door Jeannine Liebrand
september 2005
Huisarts Anton Maes:
"Overheid, gebruik de knowhow van de beroepsgroep"
"De overheid zou moeten zorgen dat er op het ministerie niet alleen economen zitten, maar ook mensen die de zorg van binnenuit kennen. Waarom laat de overheid toe dat er in de gezondheidszorg uitsluitend op geld wordt gestuurd? Dat is voor veel huisartsen onbegrijpelijk."
Huisarts Anton Maes uit Dieren is bestuurslid van de stichting 'de Vrije Huisarts', opgericht in januari 2001 als reactie op de verslechterende positie van de huisarts in Nederland. De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) vertegenwoordigt de beroepsgroep in het overleg met de overheid en de zorgverzekeraars, maar de besluitvorming in een vereniging wordt uiteindelijk door de ledenvergadering bepaald. Een aantal huisartsen vond dat de LHV wel wat krachtiger mocht optreden en richtte 'de Vrije Huisarts' op. Niet als concurrent van de LHV en zeker niet als tegenstander. In de statuten van de stichting staat als doel beschreven "het bevorderen van optimale randvoorwaarden voor de bedrijfsvoering van huisartsen in Nederland, alsook het behartigen van de maatschappelijke en praktijkbelangen van huisartsen".
"Wij zijn kritisch en we proberen zaken te versnellen en druk uit te oefenen," vertelt de heer Maes. "Dat doen we zowel binnen als buiten de LHV. De LHV maakt namens de beroepsgroep afspraken met andere partijen, wij kunnen als stichting vrijer opereren. We volgen het overheidsbeleid op de voet, we analyseren beleidsnota's en cijfers en we tonen aan dat de overheid op een verkeerde manier omgaat met de eerstelijnszorg en de positie hier in van de huisarts"
Grote kloof
Maes blijkt uitermate goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Hij schudt alle wetten in de zorgsector zo uit zijn mouw, verwijst regelmatig naar publicaties uit binnen- en buitenland, citeert uit beleidsnota's en tovert cijfers en tabellen te voorschijn. Uit veel onderzoeken blijkt dat een sterke eerstelijnszorg de kwaliteit van de gezondheidszorg in een land bepaalt. De poortwachtersfunctie van de huisarts is daarin essentieel, evenals de integrale zorg. Een medisch specialist behandelt – enigszins overdreven – een ziek orgaan, terwijl een huisarts de patiënt in zijn totaliteit en in zijn maatschappelijke context beziet.
"Er zit een grote kloof tussen hoe de gemiddelde huisarts in Nederland over de zorg denkt en hoe de overheid de zorg beleidsmatig aanstuurt. Wij hebben met mensen te maken en zijn daarom niet zo geporteerd van marktwerking. Wij snappen best dat er een financieel plafond is, maar grijp dan daar in waar de kostenexplosie zit. Immers: het bedrag dat naar de huisartsenzorg toe gaat, is een uiterst klein gedeelte van de totale kosten de gezondheidszorg. Kijken economen wel naar wat goede zorg aan de winstkant oplevert?", vraagt Maes zich af.
Dezelfde politieke kleur
Wanneer Anton Maes over 'de overheid' praat, heeft hij vrijwel steeds over de politieke visie van de overheid. Niet over de ambtenaren, niet over de werkwijze van de overheid. Hij ziet haarscherp dat een andere overheid begint bij een betere aansturing door beleidsmakers. Zo constateert Maes dat op dit moment aan het hoofd van alle vitale posten in de zorgsector mensen van dezelfde politieke kleur zitten. "Ze regelen de zaken over de stelselwijziging onderling, er is weinig tegenwicht. Alle deze kopstukken geloven heilig in het marktdenken. Als de uitgaven maar passen binnen het Budgettair Kader Zorg en het Stabiliteitspact, dan is het goed. Maar realiseren ze zich hoe weinig geld er naar de huisartsenzorg gaat, terwijl daar grote winst, in geld en gezondheid, nog te boeken is?"
Maes pakt de cijfers erbij. De kosten voor huisartsen zijn tussen 1993 en 2003 met 84% gestegen, de kosten van specialistische zorg (tweedelijn) in dezelfde periode met 61%. "Maar 84% van 855 miljoen euro is heel wat minder dan 61% van 8.820 miljoen euro," rekent hij voor. "Per Nederlander gaven we in 2004 € 3.661 euro uit aan gezondheidszorg. Daarvan gaat slechts € 122 naar de huisartsenzorg. Uiteindelijk is moderne huisartsenzorg een prima middel om bij te dragen aan kostenbeheersing. Mijn belangrijkste bezwaar tegen marktwerking is dat het samenwerking tegengaat. Je kunt niet tegelijkertijd met collega's samenwerken en met hen concurreren. Dan gaat óf de concurrentie niet goed of de samenwerking niet. Ik zou tegen de overheid willen zeggen: durf te kiezen. Mijn advies: kies 100% voor samenwerking."
Een vechtscenario
De bestuursleden van stichting de Vrije Huisartsen hebben op veel plaatsen in 'Den Haag' contacten. Die verlopen vaak moeizaam, vindt Maes. De ambtenaren zijn wel toegankelijk, maar zijn loyaal aan hun minister. Voor zover er een visie is op zorg, wordt die bepaald door economen, zeker op het uitvoerende vlak. Misschien komt het gebrek aan visie doordat beleidsmakers minder persoonlijke ervaring hebben met huisartsenzorg, suggereert Maes. "Groepen die veel bij de huisarts komen zijn kinderen van nul tot zes jaar en mensen vanaf 55 jaar. Na de 70 jaar stijgt het percentage huisartsbezoeken zeer snel. Maar de beleidsmakers die aan de knoppen draaien, hebben die wel een idee hoe een moderne huisartsenpraktijk werkt? Meer knowhow uit het veld op het ministerie van VWS en minder invloed van Financiën, dat zou helpen. Ik zou willen dat we eens écht met elkaar praten over onze visie, nu is het meer een vechtscenario."
Betrouwbaar is de overheid ook al niet, heeft Maes geconstateerd. In de contractonderhandelingen met zorgverzekeraars blijken huisartsen niet te kunnen onderhandelen; het is een kwestie van 'slikken of stikken'. Hij citeert uit brieven van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, waaruit blijkt dat verzekeraars standaardcontracten mogen voorleggen, zonder daarover te hoeven onderhandelen, ook als deze verzekeraar een economische machtspositie heeft. "Dat is onze NMa," verzucht Maes. "Gelukkig komt er een zorgautoriteit die specifiek is voor onze sector. Daar zal meer kennis zijn van de gezondheidszorg en hopelijk komt er dan ook aandacht voor een gelijk speelveld met gelijke spelregels. Want als er nu geen contracten worden gesloten, worden huisartsen niet eens gehoord door toezichthouder CTZ."
Het budget is heilig
Op het gebied van bedrijfsvoering en administratie van huisartsen zal de nieuwe zorgverzekeringswet geen verbetering zijn, verwacht Maes. De overheid slaagt er steeds opnieuw in ingewikkelde registratie- en administratieprocedures te verzinnen. Een andere, klantgerichte, efficiënte en dienstverlenende overheid begint met beter luisteren naar de uitvoerders in de praktijk. En met ruimte geven aan 'het veld'.
Maes besluit: "Ik zou willen dat de overheid visie toont en duidelijk is. Als ze marktwerking willen, geef ons dan ook de ruimte om zelf zaken op te pakken op een manier die wij als huisartsen zinvol vinden. Nu worden we gestraft als we extra handelingen uitvoeren. Bij meer dan 8296 contacthandelingen met patiënten per jaar gaat het tarief omlaag, zo is in het 'Vogelaar akkoord' te lezen. Is dat het stimuleren van ondernemerszin? Ik begrijp het niet. Marktwerking, maar het budget is heilig. We mogen geen andere aanpak uitproberen. Er zit zoveel knowhow en motivatie bij de beroepsgroep. Overheid, zie de huisartsen niet als een probleem, maar als een groep die je probleem mee kan oplossen."