| 1. Ontwikkeling van werkduur en uurtarieven in de periode 1987-1998 | |||
| jaar | 1987/1988 | 1994 | 1998 |
| contactfrequentie zf patiënt | 3,41(1) | - | 4,37(2) |
| contactduur in minuten per consult per patiënt | 8,5(3) | - | 10,2(4) |
| totale consulttijd per zf patiënt per jaar in minuten | 29,985 | - | 44,574 |
| toename uur belasting per zf patiënt in periode '87/'88-'98 ('87/'88 = 100%) | 100% | - | 153,78% |
| totale consultduur voor het ziekenfondsdeel per week per fte huisarts in uren (zonder bijtelling van de diensturen) | 16.79 | - | 25,49 |
| toename totale consultduur voor het ziekenfonds per fte huisarts exclusief diensten | 100% | - | 157,03% |
| gemiddeld betaald honorarium per ziekenfondspatiënt | fl 99,73(5) | - | fl 131,62 |
| inflatie in periode '87-'98 | - | - | 28%(6) |
| gemiddeld valuteerbaar uurtarief indien het gecorrigeerd zou zijn voor inflatie | fl 206,44 | - | fl 264,25 |
| afname gemiddeld valuteerbaar uurtarief zònder inflatiecorrectie in procenten | 100% | - | 85,83% |
| afname gemiddeld valuteerbaar uurtarief mèt inflatiecorrectie in procenten | 100% | - | 57,82% |
| toename bruto inkomen in Nederland in procenten | 100% | - | 127%(7) |
| daling bruto inkomen huisartsen t.o.v. de rest van Nederland in procenten | 0% | - | 42,18% |
| duur werkweek in uren exclusief diensten | 50(8) | 56,7(9) | 58(10) |
| ontwikkeling werkweek in uren in Nederland | 40 | - | 36 |
| kostenniveau voor het ziekenfondsdeel per patiënt per jaar volgens CTG (11) | fl 42.30? | - | fl 57,16 |
| totale inkomensdaling voor het zfs- deel per jaar tov 1987 | - | - | f52.387,92 |
| 2 ontwikkeling van de totale werktijd exclusief diensten per fte huisarts | |||
| jaar | 1987/1988 | 1994 | 1998 |
| duur werkweek in uren exclusief diensten | 50(12) | 56,7(13) | 58(14) |
| ontwikkeling werkweek in uren in Nederland | 40 | - | 36 |
| 3 ontwikkeling per ziekenfondspatiënt bestede tijd | |||
| jaar | 1987/1988 | 1994 | 1998 |
| totale consultduur voor het ziekenfondsdeel per week per fte huisarts in uren | 16.79 | - | 25,49 |
| totale nascholing, overleg, organisatie en literatuur in uren | 13(15) | 17,2(16) | 17.2(17)? |
| nascholing, overleg, organisatie, literatuur voor het ziekenfondsdeel van de praktijk in uren | 7,93(18) | - | 10,84(19) |
| totale ziekenfondswerktijd per patiënt | 25,17 | - | 37,29 |
|
Voor tabellen zijn enkele rapporten en studies gebruikt, met name van het Nivel. Twee rapporten zijn in dit kader met name van belang: De eerste nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk en het LINH-jaarrapport 1998, resp betreffende de jaren 1987 en 1998 1. Groenewegen, P.P., D.H. de Bakker, J. van der Velden, Verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Basisrapport NS1. Utrecht, Nivel, 1992. terug 2. de Bakker, D.H. et al, jaarrapport LINH, Utrecht, Nivel 1999 terug 3. Bakker, D.H. de, M. Weide, D. Delnoij, Huisartsenzorg aan asielzoekers: naar een monitoring systeem. Utrecht, Nivel, 2000. terug 4. Bakker, D.H. de, Nivel, persoonlijke mededeling. Wat betreft de tijdsduur per contact: in '98 is er een in Europees verband internationaal vergelijkend onderzoek gedaan, hieraan deden in Nederland 44 huisartsen mee: consulten werden geklokt. De gemiddelde tijdsduur per consult werd gemeten op 10, 2. Bij de contactfrequentie zijn visites en telefonische consulten geïncludeerd. Om de totale werktijd te meten is de visitetijd bij de tijd voor telefonische consulten opgeteld en gemiddeld. Deze zijn derhalve in de genoemde 10,2 minuten verevend. terug 5. In 1987 waren er 7.473.926 patiënten op naam bij niet apotheekhoudende huisartsen ingeschreven. Er werd aan die huisartsen totaal fl 745.411.000,- uitbetaald als honorarium voor deze patiënten. Gemiddeld fl 99,73 per patiënt. (Gemiddeld, omdat er toen nog sprake was van een kostenknik; door uit te gaan van totale aantallen en bedragen, en dus gemiddelden uit te rekenen, wordt deze knik vereffend) (Bron: Jaarverslag Ziekenfondsraad 1987, financieel deel ) terug 8. Groenewegen, P.P., J. Hutten, De werkbelasting van Nederlandse huisartsen: resultaten van de Nationale Studie van Ziekten en Verrichtingen in de Huisartsenpraktijk. Medisch Contact, 1994, 49, 2, 55-60. (in 1987: 35 uur direct patiëntgebonden, 15 uur overige arbeid) terug 9. Homberg, P. Van den, Practice visits. Assessing and improving management in general practice. Proefschrift KUN, 1998. (36,5 uur directe pat contacten, 20,2 uur overige arbeid, exclusief diensten) terug 10. De totale patiëntgebonden tijd in 1998:(contactfrequentie x contactduur x aantal patiënten per praktijk) 3,9 x 10,2 x 2542 = 101120 minuten =1685 uur per jaar = (45 werkbare weken)= 37 uur en 30 minuten per week. Daarbij de 20,2 uur overige arbeid uit P. v.d. Homberg: samen: plm 58 uur. De toegenomen samenwerking zal meer tijd kosten; het is derhalve aannemelijk dat die 20,2 uur is toegenomen. Ook is het mogelijk dat de toename van de aan patiënten bestede tijd ten koste is gegaan van de facultatieve taken (bevallingen en keuringen). Waarvoor de huisarts dus inkomen heeft ingeleverd. Voor precieze data zal verder onderzoek moeten worden verricht. terug 11. Het CTG nam als praktijkkosten aan in 1987 (na de wir-verrekening) een bedrag van fl 99.418; dit is bij een normpraktijk van 2350 een bedrag van fl 42.30 per patiënt. In 1998 werden deze bedragen resp. fl 134.329,- en fl 57,16. terug 12. Groenewegen, P.P., J. Hutten, De werkbelasting van Nederlandse huisartsen: resultaten van de Nationale Studie van Ziekten en Verrichtingen in de Huisartsenpraktijk. Medisch Contact, 1994, 49, 2, 55-60. (in 1987: 35 uur direct patiëntgebonden, 15 uur overige arbeid) terug 13. Homberg, P. Van den, Practice visits. Assessing and improving management in general practice. Proefschrift KUN, 1998. (36,5 uur directe pat contacten, 20,2 uur overige arbeid, exclusief diensten) terug 14. De totale patiëntgebonden tijd in 1998:(contactfrequentie x contactduur x aantal patiënten per praktijk) 3,9 x 10,2 x 2542 = 101120 minuten =1685 uur per jaar = (45 werkbare weken)= 37 uur en 30 minuten per week. Daarbij de 20,2 uur overige arbeid uit P. v.d. Homberg: samen: plm 58 uur. De toegenomen samenwerking zal meer tijd kosten; het is derhalve aannemelijk dat die 20,2 uur is toegenomen. Ook is het mogelijk dat de toename van de aan patiënten bestede tijd ten koste is gegaan van de facultatieve taken (bevallingen en keuringen). Waarvoor de huisarts dus inkomen heeft ingeleverd. Voor precieze data zal verder onderzoek moeten worden verricht. terug 15. Groenewegen, P.P., J. Hutten, De werkbelasting van Nederlandse huisartsen: Resultaten van de Nationale Studie van Ziekten en Verrichtingen in de Huisartspraktijk. Medisch Contact, 1994, 49, 2, 55-60 terug 16. Homberg, P. Van den, Practice visits. Assessing and improving management in general practice. Proefschrift KUN, 1998. opm: vd Homberg maakt een onderscheid tussen al dan niet facultatieve uren. Het aantal facultatieve uren (waarin tijd voor bevallingen en keuringen) is plm 3 uur. De eerste nationale studie maakt dit onderscheid niet. Wanneer we de totale werktijd verminderen met de facultatieve uren, zal dat ook moeten gebeuren voor de data uit de eerste nationale studie. Mijn indruk is dat het aantal zgn facultatieve uren sinds de eerste nationale studie is afgenomen. Immers, terwijl de totale consultduur alleen voor de ziekenfondspraktijk tussen 87 en 98 is toegenomen met ruim 9 uur, voor de particuliere praktijk geldt een dergelijke groei, is de werkweek slechts toegenomen met 8 uur. Mijn indruk en ervaring is dat er sinds 1987 steeds minder in facultatieve (en dus valuteerbare ) taken wordt gestoken en ook in diè tijd dus minder wordt verdiend. terug 17. Een exact aantal uren is op dit moment niet bekend. Op basis van de ontwikkeling tussen '87/'88 en '98 (toename van deze tijd van 13 naar 17,2 uur, kan aangenomen worden dat deze tijd inmiddels is gestegen. De tweede nationale studie zal in de loop van 2002 uitwijzen hoeveel tijd in overleg, nascholing etc zal gaan zitten. En ten koste van welk werk dit is gegaan. terug |
Sitebeheer: Evertjan Hannivoort