Hits:
Problemen met de administratie bedreigen de continuïteit van huisartsenpraktijken
Een stellingname door Frank Gunneweg,
voorzitter van de Vrije Huisarts
4 februari 2006
Frank Gunneweg,
voorzitter van de Vrije Huisarts




Problemen met de administratie bedreigen de continuïteit van huisartsenpraktijken

Inleiding:

Het Vogelaar-akkoord is op 13 juni 2005 gesloten. Dit hield in dat LHV, VWS en ZN overeenstemming hadden bereikt over de bekostigingssystematiek van huisartsenzorg. Echter nu ruim 4 weken na het ingaan van deze systematiek zien we dat de uitvoering en de resultaten niet overeenkomen met wat is in Vogelaar is afgesproken en ook niet overeenkomen met de intenties van het akkoord.

Er blijkt een niet op te lossen probleem te zijn met de betaling van declaraties van huisartsen. Bovendien blijkt het niet goed mogelijk om een deel van het Vogelaar-accoord uit te voeren: met name de aansluiting van de niet dominante verzekeraars bij het contract met de dominante verzekeraar. De administratieve druk is toegenomen. Huisartsenpraktijken worden in hun bestaan bedreigd.

Welke problemen komen wij tegen?

  1. VECOZO functioneert niet door gebrek aan capaciteit. Als een verzekeraar off-line is kunnen huisartsen geen COV doen. Als een verzekeraar niet is aangesloten kan dit al helemaal niet. Kortom COV is maar matig betrouwbaar en dit leidt tot declaraties aan verkeerde verzekeraar. Sommige verzekeraars zijn niet aangesloten op Vecozo, hier is elektronisch declareren niet mogelijk
  2. De inschrijving op naam, hoeksteen van de huisartsgeneeskunde en kernpunt van de voorjaarsacties is niet goed geregeld.
  3. Het ondernemersrisico, door LHV in haar offerte (55/10) begroot op macro 66,5 miljoen, is, zo blijkt nu, wél degelijk aanwezig.
  4. De administratiedruk. Voor het regelen van de administratie in het kader van de ZVW en de bekostigingssystematiek is met Vogelaar jaarlijks € 10 miljoen aan het huisartsenkader toegevoegd. Dit is ruim 1200 euro per huisarts. Met de eerste ervaringen met betrekking tot de administratieve lastendruk blijken de werkelijke kosten, mede door het niet functioneren van VECOZO, veel hoger.
  5. Het debiteurenrisico, door LHV in haar offerte (55/10) geschat op 8,5 miljoen, blijkt ook aanwezig.
  6. Aansluiting bij het contract van de dominante verzekeraar door perifere verzekeraars: zou geregeld zijn, is in Vogelaar-akkoord om reden van de NMa (vaag) toegezegd, maar huisartsen hebben van de minister nog geen persoonlijk schrijven gehad, hoe zij dit nu (wel) moeten regelen. Wat is nu het antwoord van de minister nu huisartsen voor 2006 contracten moeten aangaan, maar perifere verzekeraars die aansluiting niet nakomen? Kan 100% aansluiten betekenen dat makkelijker het declaratieprobleem kan worden opgelost? Wij denken van wel.

Voor deze zaken is tijdens de onderhandelingen vaak gewaarschuwd. Maar er blijft een onacceptabel verschil van interpretatie door partijen van gemaakte afspraken.

Wat is nu het gevolg van de slechte betalingen en de toegenomen administratieve druk voor huisartsen en patiënten?

  1. De artsen moeten meer en meer tijd en geld steken in de incasso. Dit gaat, ondanks de inzet van huisartsen en medewerkers ten koste van de geleverde zorg.
  2. Het geheel geeft enorme irritatie en energieverlies bij huisartsen en hun medewerkers.
  3. Door incassoproblemen ontstaan problemen met de cashflow. Dit geeft met name bij praktijken die in hoge mate gefinancierd zijn betalingsproblemen. Het effect daarvan is dat praktijken in financieringsproblemen komen en kunnen omvallen.
  4. De winst van de snelle contractering met de dominante verzekeraar, lijkt teniet te worden gedaan door de onwil van de overige verzekeraars om zich voor 100% bij dit contract aan te sluiten.

Hoe beoordelen wij de uitwerking van deze aspecten het Vogelaar-akkoord?

In plaats van dat de zaak wordt opgelost, komen er steeds nieuwe vage toezeggingen door ZN en VWS . Ondanks de beloften van ZN de zaken voor huisartsen goed te regelen, is er een grote chaos ontstaan. Verzekeraars, waarvan wordt verwacht dat ze de administratieve afhandeling als core-business te hebben, blijken vanwege hun administratieve chaos de huisartsen niet te kunnen betalen. Verzekeraars hebben de regie in de zorg gekregen. Als groep blijken ze onbetrouwbare bondgenoten te zijn. Ze "externaliseren" hun probleem. Hoe kunnen wij nu samenwerken met verzekeraars die zich niet aan de afspraken houden?

Met Vogelaar hebben wij afspraken gemaakt. Wij beloven te presteren, de ander belooft te betalen.

Wanneer die andere partij zijn betalingsverplichting niet nakomt en ook NA INGEBREKESTELLING niet betaalt, dan is er sprake van wanprestatie.

Dit is de eerste stap die we moeten zetten: het gaat om het niet nakomen van de betalingsafspraken. Daarvoor is in de eerste plaats een ordentelijke nota nodig. Nu COV niet kon/kan hebben verzekeraars dus de data te accepteren die huisartsen aanleveren, goed of fout: het is niet anders.

Wij willen dat gemaakte afspraken juridisch waterdicht worden afgetimmerd. Met handtekeningen! Zo kan het niet verder.

Wat willen we nu bereiken?

Allereerst is het van belang dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Om tot oplossing te komen van de thans ontstane problemen is een zakelijke benadering vereist. Daartoe zal het volgende gerealiseerd moeten worden:

  1. De sterk toegenomen administratiekosten, het niet door ons veroorzaakte debiteurenrisico en ondernemersrisico zullen in het tarief moeten worden versleuteld door een substantiële opslag van het abonnementstarief. De hoogte van de opslag, voor een deel verwerkt in het abonnementstarief, moet nog worden gekwantificeerd.
  2. Wanneer de verzekeraar zijn betalingsverplichting niet nakomt zoals dat is afgesproken en ook NA INGEBREKESTELLING niet nakomt of na kan nakomen, dan is er sprake van wanprestatie van deze verzekeraar. Huisartsen hebben dan diverse juridische mogelijkheden:
    1. alsnog nakoming eisen (incassoprocedures)
    2. overeenkomst opzeggen
    3. schadevergoeding eisen
    De minister kan natuurlijk ook zelf deze schadevergoeding regelen. Immers hij gaat ook akkoord met het feit dat verzekeraars in 2005 € 80 miljoen aan reclamebudget hebben besteed.
  3. In het geval dat een rekening niet elektronisch naar een zorgverzekeraar kan worden verzonden (zie eerder), dan wordt de rekening op papier naar onze directe klant gezonden: de patiënt. Alternatief: pinnen! Hoe meer verzekerden niet traceerbaar zijn, hoe meer papieren nota’s naar verzekerden en/of contant betalingen aan de balie.
  4. Voor de praktijken met betalingsproblemen moet een renteloos noodfonds worden opgericht, gevuld door de verzekeraars en/of de staat. Ook hier zou het de minister sieren om zelf met een voorstel te komen en niet af te wachten hoe de veroorzaker van het probleem ook zelf de (budgetneutrale) "oplossing" mag bedenken…
  5. Heropening van de discussie en implementatie over hoe de ION dan wel kan worden gerealiseerd. Er ontbreekt bij partijen een gezamenlijke visie over ION. Het probleem is dat de ION bewust niet "gedragen" wordt in brede zin door VWS/ZN. De uitwerking van iets wat nodig is, kan nooit het probleem zijn. Wat kan grenst immers aan wat moet. Van ons moet het! Anders kunnen huisartsen hun vak niet uitoefenen. En van VWS en ZN? Het lijkt alsof ION teveel een huisartsenspeeltje is. De waarde van de generalist die integrale zorg levert wordt onvoldoende (h)erkend. Binnen de ZVW past geen ION. Daar is "keuzevrijheid" is het sleutelwoord. Als minister Hoogervorst hierbij blijft, voorspellen wij een probleem (er nog bij). Zonder effectieve ION is overigens een positieve werking van EMD/EPD in de toekomst een illusie! [zie: 'Kafka in de zorg']

Hoe bereiken we deze doelen?

Om deze doelen te bereiken zal het volgende nodig zijn:

  1. Allereerst zullen we deze doelen, zo nodig nog verder onderbouwd met heldere argumentatie neer moeten leggen bij Zorgverzekeraars Nederland, bij het ministerie van VWS, het CVZ en het CTG/ZA(io).
  2. De weg naar een kortgeding. Zijn er huisartsen die WEL vroegtijdig en volgens afspraken declareerden en waarvan (veel) declaraties werden afgewezen door individuele zorgverzekeraars? Dit moet gebundeld worden, waarna de meest kansrijke juridische procedure bepaald wordt. Er is zeker een kans dat de rechter bepaalt dat de zaak vóór een bepaalde datum geregeld moet zijn. Een bodemprocedure moet de eis tot schadevergoeding bevatten. Te bespreken probleem met de rechter: het aanbod van de verzekeraars tot voorschot en het ontbreken van overeengekomen betaalvoorwaarden. Verder ligt formeel de betaalverplichting bij de patiënt, ook bij een naturapolis (WGBO). De patiënt is de juridische figuur. Met juristen moeten we een goed plan bedenken.
  3. Via onze relaties bij de Tweede Kamer fracties zullen we de politiek opnieuw en blijvend moeten informeren over de huidige en toekomstige stand van zaken en ontwikkelingen. Wij leveren zorg en komen het Vogelaar-akkoord na, maar wij hebben inmiddels een heus probleem met de tegenprestatie. Namelijk de betaling!
  4. Wij deponeren een klacht bij de Ombudsman over de gemaakte afspraken, de intenties en de schending daarvan.
  5. We deponeren een klacht bij de Ombudsman over het toenemen van de bureaucratie (is tegengesteld aan het beleden regeringsbeleid).
  6. Aangezien ziekenhuizen met hetzelfde probleem zitten betrekken we hierbij de KNMG en de Orde van Medisch Specialisten. We vragen hun openlijke steun. De medische noodzaak bepaalt het beleid. Dat geldt voor alle artsen. De patiënt vraagt een dienst en heeft de plicht tot betaling. Dat geldt zowel in de huisartsenpraktijk als in het ziekenhuis.
  7. We informeren bij deze actie de perifere PPCP’s, NPCF, en eventueel de consumentenbond. De voorgestelde bevoorschotting is (in juridische zin) niet acceptabel. Er is een groot probleem en degene die namens de verzekerden zorg inkoopt, verzaakt haar plichten. Wij zijn verplicht onze patiënten hierop te wijzen (WGBO). Met consequenties voor de huisartsen, ... en de patiënten.
  8. We zullen met welwillende regionale zorgverzekeraars deze problemen moeten aankaarten en zo mogelijk regionaal oplossen. Er zijn immers ook verzekeraars die wel willen luisteren en meedenken!
  9. Heldere publicaties in de media zijn nodig om de bevolking en de verzekerden te informeren over wat hen te wachten staat en hoe huisartsen het spannende jaar 2006 zijn begonnen.
  10. Het sturen van een persoonlijke brief aan de Minister.

Aan de slag!




Dit jaar al donateur van De Vrije Huisarts, collega? Meteen DOEN.