Hits:
De Miljoenennota 2010, kernpunten zorg:
De Miljoenennota 2010


Negende jaarlijkse miljoenennota analyse
(2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9)

Analyse van de Vrije Huisarts

19 september 2009

Lees ook:
"Het zorgstelsel en de financiële crisis: hoe verder?" door Anton Maes (16)



De Miljoenennota 2010

Minister Bos presenteerde 15 september 2009 de Miljoenennota met de financiële begroting voor 2010. Omdat de overheidsfinanciën verslechteren stelde Bos dat het kabinet, net als de Nederlanders in de huiskamer, de tering naar de nering moeten zetten in deze financiële moeilijke tijd. De crisis heeft de Nederlandse economie doen krimpen en schade toegebracht aan de overheidsfinanciën. De financiële crisis gaat ook aan de gezondheidszorg niet voorbij. Het rendement van elke euro die geïnvesteerd wordt in de gezondheidszorg moet toenemen. Dat wil het kabinet vooral bereiken door te investeren in de verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening.

Toevallig(?) 1 dag voor Prinsjesdag gaf minister Klink de huisartsen in het land al bericht(14) waar men in 2010 in financiële zin op kon rekenen. In zijn brief aan de LHV zegt Klink dat huisartsen eigenlijk op basis van het NZa kostenonderzoek macro € 170 miljoen moeten inleveren, maar dat hij gezien de rol die huisartsen kunnen vervullen bij ‘meer kwaliteit en minder kosten’ hij dit kortingsbedrag voor 2010 voor de huisartsen beperkt tot € 60 miljoen, mits er doelmatig wordt voorgeschreven. Minister Klink heeft vervolgens in deze brief 10 pagina’s nodig om zijn beleid richting huisartsen uit te leggen. Inmiddels heeft Stichting de Vrije Huisarts zijn plannen doorgerekend: voor 2010 zal de korting geen € 60 miljoen, doch € 200 miljoen bedragen.

Wat zijn de belangrijkste 14 begrotingsplannen van minister Klink in 2010?

De harde macrocijfers van de Miljoenennota

Tabel I
Ontwikkeling van BKZ (bedragen x € 1.000.000)
Bruto BKZEigen betalingenNetto BKZ
200862.0573.37758.681
200961.2933.04758.246
201059.7342.97556.759
Mutatie 2010 versus 2008- 2.323- 401-1.922

Hoewel in het Persbericht(14) Prinsjesdag 2009 wordt gesteld dat in 2010 er in totaal ruim € 60 miljard beschikbaar voor de zorg en dat dit bedrag in 2009 nog maar € 58 miljard was, blijkt in de notitie Financieel Beleid Zorg(15) dat er juist in 2010 een verlaging van de netto BKZ uitgaven wordt verwacht (namelijk bijna € 2 miljard). Dit wordt veroorzaakt door een daling van de verwachte loon- en prijsontwikkeling in de zorg en doordat het BKZ een bijdrage levert aan de budgettaire problematiek op andere begrotingen. Per saldo is er voor 2010 een onderschrijding van € 656 miljoen.

Tabel II
Verdeling van de premiegefinancierde zorguitgaven ( bedragen x € 1.000.000)
200820092010
Volksgezondheid/preventie104108,5107,4
Gezondheidszorg, (incl. huisartsenzorg) zie tabel III30.05232.346,933.346,8
Langdurige zorg20.15022.532,422.484,6
Maatschappelijke Ondersteuning164177,8178,0
Nominaal en onverzien1.640 179,7934,8
WMO2.2401.5321.626,6
Opleidingsfonds VWS838,4839,7
Wtcg (begroting VWS)499,3
Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven30,436,8
Correctie kader/financieringMinus 341
Bruto BKZuitgaven begroting54.35057.734,459.734,4
Tabel III
Premiegefinancierde Gezondheidszorguitgaven (bedragen x 1.000.000)
200820092010
Huisartsen+gezondheidscentra2.119,92.183,42.032,9
Tandheelkundige zorg766,1 799,3787,4
Paramedische hulp559,2603,7603,8
Verloskunde+kraamzorg410,5 444,1436,9
dieetadvisering38,039,335,5
Extramurale zorg onverdeeld34,9
Ziekenhuizen/specialist+overig curatief16.583,517.483,217.708,3
Ziekenvervoer537,6547,6553,5
geneesmiddelen+hulpmiddelen6.356,96.502,06.907,5
GGZ3.313,23.512,73.532,1
Chronische keten dbc’s241,5
Grensoverschrijdende zorg374,6447,0467,0
Subsidies gezondheidszorg2,0
Beheerskosten uitvoeringsorgaan ZVW7,75,55,5
Totaal uitgaven gezondheidszorg31.069,332.567,833.346,8
Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar+ 4.8%+ 2.4%

We zien dat vrijwel alle partijen werkzaam in de eerste lijn er in 2010 op achteruit gaan en we zien wederom dat ondanks de korting op de specialisten de kosten in het ziekenhuis verder stijgen. Voor de huisartsenzorg is een bedrag ingeboekt van ruim 2 miljard, zijnde een bezuiniging van 150,5 miljoen ten opzichte van 2009. De secundaire effecten van de overige maatregelen (M&I, POH-S, overheveling herhaalreceptuur etc) voor de bekostiging huisartsenzorg 2010 (Eindbod Klink) zijn in de Miljoenennota niet vermeld. Wel wordt in de begroting de introductie van Ketenzorg genoemd, met melding van met name Diabeteszorg in Zwolle als voorbeeld van doelmatige zorg: 50% minder kans op hartfalen, 50% minder amputaties, 20% minder ziekenhuisopnamen en 30% minder beroertes.

Commentaar Stichting de Vrije Huisarts

Om de kostenuitgaven te beteugelen worden er voor 2010 maatregelen genomen waarbij de burger, de klant, de afnemer van de zorg zoveel mogelijk wordt ontzien: het kabinet wil het eigen risico niet verhogen en wil pakketverkleining voorkomen. Dit is een politieke keuze. Het zijn volgens de Miljoenennota 2010 voornamelijk de zorgaanbieders, de gezondheidswerkers, met face-to-face met patiënten contacten die de prijs van de maatregelen van Klink betalen. Ook de hoogte van zorgtoeslag aan de minder draadkrachtige Nederlander daalt.

De specialisten worden met € 375 miljoen gekort, nadat in februari 2007 de Orde en minister Hoogervorst het eens werden over hun uurtarief van € 132,50 Desondanks stijgen wederom de kosten in het ziekenhuis in 2010.

De huisartsen worden ook gekort, als “dank” voor hun meerwerk. Daarbij is het uurtarief nog steeds niet herijkt. Ondanks het uitblijven van deze herijking en niet indexeren van de looncomponent, dalen bij aangetoond meerwerk de vergoeding van de kosten van huisartsenzorg in 2010. Een gevolg zal zijn dat er zorgcapaciteit wordt ingeleverd.

Klink’s uitspraak dat als tarieven voor vrije beroepsbeoefenaren niet worden geïndexeerd hem dit een bedrag van € 57 miljoen oplevert in 2010, oplopend tot € 94 miljoen de jaren daarna, impliceert dat er voor een langere periode geen sprake zal zijn van (volledige) loonindexatie. Voor de duidelijkheid: ook in tijden van economische voorspoed de laatste jaren vóór de crisis werden de basiszorgtarieven jaar in jaar uit niet geïndexeerd.
In een tijd waarin alle partijen met de mond belijden dat er zorg moet worden gesubstitueerd van de tweede naar de eerste lijn, zou de logische consequentie zijn dat wordt toegewerkt om de capaciteit van de eerste lijn te vergroten. Met investering en ondersteuning. Echter het beschikbare budget voor 2010 in de eerste lijn daalt, het budget in de 2e lijn stijgt (verder). (Tabel III).

De minister denkt de huisartsen met een korting te stimuleren goedkoop voor te schrijven. Zijn werkwijze met eerst budgettair korten en deze korting met meerwerk ongedaan laten maken, noemt hij het “inkomen aanvullen”. Letterlijk schrijft hij: ”Om te stimuleren dat huisartsen kiezen voor de goedkope variant als dat medisch verantwoord is, wordt het inschrijftarief van de huisartsen met € 60 miljoen verlaagd. Doelmatig voorschrijven leidt tot aanvulling van het inkomen”. De term reparatie van omzetderving zou meer op zijn plaats zijn.

Overigens heeft de Minister zijn bezuiniging als gevolg van doelmatig voorschrijven door huisartsen al ingeboekt in zijn begroting. Het kost hem niets en hij rekent het als winst voor 2010: € 127 miljoen, voor de jaren daarna € 110 miljoen per jaar.

Het laatste nieuws is dat de LHV Ledenraad op 170909 de korting van 60 miljoen met een inverdienmogelijkheid als zodanig heeft verworpen. Huisartsen zijn wel bereid als alternatief met een inspanningsverplichting hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan herstel van de crisis door met een maximale inzet om te proberen zo zuinig mogelijk voor te schrijven.

De minister wil voor de acute basiszorg toe naar integrale bekostiging met substitutie van SEH van ziekenhuizen naar huisartsenposten. Integratie van de spoedeisende hulp van ziekenhuizen met huisartsenposten is volgens de minister nodig omdat een groot aantal mensen (60 procent) op eigen houtje bij de spoedeisende hulp aanklopt. Van deze zogenoemde zelfverwijzers hadden vier van de vijf eigenlijk geholpen kunnen worden bij de huisarts. In dat geval zouden de macrokosten veel lager liggen, omdat het ziekenhuis een duurder dbc-tarief rekent. Hoewel de besluitvorming hierover nog moet plaatsvinden (minister, hebben huisartsen hier zelf ook nog iets over te vertellen?), heeft de minister ook hier zijn winst al in de begroting van 2010 ingeboekt: € 48 miljoen in 2010, en € 117 miljoen voor de jaren erna.
Het is niet realistisch om na te streven dat verschuiving van een dergelijk groot aantal patiënten van de SEH naar de huisartsenposten op korte termijn kan plaatsvinden, gezien het nijpende capaciteitsprobleem op de meeste huisartsenposten. Over de bijbehorende verschuiving van middelen, nodig om die capaciteit uit te breiden, spreekt de minister zich niet uit.

Tot slot

De minister wil ondanks het korten van het budget in eerste lijn naar een vorm van prestatiebekostiging: minder betalen, maar méér en betere zorg vragen, als kenmerk van (zijn) efficiency met een directe relatie tussen behandeling en prijs. De bedoeling is duidelijk: het verbetert de mogelijkheid van selectieve zorginkoop door verzekeraars.
Klink is verder ook duidelijk in de Miljoenennota wie de risico’s moet dragen: “randvoorwaarde voor een goede werking van prestatiebekostiging is dat de financiële risico’s daadwerkelijk liggen bij de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder”.

Zo blijft de klant, de overheid en de toezichthouders buiten schot. Jammer, Stichting de Vrije Huisarts hecht er waarde aan te stellen dat de oplossingen beter tot stand komen door een probleem te internaliseren dan door dit bekostigingsprobleem te externaliseren en op het bordje te leggen van verzekeraars en zorgaanbieders.
Het bedrijf huisartsenzorg is anno 2009 financieel een door de overheid gestuurde zorginstelling geworden, waarbij de huisartsen wel de verantwoordelijkheid houden voor levering van het uitbreidende zorgaanbod, maar als beloning voor dit extra werk uiteindelijk een korting opgelegd krijgen.

Met het aangeven van duidelijke structuurindicatoren(1) kan de overheid (VWS en toezichthouders) eindelijk haar verantwoordelijkheid eens nemen. Dat geeft een beter inzicht in de kostprijs van zorg. En juist daaraan heeft de Nederlandse samenleving behoefte.
Zeker als er voor de komende jaren nog meer impopulaire maatregelen genomen moeten worden.





   
Bronnen:
  1. Toelichting DVH: Een indicator is een meetbaar getal dat een signalerende functie heeft. Een structuurindicator meet elementen van de voorzieningsstructuur die de zorgverlening mogelijk maken. Structuurindicatoren geven informatie over de organisatie en logistiek van een systeem en/of de omstandigheden geschikt zijn om de gewenste zorg te leveren. Vanuit huisartsgeneeskunde denk daarbij bijvoorbeeld aan 1.6 fte assistente per praktijk voor de basiszorg, aan bijvoorbeeld 110 mtr2 BVO huisvesting per normpraktijk/basiszorg. Omdat een structuurindicator een indirecte indicator is voor de kwaliteit van zorg, zijn structuurindicatoren niet populair bij bijvoorbeeld Zichtbare Zorg en/of IGZ. Zij praten, net als verzekeraars, het liefst over uitkomstindicatoren. Voor een organisatie die zich bezig houdt met randvoorwaarden en kostprijsberekening, zijn structuurindicatoren onmisbaar!
  2. de Vrije Huisarts, De miljoenennota 2009: "Voor 2009 zijn de verwachte uitgaven aan Zorg € 58 miljard, waarvan € 2170 miljoen beschikbaar is voor Huisartsenzorg", 17 september 2008
  3. de Vrije Huisarts, De miljoenennota 2008: "voor de huisartsenzorg en de eerstelijnszorg een teleurstellende nota", 22 september 2007
  4. de Vrije Huisarts, De miljoenennota 2007: "... een stevige basis voor de toekomst"??, 22 september 2006
  5. de Vrije Huisarts, Miljoenennota 2006: van zuur naar zoet?, Gaan we ECHT van zuur naar zoet, zoals premier Balkenende beloofde? 24 september 2005
  6. de Vrije Huisarts, Miljoenennota 2005: "Fundamenten gelegd voor hervormingsagenda zorg", 25 september 2004
  7. de Vrije Huisarts, Commentaar Miljoenennota 2004 en het onderdeel curatieve zorg, de Zorgnota(10), 17 september 2003
  8. de Vrije Huisarts, Miljoenennota 2003: Analyse prinsjesdag 2002, 17 september 2002
  9. de Vrije Huisarts, De Miljoenennota 2002: Nota over de toestand van 's rijks financiën, september 2001
  10. Min VWS, Voorhangbrief keten-DBCs en huisartsenbekostiging, CZ/EKZ/2934968, 10 september 2008
  11. Min VWS, voorhangbrief keten-DBC’s en huisartsbekostiging, CZ/EKZ/2934968, 13 juli 2009, pg.5 van 16, item 2
  12. Min VWS, begeleidende brief bij de voorhangbrief, betreft introductie functionele bekostiging chronische aandoeningen per 1 januari 2010, kenmerk CZ.EKZ/2943775, 13 juli 2009
  13. de Vrije Huisarts, “Het eindbod van Klink” voor de bekostiging huisartsenzorg 2010, 31 augustus 2009
  14. Min VWS, Prinsjesdag 2009, Persbericht, Laatst gewijzigd: 15 september 2009
  15. Min VWS, Beleidsagenda 2010, 15 september 2009
  16. Anton Maes, DVH, "Het zorgstelsel en de financiële crisis: hoe verder?", 19 september 2009

   




Bent u dit jaar al donateur van De Vrije Huisarts? Wij hebben uw steun nodig.