Hits:

De voordracht van Sweder van Wijnbergen, econoom

op een bijeenkomst op 27 april 2002 in Conferentiecentrum Schiphol te Hoofddorp georganiseerd door de Club van 100 i.s.m. de Vrije Huisarts,

Opgetekend door impressionist: Hans Nobel, i.s.m. Jan de Gouw, Hans Itjeshorst, Martinus Fennema en Bart Adèr.

27 april 2002

Zie ook:
Het persbericht van de bijeenkomst
Frank Gunneweg's voordracht op de bijeenkomst
Bas Vos' voordracht op de bijeenkomst
Het fotoverslag van de bijeenkomst


De onzin van mededinging in de huisartsenzorg




Professor Sweder van Wijnbergen, die zelf mede aan de basis stond van de invoering van de Mededingingswet, stelde dat met deze wet nadrukkelijk bedoeld is om, via marktwerking als middel, lagere kosten, betere kwaliteit en hogere efficiëntie te bevorderen. Mededinging is daarbij geen doel in zich. De Mededingingswet beoogt niet per definitie mededinging. Hij acht het met name aan Paars II te wijten dat het principe van marktwerking een doel in zichzelf is geworden.

1  Marktwerking in de huisartsenzorg kostenbesparend?

Lagere kosten voor de huisartsenzorg is in de huidige situatie natuurlijk uiterst ridicuul. De consument is helemaal niet in staat om een kwaliteit/prijsafweging te maken en op basis daarvan te kiezen. Bas Vos Marktwerking in de huisartsenzorg leidt uitsluitend tot hogere overdrachtskosten (met name contracteringskosten) onder andere door de tijdrovende onderhandelingen tussen huisartsen en zorgverzekeraars. Gezien de zinloosheid van marktwerking zijn de zeer hoge kosten verbonden aan de uitvoering van de Mededingingswet, een vorm van "sociale geldverspilling". Wanneer je in een streng gereguleerd systeem, zoals de gezondheidszorg in Nederland zeker is, onbesuisd concurrentie introduceert dan krijg je een hoop onvoorspelbare effecten. In plaats van verbetering van het functioneren, ontwricht je het systeem en verstoort daarmee het evenwicht. Evenzeer levert marktwerking geen bezuinigingen op doordat mensen best geld willen uitgeven aan hun gezondheid. Als ze ziek zijn betalen ze desnoods veel meer (dan bij een concurrent) omdat het ziekzijn hen zwaar weegt. Variatie in prijzen van het aanbod spelen geen rol (vraag-elasticiteit). Prijsverschil tussen aanbieders van zorg is dus een non-item. Wie dringend hulp nodig heeft, zoekt die snel zonder naar de prijs te kijken.

2  Kwaliteitsverbetering met de Mededingingswet in de huisartsenzorg?

Wanneer we stellen dat de kwaliteit van de huidige huisartsenzorg goed is, kan invoering van de Mededingingswet ten aanzien van dit punt, geen doel zijn. Overigens is de consument in het algemeen onvoldoende deskundig om aangeboden zorg te beoordelen op kwaliteitscriteria. Concurrentie op basis van kwaliteit is dan ook geen reële optie. De patiënt kiest bijvoorbeeld liever de huisarts op de hoek of het dichstbijgelegen ziekenhuis.

3  Hogere efficiëntie in de huisartsenzorg met de Mededingingswet?

De huisartsenzorg, maar eigenlijk de totale sector Gezondheidszorg, is al veel efficiënter geworden de laatste jaren. Kortere opnameduur voor onderzoek en operaties, betere toepassing van protocollering zoals in de eerstelijn, zijn daarvan voorbeelden. In Nederland filtert de huisarts een zeer hoog percentage van de klachten uit en voorkomt daarmee het overmatig gebruik van de duurdere klinische voorzieningen. In de VS kennen ze geen eerstelijnszorg. Daar is de Gezondheidszorg dan ook een stuk duurder. De patiënt gaat daar met zijn eigen "diagnose" direct naar de specialist. Deze weet in het algemeen nog niets van de patiënt, er is immers geen huisarts. Hij gaat vervolgens, vanuit een defensieve aanpak, veel onderzoek doen en concludeert zonodig dat het probleem niet op zijn terrein ligt. Verwijst vervolgens naar een tweede specialist. Kassa dus, wellicht ook voor de tweede. In geen land is de markt zover doorgevoerd in de Zorg, als in de VS! En nergens zo prijzig!

Nederlandse huisartsenzorg is dus reeds doelmatige Zorg. In een sector als de Gezondheidszorg in het algemeen, en de huisartsenzorg in het bijzonder, bevordert de Mededingingswet de doelmatigheid niet en is daarom van geen nut. De uitvoering van de Mededingingswet door de NMa in deze sector is strijdig met de doelstelling van de wet en is dan ook onwettig, volgens van Wijnbergen. Het toch doorzetten van de uitvoering van de Mededingingswet zal een averechts effect hebben.

VWS maakt volgens van Wijnbergen een structurele denkfout als men op dit ministerie meent dat in de Zorgsector inefficiënt gewerkt wordt, dat dit beter moet en vervolgens besluit om er maar eens een stuk marktwerking tegenaan te gooien. Niet de Zorg zelf is inefficiënt, maar allerlei procedures rond het primaire proces van de arts-patiëntrelatie. Allerlei administratieve rompslomp, de overvloedige regelgeving en de controle daar dan weer op. Veelal veroorzaakt door de manier waarop de overheid bezuinigt in de Zorgsector. De inefficiëntie derhalve is met name het gevolg van de bezuinigingsmanie van de overheid!

Verdere opmerkingen ten aanzien van de Mededingingswet:

Politieke partijen ten opzichte van Gezondheidszorg en Mededingingswet:

De huidige toepassing van de Mededingingswet in de Zorgsector door de politiek, acht Prof. van Wijnbergen uitermate kortzichtig. Het is onvermijdelijk dat de medische sector meer geld zal gaan kosten. De vergrijzing en de technologische vooruitgang eisen dat op. Maar tevens de jarenlange onderbesteding in de Zorgsector vereist een inhaalslag. De bezuinigingen hebben het niveau van zorg ernstig geschaad. Intensivering van de bestedingen levert zeker geen arbeidsbesparingen op, maar wel meer en betere dienstverlening. Wanneer de politiek er voor kiest, de burgers deze potentiële vooruitgang niet te onthouden, zal er een ruimer percentage van het BNP moeten worden gereserveerd voor de Zorg. Bij het merendeel van de politieke partijen is dat in de verkiezingsprogramma's echter niet gebeurd, zoals recent ook door het Planbureau is vastgesteld. Alleen de SP heeft een stijgend percentage van het BNP begroot waardoor recht gedaan wordt aan de inhaalslag en de demografische en technologische omstandigheden.

Van Wijnbergen adviseert de LHV naar de rechter te stappen om de toepassing van de Mededingingswet door de NMa in de huisartsenzorg, aan te vechten, omdat het doel van de Mededingingswet: betere kwaliteit, lagere prijs en hogere efficiëntie, door bovengenoemde factoren niet bereikt kan worden.