21 april 2002
Een analyse door Stichting "De Vrije Huisarts"
Dossier Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)
Op 15 april 2002 kwam het CTG met een beschikking, dat de gestegen premies voor arbeidsongeschiktheid (AOG) in 2001 dienen te leiden tot een verhoging van de tarieven. Het voorstel, dat nu bij de demissionaire minister ligt, houdt in dat er voor alle vrije beroepsoefenaren op jaarbasis hiervoor een bedrag van 115 miljoen nodig is. De verhoging, indien geaccordeerd door de minister, zal ingaan op 1 juli 2002. (1)
Het huisartsendeel van deze 115 miljoen is 19 miljoen op jaarbasis en voor 2002 de helft hiervan. Dit komt neer op een bedrag van 3.010 per huisarts per jaar per normpraktijk, ofwel voor 2002, de helft daarvan, zijnde 1.505 erbij.
Hierdoor wordt het inkomen voorcalculatorisch 2002 verhoogd tot ( 92.482 + 1.505 = ) 93.987 en vanaf 1 juli 2002: 95.492 per jaar. (2)
Weliswaar komt de AOV vergoeding hiermee op Hay nivo (Hay: 17.377 NLG), maar Hay is altijd gepresenteerd als een integraal pakket: de verschillende componenten in het rapport Hay horen bij elkaar! In Hay wordt gesteld dat het in de markt gebruikelijk is het eerste jaar bij ziekte 100% van het inkomen uit te keren, inclusief de toeslagen. In het tweede jaar AOG wordt dit 90%, daarna tot pensioen 70% van het norminkomen onder aftrek van de WAZ uitkering.
Tot de huidige beschikking was er bij het CTG wat betreft de AOV vergoeding in het tarief nimmer een relatie met de individuele premie. Het is een landelijke norm in de tariefberekening. De Movir heeft in het voorjaar 2001 aan het CTG inzicht gegeven in de aard en achtergronden van de premieverhoging. (6)
Eerder heeft de stichting "De Vrije Huisarts" een bezwaarschrift bij het CTG ingediend tegen de systematiek voor premieberekening tot 2001. (7)
De cijfers in een tabel:
(3)
| JAAR | AOV vergoeding in tarief (normpraktijk) |
| 1998 | 7.255 NLG ( 3.292) |
| 1999 | 7.474 NLG ( 3.392) |
| 2000 | 7.783 NLG ( 3.532) |
| 2001 | 8.016 NLG ( 3.638) per jaar, tot 1 juli
+ 2.388 NLG (als compensatie 1999/2000 vanaf 1 juli 2001 per jaar) = 10.404 NLG ( 4.721) per jaar, ingaande 1 juli |
| 2002 |
4.721 per jaar, tot 1 juli
+ 3.010 (vanaf 1 juli 2002 per jaar, indien de minister accordeert!) = 7.731 per jaar, ingaande 1 juli |
Kommentaar:
De hoogte van de premie AOV wordt bepaald door de leeftijd, de duur van de wachttijd voor het begin van uitbetaling, de naam van de verzekeraar, de medische voorgeschiedenis van de verzekerde, het te verzekeren bedrag, de eindleeftijd en het schadebedrag wat de verzekeraar het jaar ervoor heeft moeten uitkeren. De originele gedachte is dat via een AOV de huisarts financieel gevrijwaard wordt van de nadelige gevolgen van AOG. (4)
Wordt hiermee bedoeld, het inkomen van de huisarts die AOG wordt of wordt hiermee bedoeld de kosten, die nodig zijn om alle werkzaamheden van de zieke huisarts over te nemen, onder andere de waarneming van de praktijk?
Wel nu, over de kans op AOG is genoeg geschreven. Tussen 1995 en 2000 is het aantal huisartsen dat AOG wordt met 10% toegenomen. Bij AOG is 12% van de huisartsen langer dan 1 jaar uit de running of keert helemaal niet meer terug in het werk. Dhr. Frijters, de directievoorzitter van de Movir, stelt dat 41% van de huisartsen in de gevarenzone zit voor burn out problematiek. Slechts 17% van de huisartsen is jonger dan 40 jaar (in 1986 was dat nog 52%!) en 60% is ouder dan 45 jaar waarbij ruim 2500 huisartsen nu ouder zijn dan 50. En we weten allemaal, juist wij, dat bij ouder worden de kans op uitval toeneemt. (5)
Zorgelijk is voorts dat de revalidatie sterk afneemt (over de afgelopen 5 jaar bijna gehalveerd) en dat AOG zich op steeds jongere leeftijd manifesteert. De gemiddelde leeftijd van huisartsen die AOG worden bij mannen is sinds 1995 van 54 naar 48 jaar gedaald en bij vrouwen van 45 naar 41 jaar. (6)
Met deze gegevens van een stijgende prevalentie van AOG onder huisartsen is het begrijpelijk dat de premie AOV toeneemt. Na een premiestijging van 30% in 1999, 25% in 2000, varieerde de stijging in 2001 tussen de 100 en 300%.
Kijken we naar wat een waarnemer kost, dan zitten we op jaarbasis rond de 91.000. Om dit bedrag te verzekeren kom je globaal tot een jaarpremie AOV van 5.500 bij een 34 jarige, van 10.500 bij een 44 jarige, van 16.000 bij een 54 jarige tot 16.600 voor een 60 jarige. Ofwel, die wordt hoger naarmate je ouder wordt, en juist dan is de kans op AOG groter, juist dan is de premie AOV onbetaalbaar. En, zoals gesteld, het eerste jaar is cruciaal, zowel voor de reïntegratie, als voor de continuiteit van de praktijk.
We zien dus dat de huidige CTG vergoeding wel op het "niveau Hay" is gekomen, maar voor oudere huisartsen deze vergoeding niet toereikend is, om in een AOV polis de kosten van waarneming bij AOG te dekken. De huisarts heeft dan de keuze: óf deel van de premie betalen uit het inkomen, wat ook nog eens niet herijkt is, óf risicos nemen en zich voor een lager bedrag te verzekeren, óf zich helemaal niet verzekeren.
De startende huisartsen daarentegen ontvangen, indien de maatregel doorgaat, iets meer dan ze betalen. Kunnen zij dit surplus niet gebruiken voor de vorming van een reserve voor later?
In 2001 hebben huisartsen om de premie toch betaalbaar te houden hun daguitkering verlaagd en/of hun eindleeftijd vervroegd. Zo'n verlaagd bedrag is mogelijk onvoldoende om waarneming te betalen, terwijl je dit bedrag na je 45-ste weer moeilijk, indien betere tijden aanbreken, kunt verhogen. Verder zijn de premies AOV voor starters gebaseerd op het ontbreken van een medische voorgeschiedenis. Wat de konsekwenties kunnen zijn als er wel een medische voorgeschiedenis is, is bijvoorbeeld te lezen in het aprilnummer 2002 van "de Huisarts". (8)
De ingangsdatum van 1 juli 2002 betekent, dat gemiddeld 7200 huisartsen in Nederland hun premieverhoging 2001 gedurende 1,5 jaar uit hun inkomen hebben betaald. De minister, die in haar brief DBO-HM-2143171 van 14 februari 2001 beloofd heeft huisartsen te compenseren voor de gestegen premies, heeft bij accordering van dit CTG voorstel, deze belofte geschonden.
Huisartsen moeten zich inzetten om de groeiende disbalans tussen werkbelasting en draagkracht op te heffen. Daarnaast moeten zij zich kunnen verzekeren tegen AOG, waarbij de daarvoor noodzakelijke premie in de tarieven moet worden doorberekend. De aanpak van AOG bij huisartsen is maatwerk. Ook voor vergoeding van een AOV premie zal beleid en maatwerk nodig zijn, zeker ten behoeve van de oudere huisartsen.
Bronnen: