CTG-beleidsregel dienstenstructuren / LHV-extra ledenbrief d.d. 26 juli 2001:
Naar een contracteerplicht voor huisartsen?
Op 19 juli 2001 heeft het CTG de beleidsregels voor de dienstenstructuren vastgesteld en de minister heeft deze de volgende dag (!) goedgekeurd. De bovengenoemde ledenbrief geeft hierop een toelichting. Bestudering van de beleidsregels en van de ledenbrief leidt tot de volgende conclusies.
het opstellen van de beleidsregels is een haastklus geweest.
de financiële organisatie van de dienstenstructuren wordt een ingewikkelde zaak.
het honorarium van de huisarts voor de diensten is niet geregeld (in een verkiezingsjaar en aan de vooarvond van het verdwijnen van de WTG, lijkt het onwaarschijnlijk dat “Hay” snel ingevoerd zal worden).
de waarneming van de huisarts na een nachtdienst wordt niet vergoed.
de dienstenstructuur is norm geworden.
het hebben van een contract met de CHP verplicht tot het aangaan van contracten met de zorgverzekeraars! De facto is er dus een contracteerplicht voor de huisarts ontstaan.
Een en ander roept de volgende vragen op die in de ledenvergadering van 4 september dan ook zeker aan de orde moeten worden gesteld door de afgevaardigden.
Welk vooruitzicht is er dat op 1 januari 2002 de honorering van de ANW-diensten geregeld is ( de LHV zegt dat er uitzicht moet zijn op honorering op 1-1-02; de LV wil dat het op 1-1-02 geregeld is!).
Wat is er over van de eerder toegezegde mogelijkheid van pluriformiteit in de regeling van de ANW-diensten?
Hoe kan het zijn dat de LHV de huisartsen in een situatie manouvreert waar een contracteerplicht ontstaat?
Realiseert het DB zich welke consequenties deze contracteerplicht heeft voor de onderhandelingspositie met de ZV (die graag een IO voor 3 jaar willen afsluiten!)?
De ZV zien heel goed dat de ANW-diensten een groot probleem worden en willen de huisartsen daarom nu vastleggen op de volledige verantwoordelijkhied daarvoor. Dat hiermee een zware wissel wordt getrokken op de huisartsen (met een afnemend aantal HA, een toenemend aantal NONI’s, met ook het financiële risico bij tekorten) moge duidelijk zijn.
Stichting “De Vrije Huisarts” is dan ook van mening dat de gekozen weg géén recht doet aan
de uitdrukkelijke wens van de LV om óf in dienstenstructuur óf in ander verband ANW-dienst te verrichten
de uitdrukkelijke wens van de LV dat adequate honorering van ANW-diensten geëffectueerd wordt per 1-1-02
de uitdrukkelijke wens van de LV om ANW-diensten los te zien van de reguliere huisarstenzorg op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur. Dit overigens zonder uit te zijn op het enkel aanbieden van deze laatste vorm van zorg.
de in het rapport van Tabaksblat aangeduide scheiding van financiering van reguliere zorg en zorg in ANW
de breed gesteunde mening dat financiering juist in dienst moet staan van verbeterde organisatie van de zorg en niet andersom. Door de CTG beleidsregel worden weer extra voorwaarden en daarmee belemmeringen opgeworpen voor dienstenstructuren.
de wens van de LV om vóór dat op dit punt stappen zouden worden genomen betrokken te zijn bij de uitgangspunten
DVH vindt dat dit een verkeerde weg is en dat het DB van de LHV ter verantwoording moet worden geroepen voor het inzetten van deze koers. Dat er bovendien er nog geen definitief uitzicht is op honorering voor ANW-diensten en de huisarts zelfs wordt verplicht géén nota’s te sturen voor verrichtte consulten vanaf 1 juli, is na een periode van actievoeren onbegrijpelijk.