26 september 2002
Rapport
Verruiming flexizorgregeling
Op 26 september 2002 uitgebracht aan Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Publicatienummer 121
Uitgave: College voor zorgverzekeringen
Postbus 3961180 BD
Amstelveen
Fax (020) 64 73 494
E-mail info@cvz.nl
Internet www.cvz.nl
Document Afdeling Auteur
Cuv00819 FPZ Mw. drs. M. Vermarke
Doorkiesnummer Tel. (020) 34 75 490
Bestellingen
Extra exemplaren kunt u bestellen via onze website (www.cvz.nl) of telefonisch bij de servicedesk onder nummer (020) 34 75 888.
Inhoud:
Samenvatting
1. Inleiding
2. Belemmeringen huidige regeling
3. Overwegingen
4. Vormgeving verruimde regeling
5. Inhoud verruimde regeling
6. Regeling 'initiatiefruimte ziekenfondsverzekering'
7. Vervolg
Bijlage(n)
1. Brief van de minister van VWS van 6 juni 20022.
2. Tekst subsidieparagraaf initiatiefruimte ziekenfondsverzekering en bijbehorende toelichting
Samenvatting
Verzoek minister
Op verzoek van de voormalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport rapporteert het CVZ over de verruiming van de zogenoemde flexizorgregeling, waarvan de officiële titel luidt: Subsidieregeling vervangende hulp alsmede organisatie- en coördinatiekosten zorgvernieuwing ziekenfondsverzekering.
Evaluatieonderzoek CVZ
Aanleiding tot het verzoek is onder meer het evaluatieonderzoek over de regeling dat het CVZ heeft gehouden in het najaar van 2001.Op 21 december 2001 heeft het CVZ het eindrapport daarover aan de minister uitgebracht met de resultaten van dit onderzoek.Eén van de conclusies is, dat de zorgverzekeraars slechts in geringe mate van de flexizorgregeling gebruikmaken vanwege de vermeende financiële risico's die zij lopen, omdat pas in een laat stadium – achteraf – geoordeeld wordt of de betreffende uitgaven verantwoord zijn.
Verruiming flexizorgregeling
Om de regeling aantrekkelijker te maken voor de zorgverzekeraars en om beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de aanloop naar een nieuw zorg- en verzekeringsstelsel wenst de minister de flexizorgregeling op korte termijn te verruimen. Op de wat langere termijn streeft zij naar een structurele oplossing binnen de ziekenfondsverzekering.
Regeling initiatiefruimte ziekenfondsverzekering
Het CVZ doet een voorstel voor verruiming van de flexizorgregeling en beveelt als nieuwe naam daarvoor aan: Regeling initiatiefruimte ziekenfondsverzekering.De doelstelling daarvan is breder dan de huidige flexizorgregeling, namelijk de zorgverzekeraars mogelijkheden te bieden voor het nemen van zorgvernieuwende initiatieven met als doel het opzetten en financieren van projecten die een doelmatige uitvoering van de ziekenfondsverzekering bevorderen.Het subsidieplafond kan worden verhoogd van 3% tot 5% van het variabele verstrekkingenbudget van de zorgverzekeraar.Om een idee te geven over welke bedragen het gaat, hierbij een berekening op basis van de budgetten 2002: de initiatiefruimte van 5% zou dan een bedrag hebben opgeleverd van ruim 550 miljoen euro (5% van 11 miljard euro).Aan de subsidieverlening zijn voorwaarden verbonden, die ruim geformuleerd zijn en in de praktijk nader ingevuld moeten worden. Een belangrijk criterium is het bevorderen van de doelmatigheid van de uitvoering van de ziekenfondsverzekering. Daaronder wordt óók verstaan het oplossen van knelpunten in de zorg met als gevolg dat verzekerden hun zorgaanspraken kunnen realiseren, indien dat zonder de zorgvernieuwingsactiviteit niet mogelijk zou zijn geweest.
Systematiek:Beoordeling en vaststelling subsidie
De zorgverzekeraar stelt voor zichzelf vooraf een zogeheten activiteitenplan vast, dat een overzicht bevat van de voorgenomen zorgvernieuwingsactiviteiten en de daarmee nagestreefde doelstellingen, alsmede de termijn waarop resultaat wordt verwacht. Op basis van het toegekende verstrekkingenbudget voor het betreffende jaar kan de zorgverzekeraar berekenen welk bedrag voor de 5% initiatiefruimte beschikbaar zal zijn. Een aanvraag voor subsidieverlening (aan het begin van het jaar) is niet nodig.
De aanvraag tot subsidievaststelling wordt tegelijk met de jaarstukken (jaarstaten, financieel verslag en uitvoeringsverslag) voor de uitvoering van de ziekenfondsverzekering over het desbetreffende jaar ingediend. Daarbij overlegt de zorgverzekeraar het vooraf vastgestelde activiteitenplan. In het uitvoeringsverslag wordt verantwoording afgelegd in hoeverre de doelstelling is gerealiseerd die met de zorgvernieuwingsactiviteit werd beoogd.Het CVZ stelt de subsidie vast nadat het College Toezicht Zorgverzekeringen (CTZ) zijn oordeel over het voldoen aan de subsidievoorwaarden en het gevraagde bedrag aan het CVZ heeft kenbaar gemaakt.
Platform CVZ
Het CVZ zal de ontwikkelingen vanaf de inwerkingtreding van de verruimde regeling actief volgen.Het CVZ zal de zorgverzekeraars zonodig faciliteren en stimuleren om de geboden mogelijkheden optimaal te benutten, bijvoorbeeld door als platform te fungeren waar zorgverzekeraars hun ervaringen kunnen uitwisselen.In ieder geval zal het CVZ een startbijeenkomst organiseren voor zorgverzekeraars om de nieuwe regeling toe te lichten.
Evaluatie 2004
Na een jaar zal het CVZ bovendien de regeling evalueren om te bezien of de subsidiecriteria aanpassing behoeven. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan rapporteert het CVZ vervolgens aan de minister over de voortzetting danwel een mogelijke structurele inbedding van de regeling initiatiefruimte in de ziekenfondsverzekering.
1. Inleiding
Bij brief van 6 juni 2002 heeft de voormalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport meegedeeld het van belang te achten dat nog dit jaar een instrument beschikbaar komt dat zorgverzekeraars meer mogelijkheden biedt voor het opzetten en financieren van projecten op het vlak van doelmatige zorgverlening. De Minister vraagt het CVZ aan te geven hoe kan worden voorzien in een dergelijk instrument, waarbij zij de volgende gefaseerde aanpak in gedachten heeft. Bedoelde brief is als bijlage bijgevoegd (bijlage 1).
Vraagstelling minister
In de eerste plaats wenst de Minister op korte termijn een verruiming in de huidige flexizorgregeling door te voeren. Daarvoor dient het CVZ in kaart te brengen in hoeverre de criteria in de regeling – het gaat dan in het bijzonder om de begrippen vervangende zorg, coördinatie- en organisatiekosten en de uitleg die daaraan wordt gegeven – belemmerend werken. In de visie van de Minister mogen ziekenfondsen zorginitiatieven financieren die op een vernieuwende manier uitvoering geven aan een bepaalde verstrekking, met als doel het bereiken van meer doelmatigheid.
In de tweede plaats acht de Minister het van belang om op termijn, in plaats van de huidige subsidieregeling, in de reguliere ziekenfondsverzekering een voorziening te treffen op basis waarvan ziekenfondsen de ruimte krijgen voor vernieuwende, doelmatigheidsbevorderende zorginitiatieven.
Toelichting huidige regeling
De huidige regeling 'vervangende hulp alsmede coördinatie- en organisatiekosten zorgvernieuwing ziekenfondsverzekering' (ook wel kort aangeduid met flexizorgregeling) bestaat uit twee onderdelen. Het onderdeel vervangende hulp beoogt de doelmatigheid van de zorgverlening te verhogen en zorg-op-maat aan de verzekerden te bieden. Het onderdeel coördinatie- en reorganisatiekosten zorgvernieuwing heeft tot doel zorgvernieuwing te bevorderen, met name gericht op het beter op elkaar afstemmen van verschillende verstrekkingen.Voor de financiering van de initiatieven krachtens deze regeling kan de verzekeraar over 3% van het variabele deel van zijn verstrekkingenbudget van de ziekenfondsverzekering beschikken.
Termijnen
Over de verruiming van de flexizorgregeling op korte termijn wenst de Minister uiterlijk in september 2002 een rapportage te ontvangen. Het eindrapport over inbedding in de reguliere ziekenfondsverzekering verwacht de Minister begin 2003.
2. Belemmeringen huidige regeling
Evaluatieonderzoek CVZ
Op 20 december 2001 heeft het CVZ een rapport uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de subsidieregeling vervangende hulp alsmede coördinatie- en organisatiekosten zorgvernieuwing. Dit rapport was gebaseerd op het evaluatieonderzoek door het CVZ naar het gebruik van de subsidieregeling door de verzekeraars en hun ervaringen bij de toepassing van de regeling.
Uitkomsten
De regeling blijkt in de praktijk vragen op te roepen over welke initiatieven nu eigenlijk onder de regeling vallen. Men vindt de regeling niet duidelijk en moeilijk te doorgronden. Dit geldt met name voor de belangrijkste criteria daarin, verwoord als 'vervangende hulp en coördinatiekosten'.Met vervangende hulp wordt bedoeld dat de zorgverlening moet gaan om hulp die in de plaats komt van een reguliere verstrekking waarvoor een verzekerde geïndiceerd is.In het kader van de coördinatie- en organisatiekosten betekent het begrip coördinatiekosten dat deze kosten betrekking moeten hebben op het beter op elkaar afstemmen van verstrekkingen. Er is dus altijd meer dan één verstrekking in het geding.
Het grootste knelpunt evenwel vinden de zorgverzekeraars het toezicht op de regeling, achteraf door het CTZ.Dit toezicht creëert naar hun mening een te lange periode van onzekerheid. De zorgverzekeraars zeggen daardoor financiële risico's te lopen en dit weerhoudt hen om op grote schaal van de regeling gebruik te maken, zo geven zij aan.
Signalen uit de praktijk
Ook uit de vragen die bij het CVZ binnenkomen, blijkt dat verzekeraars soms graag de regeling zouden willen toepassen, maar dat de criteria dat belemmeren. Met name op het gebied van de huisartsenzorg bestaat dringend behoefte aan een regeling die de verzekeraars meer ruimte biedt om aan de wensen van het veld tegemoet te komen. Bijvoorbeeld als het er om gaat huisartsen extra te belonen als zij doelmatig medicijnen voorschrijven. De minister signaleert deze ontwikkelingen eveneens in haar brief van 6 juni 2002. Zij noemt als voorbeelden het inrichten van zogeheten callcenters voor huisartsen en de inzet van verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk.
Gering gebruik
Omdat de regeling onduidelijk wordt bevonden en omdat verzekeraars zich terughoudend opstellen vanwege de vermeende financiële risico's, wordt slechts in geringe mate van de subsidieregeling gebruik gemaakt. Voorts kan geconstateerd worden dat de regeling niet geheel aansluit bij de wensen die in het veld leven.
3. Overwegingen
Voortzetting en aanpassing huidige regeling
Ondanks het feit dat van de huidige subsidieregeling dus weinig gebruik wordt gemaakt, vinden zorgverzekeraars de mogelijkheid om zaken te financieren waarin de wettelijke regelingen niet voorzien, zinvol.Naar het oordeel van het CVZ dient de ingeslagen weg vervolgd en gestimuleerd te worden. Als eerste moeten de ervaren belemmeringen worden opgeruimd.Voorts dient de speelruimte voor zorgverzekeraars vergroot te worden. Meer mogelijkheden zullen de verzekeraars hopelijk aansporen tot het nemen van meer initiatieven.
Nieuw stelsel
Welk doel moeten deze initiatieven dienen?Zoals de voormalige minister in haar brief ook al aangeeft, staat het zorg- en verzekeringsstelsel aan de vooravond van een ingrijpende wijziging. Deze zal vooral leiden tot een wijziging in de bestaande verantwoordelijkheidsverdeling tussen enerzijds overheid en anderzijds verzekerden, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Deze wijziging leidt van een aanbodgestuurd systeem naar een vraaggestuurd systeem. Zorgverzekeraars zullen dan de vraag van verzekerden moeten omzetten in concrete producten. Om hieraan te kunnen voldoen hebben zorgverzekeraars instrumenten nodig. De instrumenten waarover zij beschikken in het huidige zorg- en verzekeringsstelsel zijn niet voldoende. Het is daarom van belang dat zorgverzekeraars in de huidige overgangsperiode mogelijkheden krijgen en ook benutten om ervaring op te doen met de voorgenomen nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden.
Het CVZ meent dat het bestaande 'flexizorg'-instrument kan worden aangepast om op de beoogde situatie in te spelen.De zorgverzekeraar dient daartoe meer ruimte te krijgen om te kunnen differentiëren in het zorgaanbod. Zelfs ruimte om te mogen mislukken.
Art. 43b, vierde lid ZFW
Het CVZ kiest dus voor het blijven hanteren van een subsidieregeling, ook al attendeert de minister op een andere mogelijkheid, namelijk artikel 43b, vierde lid, van de Ziekenfondswet. Deze bepaling maakt het mogelijk om 'niet-verantwoorde' uitgaven voor zorgvernieuwing achteraf toch ten laste van de wettelijke verzekering te brengen.Voordat het CVZ hierop ingaat, geeft hij eerst de achtergrond van dat artikel weer.
De niet-verantwoorde uitgaven van een ziekenfonds dienen buitenBeschouwing te worden gelaten bij de bepaling van het saldo van baten en lasten over een boekjaar. Artikel 43b, vierde lid, tweede volzin, brengt dit tot uitdrukking, maar schept tegelijk de mogelijkheid om van deze regel af te wijken. Als het CTZ oordeelt dat bepaalde uitgaven niet noodzakelijk waren en dus niet-verantwoord, kan het CTZ bepalen dat deze niet-verantwoorde uitgaven in uitzonderingsgevallen toch ten laste mogen worden gebracht van de wettelijke middelen (wettelijke reserve Zfw). In de Memorie van toelichting bij de Wet maximering reservers ziekenfondsen is de volgende toelichting opgenomen: "Bij het toenemen van de mogelijkheden om de wet flexibel uit te voeren (zorg op maat) zullen zich de komende jaren mogelijk in toenemende mate gevallen voordoen, waarbij niet vooraf, bij het opstellen van de regelgeving, scherp valt vast te stellen hoe de grenzen van nieuwe regelgeving moeten worden bepaald. Natuurlijk zal eraan worden gewerkt om die bestuurlijke helderheid vooraf te geven. Zonder twijfel zal het desondanks in de praktijk enkele malen voorkomen dat ziekenfondsen in de overtuiging zich binnen de regels met zorgvernieuwende activiteiten te hebben beziggehouden, daarbij – achteraf beoordeeld – aan de verkeerde kant van de grens uitkomen. In die gevallen zal de toezichthouder tot het oordeel kunnen komen dat de met die activiteiten gemoeide uitgaven niet-verantwoord zijn. Indien daaraan de consequentie zou zijn verbonden dat de betreffende uitgaven door het ziekenfonds niet ten laste van de middelen van de wettelijke verzekering mogen worden gefinancierd, zal daarvan een ernstig ontmoedigende werking kunnen uitgaan op initiatieven tot zorgvernieuwing van de kant van ziekenfondsen. De in het vierde lid van artikel 43b opgenomen afwijkingsmogelijkheid is dan ook onder andere bedoeld om de door de overheid gewenste impulsen tot zorgvernieuwing verenigbaar te houden met het eveneens gewenste sluitende systeem van toezicht.".
Zoals ook uit de Memorie van toelichting blijkt, kan artikel 43b, vierde lid, van de Ziekenfondswet beschouwd worden als uitzonderingssituatie. Overigens heeft de voormalige minister van VWS in haar brief van 5 juli 2002 aan de Tweede Kamer nog eens bevestigd, dat het CTZ de bevoegdheid heeft onder door hem te bepalen condities de kosten van zorgvernieuwingsactiviteiten toch ten laste van de wettelijke middelen te aanvaarden. Toepassing van artikel 43b, vierde lid, van de Ziekenfondswet geeft zorgverzekeraars dus in beginsel mogelijkheden om voor rekening van de ziekenfondsverzekering activiteiten te ontplooien om zich voor te bereiden op de komende veranderingen.Echter, beoordeling ingevolge artikel 43b, vierde lid, van de Ziekenfondswet vindt altijd achteraf plaats. Bij het nemen van een initiatief blijft de zorgverzekeraar geconfronteerd met de vraag welk financieel risico hij loopt. Uiteraard kan de onzekerheid voor een belangrijk deel ongedaan gemaakt worden met door het CTZ te stellen beleidsregels.De zorgverzekeraar heeft echter in de praktijk behoefte aan een structurele regeling die vooraf initiatiefruimte geeft.
Gaat het bij artikel 43b, vierde lid ZFW om de uitzondering, bestuurlijke helderheid vooraf is natuurlijk de regel.Daarom acht het CVZ een structurele regeling binnen de ziekenfondswet onontbeerlijk, als instrument voor verzekeraars om op te treden als regisseur in de aansturing van de zorg.Een structurele regeling binnen het verstrekkingenbudget betekent wijziging van de Ziekenfondswet. Een wetswijziging kost echter tijd. Het subsidie-instrument biedt wel de mogelijkheid om op korte termijn de voorwaarden vooraf te formuleren. De doelstelling moet dan wel worden verbreed, naar zorgvernieuwing en doelmatigheid in het bijzonder.Zorgverzekeraars kunnen dan onder voorwaarden een vooraf vastgesteld maximaal percentage van hun variabele verstrekkingenbudget besteden aan zorgvernieuwende activiteiten die binnen de bestaande regelgeving niet voor financiering ten laste van de wettelijke verzekering in aanmerking komen.
Platform
Het CVZ beschouwt deze verruiming van de regeling als een experiment. Er is voor gekozen om de criteria ruim te formuleren, zodat verzekeraars daadwerkelijk de mogelijkheid krijgen om initiatieven te nemen. Vervolgens zal het CVZ actief volgen hoe deze criteria in de praktijk ingevuld worden.Het CVZ zal de zorgverzekeraars zonodig faciliteren en stimuleren om de geboden mogelijkheden optimaal te benutten.Het CVZ zal daartoe regelmatig zorgverzekeraars benaderen en naar hun ervaringen vragen.Voorts stelt het CVZ zich voor om als platform te fungeren en bijeenkomsten te organiseren waar zorgverzekeraars hun ervaringen kunnen uitwisselen alsmede oplossingen voor eventuele knelpunten kunnen bespreken.Zo zal het CVZ in ieder geval een startbijeenkomst organiseren voor zorgverzekeraars om de nieuwe regeling toe te lichten.
Evaluatie 2004
In het verlengde hiervan wenst het CVZ de nieuwe regeling een jaar na inwerkingtreding, inhoudelijk te evalueren. Aandachtspunt zal dan met name zijn of de criteria in de regeling voldoen of dat bijstelling daarvan nodig is. Deze evaluatie kan naar het oordeel van het CVZ bovendien een belangrijke input leveren voor de structurele voorziening in de ziekenfondsverzekering, zoals in een later stadium beoogd.
WTG
Evenals de huidige subsidieregeling dient ook de nieuwe regeling buiten het toepassingsgebied van de WTG te blijven.Het CVZ attendeert er op, dat dit betekent dat het Vrijstellingsbesluit WTG zal moeten worden aangepast in verband met de wijziging van de subsidieregeling.Van belang blijft een goede informatievoorziening richting het CTG en afstemming c.q. overleg tussen CVZ en CTG over 'flexizorg'zaken die in feite een tariefsaangelegenheid betreffen en dus beter via het CTG geregeld kunnen worden.
4. Vormgeving verruimde regeling
Regeling initiatiefruimte ziekenfonds-verzekering
Om een nieuw elan te stimuleren bij de verzekeraars en om de verbreding van de doelstelling van de regeling te accentueren, stelt het CVZ voor de verruimde flexizorgregeling een nieuwe naam te geven, en wel de 'Regeling initiatiefruimte ziekenfondsverzekering'.
Verruiming subsidieplafond
Jaarlijks wordt per verzekeraar het subsidieplafond vastgesteld.Het CVZ stelt voor dit subsidieplafond te verhogen tot 5%, in de verwachting dat ook een verruiming op dit punt de verzekeraars tot meer initiatieven zal verleiden.Het subsidieplafond bedraagt dan 5% van het variabele deel van het toegekende budget ingevolge de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Ziekenfondswet, zoals dat is vastgesteld voor het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.Om een idee te geven over welke bedragen het gaat, hierbij een berekening op basis van de budgetten 2002: de initiatiefruimte van 5% zou dan een bedrag hebben opgeleverd van ruim 550 miljoen euro (5% van 11 miljard euro).Voor alle duidelijkheid benadrukt het CVZ op deze plaats, dat verhoging van het subsidieplafond voor de zorgvernieuwingsinitiatieven geen verhoging van het verstrekkingenbudget van de zorgverzekeraar inhoudt.
Systematiek: beoordeling en vaststelling subsidie
De start van een project hoeft niet meer worden gemeld bij het CVZ. Wel dient de zorgverzekeraar voor zichzelf vooraf een zogeheten activiteitenplan vast te stellen dat een overzicht bevat van de voorgenomen zorgvernieuwingsactiviteiten en de daarmee nagestreefde doelstellingen, alsmede de termijn waarop resultaat wordt verwacht. Op basis van het toegekende verstrekkingenbudget voor het betreffende jaar kan de zorgverzekeraar berekenen welk bedrag voor de 5% initiatiefruimte beschikbaar zal zijn. Een aanvraag voor subsidieverlening (aan het begin van het jaar) is niet nodig. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt tegelijk met de jaarstukken (jaarstaten, financieel verslag en uitvoeringsverslag) voor de uitvoering van de ziekenfondsverzekering over het desbetreffende jaar ingediend. Daarbij overlegt de zorgverzekeraar het vooraf vastgestelde activiteitenplan. In het uitvoeringsverslag wordt verantwoording afgelegd in hoeverre de doelstelling is gerealiseerd die met de zorgvernieuwingsactiviteit werd beoogd.Het CVZ stelt vervolgens de subsidie vast, nadat het CTZ zijn oordeel over het voldoen aan de subsidievoorwaarden en over het gevraagde bedrag aan het CVZ heeft kenbaar gemaakt.
5. Inhoud verruimde regeling
Doelstelling
De vernieuwde subsidieregeling beoogt verzekeraars mogelijkheden te bieden voor het nemen van zorgvernieuwende initiatieven in het kader van de ziekenfondsverzekering met als doel het opzetten en financieren van projecten die een doelmatige uitvoering van de ziekenfondsverzekering bevorderen.
Doelmatigheid
Een belangrijk toetsingscriterium is het behalen van doelmatigheidswinst, ook bijvoorbeeld in het grensvlak van eerste en tweede compartiment. Met doelmatigheidswinst wordt bedoeld dat de kosten in redelijke verhouding dienen te staan tot het met de zorgvernieuwingsactiviteiten te bereiken doel. Daaronder wordt ook begrepen het oplossen van knelpunten in de zorg met als gevolg dat verzekerden hun zorgaanspraken kunnen realiseren, hetgeen zonder de zorgvernieuwingsactiviteit niet mogelijk zou zijn geweest.De overige criteria zijn (bijna) identiek aan de flexizorgregeling, daarop wordt in het volgende hoofdstuk nader ingegaan.
Overige aspecten van verruiming
Het voorgaande houdt in, dat het begrip vervangende hulp komt te vervallen, maar zorg-op-maat voor een individuele verzekerde blijft mogelijk. Met het vervallen van het begrip vervangende hulp verdwijnt ook de voorwaarde dat het moet gaan om hulp die niet voldoet aan de omschrijving van een ziekenfondsverstrekking of AWBZ- aanspraak. Dit maakt het mogelijk om in een project ook reguliere kosten ingevolge Ziekenfondswet of AWBZ mee te nemen in het subsidietraject. Vanzelfsprekend blijft het verstrekkingenbudget van de zorgverzekeraar het kader waarbinnen dit plaatsvindt.Dubbele financiering is natuurlijk uitgesloten.
De beperking van de hulpverlening tot het grondgebied van Nederland is opgeheven.
Het begrip coördinatiekosten komt eveneens te vervallen. Het hoeft dus niet langer te gaan om het beter op elkaar afstemmen van verschillende verstrekkingen. Ook de vernieuwende uitvoering van één bepaalde verstrekking valt onder de toekomstige regeling. Voorts kan een zorgverzekeraar de subsidie voortaan ook uitbetalen aan een natuurlijke persoon in plaats van uitsluitend aan een rechtspersoon.
Overeenkomsten/Toelatingen
Het vereiste dat de zorgvernieuwingsactiviteit overeenkomstig het systeem van de wet wordt verleend door gecontracteerde zorgaanbieders – en voor zover het instellingsgebonden zorg betreft door toegelaten instellingen -, kan de ontwikkeling van zorgvernieuwende activiteiten in de weg staan. Daarom blijft gehandhaafd dat deze eisen niet worden gesteld.
6. Regeling 'initiatiefruimte ziekenfondsverzekering'
Subsidieregeling
Het CVZ adviseert de subsidieregeling vervangende hulp alsmede coördinatie- en organisatiekosten zorgvernieuwing ziekenfondsverzekering te vervangen door de subsidieregeling 'Initiatiefruimte ziekenfondsverzekering'. Een tekstvoorstel met toelichting daarop is bijgevoegd als bijlage 2.De regeling voorziet in een subsidie aan zorgverzekeraars ter dekking van de kosten van zorgvernieuwingsactiviteiten, met als doel het bevorderen van een doelmatige uitvoering van de ziekenfondsverzekering.In het kort ziet de regeling er als volgt uit.
Toetsingscriteria
Subsidie-uitkeringen worden getoetst aan de voorwaarden die in de regeling zijn vastgelegd, onder meer het realiseren van doelmatigheidswinst binnen een redelijk te achten termijn. Hieronder wordt eveneens begrepen het oplossen van knelpunten in de zorg met als gevolg dat verzekerden hun zorgaanspraken kunnen realiseren, indien dat zonder de zorgvernieuwingsactiviteit niet mogelijk zou zijn geweest.
Andere belangrijke voorwaarden zijn:
Vaststelling subsidie
De aanvraag tot subsidievaststelling wordt tegelijk met de jaarstukken (jaarstaten, financieel verslag en uitvoeringsverslag) voor de uitvoering van de ziekenfondsverzekering over het desbetreffende jaar ingediend. Daarbij overlegt de zorgverzekeraar het activiteitenplan dat inzicht geeft in de wijze waarop aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Tevens doet de zorgverzekeraar verslag over de mate waarin deze er in is geslaagd de beoogde doelmatigheidswinst te behalen en over het gebruik en de besteding van de subsidie.De doelmatigheidswinst behoeft niet meteen het eerste jaar volledig gerealiseerd te zijn, maar daaraan zal toch een redelijke termijn moeten worden gesteld. Als bijvoorbeeld een project er na 2 à 3 jaar niet in slaagt het beoogde doel te bereiken, zal daaraan een conclusie moeten worden verbonden.Bedoeld verslag is trouwens onderdeel van het uitvoeringsverslag.Het CVZ stelt vervolgens de subsidie vast, nadat het CTZ zijn oordeel over het voldoen aan de subsidievoorwaarden en over het gevraagde bedrag aan het CVZ heeft kenbaar gemaakt.Het CTZ zal bij zijn toezichthoudende taak op (het functioneren van de) zorgverzekeraars vanzelfsprekend ook de wijze betrekken waarop een zorgverzekeraar met de subsidieregeling omgaat.
7. Vervolg
Termijn
Wat betreft het vervolg vraagt de minister om begin 2003 het eindrapport uit te brengen. Dit eindrapport zou een voorstel moeten bevatten voor een structurele voorziening in de ziekenfondsverzekering voor de zorgvernieuwingsactiviteiten.Echter, gelet op de evaluatie die het CVZ voorstelt begin 2004 te houden van de initiatiefruimte regeling, meent het CVZ dat dit tijdstip te vroeg is. Het CVZ geeft er de voorkeur aan, dat eerst de resultaten van de evaluatie in 2004 worden afgewacht voordat verdere stappen worden gezet. Op basis van de evaluatie-uitkomsten kunnen nadere beslissingen worden genomen over de voortzetting danwel een mogelijke structurele inbedding van de regeling initiatiefruimte in de ziekenfondsverzekering.
Bij de evaluatie zal blijken of de ruimte die de regeling biedt voldoende is en of deze maximaal wordt benut.Het is nu aan de verzekeraars om van de regeling een succes te maken.Samen met Zorgverzekeraars Nederland zal het CVZ het gebruik van de regeling faciliteren en stimuleren.
College voor zorgverzekeringen
L. de Graaf, Voorzitter
mr. J.L.P.G. van Thiel, Algemeen Directeur