Hits:

De Tweede Nationale Studie, maar dan ...

een DVH analyse.

22 april 2004

"Tweede Nationale Studie
naar ziekten en verrichtingen
in de huisartspraktijk"

  1. Klachten en aandoeningen (pdf)
  2. Huisartsenzorg: wat doet de poortwachter? (pdf)
  3. Een kwestie van verschil (pdf)
  4. Kwaliteit huisartsenzorg (pdf)
  5. Huisarts-Patiënt communicatie (pdf)
  6. De werkbelasting van huisartsen (pdf)




Commentaar LHV
gratis NIEUWE Adobe 6.0.1 PDF-reader


De Tweede Nationale Studie (NS2) actualiseert het beeld van de huisartsenzorg in Nederland.

In 6 hoofdthema’s worden de rol en de positie van de huisarts in kaart gebracht. De situatie van 1987 (NS1) wordt vergeleken met de situatie van 2001 (NS2). Als conclusies bij NS2 komen naar voren:

  1. Huisartsen zien in minder werktijd meer patiënten, ze werken efficiënter.
  2. Patiënten zijn vooral tevreden over de inhoud van de zorg (90%), minder over de organisatie van huisartsenzorg (78%)
  3. Huisartsen volgen bij 74% van hun werk de richtlijnen van de beroepsgroep
  4. Huisartsen communiceren met hun patiënten meer taakgericht, dus zakelijker
  5. Huisartsen handelen 96% van de contacten af zonder doorverwijzing
  6. Huisartsen zien patiënten uit alle lagen van de bevolking

Deze actuele momentopname van de huisartsenzorg is een goed ijkpunt voor de op handen zijnde veranderingen in de gezondheidszorg en de huisartsenzorg. Dat de organisatie van huisartsenzorg er minder goed uitkomt, is vooral jammer omdat aanpassing aan alle noodzakelijke aanstaande veranderingen juist dient te gebeuren door middel van een strak geleide organisatie.


Wat staat huisartsen te wachten?

  1. producttypering: huisartsenzorg wordt in kaart gebracht voor betere profilering
  2. prijstypering: wat zijn de productiekosten van huisartsenzorg? De marge bovenop deze kosten is afhankelijk van de kwaliteit en de mate van innovatie. En dan is de winst afhankelijk van de omzet. Dat huisartsen in 2001 bij NS2 een zakelijker inslag hebben, werd ook hoog tijd en is nog lang niet op het niveau dat het behoort te zijn.

    Immers:

    Particulier consulttarief
    [ consult-equivalent € 24,80 ]
    =
    inkomen + kosten

    werkbelasting [ in consult equivalenten ]


    Ziekenfonds abonnementstarief
    [ basis tarief € 76,20 ]
    =
    inkomen + kosten

    normpraktijk [ in aantal ingeschreven patiënten ]

    We zien dus dat:

    • bij toename van de werkbelasting het particulier tarief daalt! (particulier)
    • er geen relatie is tussen de prijs en het geleverde (kwaliteits) product (part/ZF)
    • er geen relatie is tussen de prijs en de gestegen consultfrequentie (ziekenfonds)

    De LINH contactfrequentie is gestegen van 5,7 (1996) naar 6,6 (2002). Dit extra werk is nooit betaald. In NS2 staat vermeld het aantal contacten tussen 2000 en 2010 nog eens met 7,4% zal gaan stijgen ... Zijn we voldoende wakker?

  3. externe factor: retoriek uit Den Haag. Het BKZ bedraagt 44,1 miljard euro, waarvan 7% is te beschouwen als eigen bijdrage. De 30 OESO landen besteden 8,5% aan zorg. Voor Nederland is dit 8,9%. Volgens de Ministers Zalm/Hoogervorst is dit percentage voldoende hoog. Met de Zalmnorm zijn de zorgkosten als onderdeel van de collectieve kosten gemaximeerd gedurende deze kabinetsperiode van B-II. Het EMU stabiliteitspact bepaalt dat het financieringstekort van de overheid maximaal 3% mag bedragen van het BBP. Kortom: extra geld voor de (huisartsen)zorg, is ook bij aangetoond meer werk (NS2) niet te verwachten. Verder stelt Minister Hoogervorst dat huisartsen "riant" verdienen. Het riante uurtarief van huisartsen is na aftrek van de kosten € 35,- per uur.
  4. externe factor: marktwerking. Op 1 zorgmarkt komt 1 financieringssysteem. Het beoogd doel is meer keuzevrijheid voor de klant. De 24 verzekeraars gaan concurreren op basis van hun nominale premie en hun verschil in polissen. Niet de medische urgentie bepaalt welke zorg de patiënt krijgt, maar het zorgaanbod wordt bepaald door de inhoud van zijn polis. Na 13 jaar "concurreren" is het prijsverschil tussen het goedkoopste en duurste basispakket € 143,- en ook na 13 jaar zit 77% van de verzekerden nog steeds bij hun historische ziekenfondsverzekeraar. De marktwerking werkt dus niet! Ook achter andere principes van de marktwerking moeten vraagtekens worden gezet. Meer zorgaanbieders in de 1e lijn zal zonder een centrale regie slechts leiden tot versnippering van zorg. Benchmarking en prestatie- indicatoren, horend bij marktwerking, worden niet alleen ingezet om een kwaliteitsbeleid uit te zetten, maar zullen vooral gebruikt worden om prestaties af te rekenen en het schaarse budget slechts (eerlijk) te verdelen onder de huisartsen die zich (wel) goed aan de ‘benchmark’ houden. En wie bepaalt de benchmark?
  5. externe factor: een nieuw financieringssysteem houdt in een scheiding van kosten en inkomen. Het tussenschot in de financiering conform Tabaksblat had de intentie aan beide zijden van dat schot de problemen fatsoenlijk te regelen. Aan de ene zijde betaling van de werkelijke kosten van innovatieve huisartsenzorg. Aan de andere zijde van het schot een inkomen volgens het principe van ‘loon naar werken’. We krijgen een verrichtingentarief gezien de uniformiteit van het stelsel en om (straks?) eigen bijdrages van verzekerden te kunnen innen. Het neutrale macrobudget conflicteert met de principes van Tabaksblat. Met een betere organisatie kun je geld verdienen, maar daar gaat wel een investering aan vooraf! De patiënten leggen in NS2 wat dat betreft wel de vinger op de zere plek. De gereguleerde marktwerking waar binnen het nieuwe verrichtingenstelsel zal functioneren, houdt in dat als de zorg wat meer kost, het niet kan worden uitgevoerd. De Minister geeft de tarieven pas vrij als het tekort is opgeheven. De Minister wil wel de lusten van de marktwerking (lage prijzen vastgesteld door zijn CTG), maar niet de lasten (hogere prijzen bij schaarste en vraagsturing 7x24 uur).
  6. externe factor: extramuralisering. Tussen 1985 en 2001 zijn 15.000 ziekenhuisbedden in Nederland verdwenen. De capaciteit van de verzorgingshuizen is tussen 1990 en 2001 gedaald met 33.000. Een beleid dat de staatssecretaris verder wil doorzetten. Door de huidige regeringsmaatregelen hebben 8500 gebruikers hun thuiszorg opgezegd. Het wordt overheidsbeleid om de huishoudelijke component van de thuiszorg volledig over te hevelen naar de gemeentes en uit het BKZ te halen. Onvoldoende (mantel)zorg voor patiënten zal altijd leiden tot medische problematiek!
  7. externe factor: verandering van het krachtenveld. De verzekeraar organiseert de zorg, regisseert de zorg en voert als private partij het beheer van de polissenmarkt. De verzekeraar bepaalt wie de poortwachter wordt en bepaalt waar de ondersteuningsgelden naar toe gaan. De verzekeraar bepaalt of van een bepaald medicijn de sterkte en/of de toedieningsvorm wel of niet wordt vergoed. Daarentegen is de POH financiering stopgezet, worden DHV’s ontmanteld en moet de LHV ontslaat 350 man ondersteunend personeel ontslaan. Dit is de nieuwe politiek.
  8. interne factor: het aantal solopraktijken, nu nog 40%, zal in de toekomst gezien de wensen van de toekomstige generatie dalen naar nagenoeg "nul".
  9. interne factor: de wens tot parttime werken. Op dit moment werkt 37% van de huisartsen parttime en 63% fulltime. Van de toekomstige huisartsen wil 77% parttime werken. Huisartsen willen gemiddeld 7 uur minder werken dan dat ze nu al gemiddeld doen ( 45 uur per week). Huisartsen willen gemiddeld dus een ‘gewone’ werkweek.
  10. interne factor: de wens tot kleinere praktijken. Van de praktijkzoekende huisartsen wil 33% een praktijk van maximaal 1750 patiënten. Slechts 14% van hen wil een praktijk van groter dan 2500. De gemiddeld gewenste praktijkomvang van de praktijkzoekende collega’s is…1900 patiënten. En dat in een tijd dat de "vakliteratuur" in gaat zetten met ondersteuning op schaalvergroting:
    • "Terschelling": januari 2004: 3500 patiënten
    • Menzis huisartsenmodule: 3916 patiënten
    • Bas Vos in MC: [met ondersteuning] 3300 patiënten
  11. interne factor: de feminisering van de beroepsgroep. Vrouwelijke huisartsen zijn relatief vaker HIDHA, willen relatief vaker parttime werken en willen geen solopraktijk. Nu is 24% van de gevestigde huisartsen vrouw, van de huidige hidha’s zijn 82% vrouwen. Van de huidige studenteninstroom is 70% vrouw.
  12. externe en/of interne factor: het tekort aan huisartsen. Het capaciteitsorgaan heeft voor 2012 een tekort berekend van 20% ofwel 2392 huisartsen. Dit tekort probeert "men" op te vangen door schaalvergroting, door taakherschikking/taakdelegatie, door het opvoeren van doelmatigheid en met de introductie van nieuwe banen. Hoe wordt dit probleem opgelost?

Bij publicatie van de uitkomsten van NS2 stelde de LHV dat deze uitkomsten de waardevolle en de doelmatige positie van de huisarts in Nederland onderstrepen.

Om deze positie te behouden zal voor de komende jaren een andere organisatie en een andere prijs/product verhouding noodzakelijk zijn. Huisartsen zullen zich zakelijker moeten opstellen. De Minister zal moeten komen met een andere visie op de eerste lijnszorg.

Regeren was ooit vooruitzien. Met de uitkomsten van NS2 kunnen alle partijen hun voordeel doen. Ook Minister Hoogervorst! Maar wil hij dat ook?