Hits:

Antwoord van Hans Kemeling aan Stefanie van Vliet

2 april 2002

Zie ook:
-
Antwoord van Hans Kemeling aan Anke van Blerck-Woerdman, VVD
Antwoord van Hans Nobel aan Stefanie van Vliet, D'66
Brief Hans Nobel aan Thom de Graaf, D'66



Hans Kemeling schreef:


U heeft niet begrepen waar het de huisartsen om gaat.

Al jaren stuurt de minister ons met een kluitje in het riet.

Toen de LHV met inkomens en onkostenvergoedingseisen kwam gaf de minister te kennen dat er een commissie zou komen (Tabaksblatt) die zich hierover zou buigen, nadat de commissie gerapporteerd zou hebben zou er verder gepraat worden.

In de taakopdracht aan de commissie stond echter niets over concretisering waar het deze twee componenten betreft. De commissie werd laat ingesteld en rapporteerde later dan de minister had toegezegd zodat het voorjaarsoverleg voorbij was toen de LHV in de gaten kreeg belazerd te zijn. Toen had de minister het argument wat ze zichzelf verschaft had dat alles op zijn tijd moest en dat er midden in een regeringsjaar geen begrotingen opengebroken konden worden. Dit spel herhaalde zich keer op keer. Een ander voorbeeld over de inkomensherijking: De minister heeft gezegd dat eind 2001 het CTG daarover zou rapporteren. Wij weten nu dat dit ook loze woorden waren en u gebruikt het nota bene ook nog als een argument.

Waar het om gaat is dat met mij vele huisartsen harder zijn gaan werken in de afgelopen jaren en dat ze aan het eind van het jaar bemerkten dat er minder te besteden was. U hebt de stukken van collega Maes gekregen, ik kan niet merken dat u die cijfers bestudeerd heeft, maar daarin wordt inzichtelijk gemaakt waar wij het over hebben. Geeft u daar eens een reactie op.

Zwijgen heeft de betekenis van ontkennen.

Huisartsen laten zich niet meer ontkennen, daar zal uw partij wel achter komen. Wij kunnen een politieke macht zijn als wij dat willen. Nu willen wij dat omdat u de huisartsgeneeskunde verkwanseld hebt. De laatste woorden uit uw brief blijken loos te zijn. Wee de zwakkeren in de samenleving want zij zullen het gelag betalen.

Hans Kemeling, huisarts sinds 1969


Hieronder de oorspronkelijke email van Stefanie van Vliet, Tweede Kamerlid D66:

Den Haag, 2 april 2002

Geachte mevrouw, meneer,

Hartelijk dank voor de vele honderden mailtjes betreffende uw 'zorg over de huisartsenzorg' die de D66-fractie mocht ontvangen. Als woordvoerder volksgezondheid en welzijn wil ik u graag antwoorden. Ik heb ervoor gekozen te reageren op die onderwerpen die door u allemaal is aangedragen. Vandaar dat deze brief ook aan u allen is gericht.

De afgelopen vier jaar heeft het paarse kabinet ervoor gekozen het terugdringen van de wachttijden en de werkdruk en het werven van personeel tot de prioriteiten te maken. In het totaal is hiervoor 13 miljard euro extra beschikbaar gekomen bovenop de bestaande 31 miljard euro. En gelukkig levert dit ook langzaam maar zeker resultaat op. De wachttijden stabiliseren zich en uit de laatste arbeidsmarkt rapporten blijkt dat er sinds 1997 maar liefst 110.000 nieuwe arbeidskrachten in de zorg zijn bijgekomen.

Er is echter ook veel extra geld naar de huisartsensector gegaan. Werd in 1999 14 miljoen euro extra geld beschikbaar gesteld voor deze sector, in 2002 was dat maar liefst 334,7 miljoen euro. Hieronder vallen uiteraard de oplossing van een aantal knelpunten zoals: praktijkondersteuning, dienstenstructuur, praktijkkosten, een klein voorschot inkomensherijking voor wat betreft de Haio's, de uitbreiding van de huisartsenopleiding en de invoering van het Electronisch Voorschrijf Systeem. Als D66-fractie zijn wij hier trots op en tegelijkertijd realiseren wij ons heel goed dat we er hiermee nog niet zijn. En dit is dan ook de insteek geweest van de D66-fractie bij het algemeen overleg van 27 maart jl.

Immers, meer geld voor de huisartsensector betekent nog niet meer inkomen, de afspraken met zorgverzekeraars over de avond-, nacht- en weekenddiensten komen moeizaam tot stand, gemeenten bieden vaak geen ruimte voor HOED-klinieken of gezondheidscentra, de regelgeving rond praktijkondersteuning wordt door zorgverzekeraars verschillend en in onze ogen te strikt geÏntepreteerd en tenslotte heeft de huisarts veel last van de regelgeving van de Nma. D66 is op al deze knelpunten ingegaan tijdens het debat.

Ten aanzien van de inkomensherijking hebben wij aangegeven er begrip voor te hebben dat de minister dit voor alle beroepsgroepen duidelijk wil hebben, alvorens met nieuwe voorstellen te komen. Ook zijn wij zo realistisch om te zien dat dit zodanige financiële consequenties heeft, dat dit alleen bij het komend regeerakkoord geregeld kan worden. D66 zal daar op inzetten. Wij vinden echter wel dat het rapport Tabaksblat voortvarend moet worden uitgevoerd. En juist rondom het opzetten van deze nieuwe inkomensstructuur is het wel erg stil geweest de laatste tijd. Wij konden ons dan ook voorstellen dat hierdoor veel onrust onder huisartsen is ontstaan. De minister heeft toegezegd dit zelf actief op te pakken.

Met betrekking tot de avond- nacht- en weekenddiensten heeft D66 aangegeven dit weliswaar een zaak te vinden tussen zorgverzekeraars en huisartsen, maar wij zijn wel van mening dat daar waar zorgverzekeraars meer dan 20 euro willen bieden, die ruimte er ook moet zijn. Wij hebben de minister dan ook verzocht haast te maken met een beleidsregel van het CTG waarin het ook mogelijk wordt een lokale component mee te laten wegen. D66 is namelijk van mening dat wanneer die ruimte er komt, zorgverzekeraars naar elkaar zullen kijken en om huisartsen aan zich te binden wel tot hogere vergoedingen zullen komen. De minister heeft aangegeven het CTG nog eens nader op deze opdracht te wijzen.

Over de rol van de gemeenten is de minister inmiddels in gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten die reeds heeft aangegeven er bij zijn leden op aan te dringen hier ruimhartig mee om te gaan in het belang van hun inwoners.

Verder heeft D66 duidelijk gemaakt nooit behoefte te hebben gehad aan de Nma in de gezondheidszorg. Wij hebben dit de afgelopen jaren ook via onze woordvoerder Economische Zaken Jan van Walsum uitgedragen en hebben een motie van CDA-woordvoerder Buijs op dit punt ondersteund. Probleem is dat huisartsen zelfstandig ondernemer zijn en als zodanig volgens Europese wetgeving onder de mededingingswet vallen. Er is echter volgens de heer Kist, directeur van de Nma, absoluut mogelijkheid om in gezamenlijkheid afspraken te maken met zorgverzekeraars (bijvoorbeeld als Hoedkliniek en waarschijnlijk ook als DHV). Omdat deze discussie een beetje blijft hangen, zeer ten nadele van huisartsen, heeft D66 er op aangedrongen dat minister Borst, dhr. Kist en de LHV om de tafel gaan om de mogelijkheden voor huisartsen eens op een rijtje te zetten. Ook dit is door de minister toegezegd.

Ik wil afsluiten met de zinsnede waarmee ik mijn betoog 27 maart in de tweede kamer begon. "Er kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat de rol van de huisarts en de huisartsenzorg als spil in ons systeem van gezondheidszorg gehandhaafd moet worden en waar mogelijk versterkt".

Met vriendelijke groet,
Stefanie van Vliet
Tweede Kamerlid D66