzaak ook op aarde zoeken. De keuze om zorgproblemen op te lossen met marktprincipes is een politieke keuze. Het gaat bij het nieuwe stelsel of we kiezen voor een stelsel gebaseerd op solidariteit of kiezen we voor een stelsel van tweedeling en markt. Zorgaanbieders worden verantwoordelijk gehouden voor "exploderende zorgkosten" en binnen de "markt van de 1e lijn" is geen plaats voor een sterke positie van de huisarts. Zorgverzekeraars die de regie hebben (gekregen) spreken niet voor niets over huisartsen die "monopolistische domeinpolitiek" bedrijven. Hoewel verzekeraars hun mond vol hebben over vraagsturing vergeten zij de essentie in elk consult van de huisarts van de explicitering van de hulpvraag. De hulpvraag van de patiënt staat in een huisartsenconsult al 20 jaar centraal! Daarnaast is het opvallend dat naar de échte vraagsturing geen onderzoek wordt gedaan:
Bijvoorbeeld: Wilt u voor huisartsenzorg € 138,- per jaar betalen waarmee de huisarts zijn werk goed kan doen? Waarom de patiënt déze vraag niet gesteld, al dan niet via de NPCF?
Bijvoorbeeld: Wilt u een huisarts bij u in de buurt? Wilt u zorg op maat?
De DVH waarschuwt voor onvoldoende commitment bij huisartsen als professionele uitgangspunten niet de basis zijn van beleid. Minister besef dat als je het eerste knoopsgat(28) gemist hebt, je je jas nooit meer goed dicht krijgt.
Verder kon de "countervailing power"(26). van huisartsen ook wel eens behoorlijk groot zijn ...
|
Stichting de Vrije Huisarts komt op 24 januari volgend jaar met een nadere analyse van:
"hoe en waarom het zo heeft (kunnen) lopen" |
Tot slot nog enkele DVH bouwstenen als bijdrage aan de discussie ...
De verwachting is dat in 2004 het nieuwe financieringsstelsel voor huisartsen operationeel zal zijn. Waar in het stelsel de inspraak van huisartsen is terug te vinden, is onduidelijk. Maar de verwachtingen zijn gezien de eerste rapportage niet hoog gespannen.(1). Het nieuwe stelsel moet voldaan aan de randvoorwaarden die horen bij vernieuwde huisartsenzorg. De Engelse huisarts en regeringsadviseur John Oldham zegt in MC, dat de uitkomst van (klinisch) handelen is gebaseerd op 4 grootheden: (22)
Hier zijn ook de DVH bouwstenen op gebaseerd. Wij noemen vooral punten m.b.t. voorwaarde 3 en 4
Bouwstenen zijn er inmiddels genoeg aangedragen. Maar om tot een deugdelijk bouwwerk te komen, daar is méér voor nodig. Te denken valt aan goed cement, aan deugdelijk materiaal getest op duurzaamheid, aan voldoende gemotiveerde bouwvakkers, aan voldoende mobiele hulpmiddelen, aan samenwerking met elektriciens en installateurs, aan een goed architect en aan begeleiding tijdens de bouwwerkzaamheden. Financiering wordt van tevoren geregeld. Dan kan er met een goed plan iets moois ontstaan. Voor het ontwikkelen van een nieuw zorggebouw gelden dezelfde regels.
Bronnen: