Samenvatting
Deze samenvatting beschrijft niet de DVH-visie maar enkele essentiële punten uit het NZa-rapport.
Het kostenonderzoek(1) is uitgevoerd in opdracht van de minister van VWS om te komen tot tarieven die aansluiten bij de door de huisarts geleverde prestaties. De NZa wil met dit onderzoek deze tarieven onderbouwen en kijken of huisartsen bij concrete zorgprestaties, zoals M&I, ook extra praktijkkosten maken.
Het resultaat van dit onderzoek is volgens de NZa dat huisartsen in 2006 en 2007, boven hun ‘norminkomen’, 366 miljoen euro ontvingen. Gemiddeld is dat per praktijk € 54.257.
Na aftrek van verborgen kosten van € 5.750,- per fte praktijk, blijft een omzetstijging van € 48.508,- over (macro € 328 miljoen). Deze omzetstijging bedraagt 50% van het norminkomen dagzorg: in 2006 is die
€ 96.404,-.
De NZa stelt vanwege deze omzetstijging dat de tarieven (52 / 9) van de huisartsen in 2006 te hoog zijn geweest.
De bekostiging ging in 2006 uit van 8296 theoretische consulten per praktijk (3.53 p.p.) maar het blijkt dat er daadwerkelijk 9434 consulten zijn geleverd (4.18 p.p.), wat 14% hoger ligt dan de (theoretische) raming.
De gemiddelde praktijkkosten in het onderzoek, inclusief het door de NZa vastgestelde norminkomen van € 96.404,-, bedragen per fte praktijk € 183.476,-. Deze € 183.476,- is ruim € 10.000 minder dan de praktijkkosten van de normpraktijk waarop de huidige financiering is gebaseerd. Het NZa-norminkomen is gehanteerd als maximum inkomen, los van de geleverde en ook niet onderzochte werklast.
Het aantal ingeschreven verzekerden per fte huisarts is gemiddeld 2258. Dit betekent dat er gemiddeld 4% minder verzekerden ingeschreven staan bij de huisarts dan de norm (2350 verzekerden).
De Modernisering & Innovatieverrichtingen kennen volgens de NZa geen hogere marginale kosten dan andere verrichtingen, waarbij het NZa stelt dat de opbrengsten uit M&I verrichtingen volledig tot het inkomen moeten worden gerekend.
In de huidige bekostigingsstructuur geldt een opslag op het inschrijftarief bij verzekerden woonachtig in een achterstandswijk en bij ouderen. De NZa komt in het kosten onderzoek tot de conclusie dat deze praktijken niet meer kosten maken dan andere praktijken en gemiddeld wel kostendekkend zijn, ook als wordt uitgegaan van reguliere tarieven zonder opslag.
Als eindconclusie stelt NZa dat de opbrengsten en kosten van de gemiddelde huisartspraktijk in 2006 niet in evenwicht zijn. Bij gereguleerde tarieven geldt dat de opbrengsten de kosten en het norminkomen dekken. Voor het jaar 2006 is er sprake van een ‘overdekking’.
De NZa zal de komende periode bezien welke consequenties moeten worden verbonden aan de resultaten van het onderzoek.
Lees hier ons corresponderende commentaarartikel:
Valse Tricks en (Reken)trucs van Marktmeester NZa
Bent u dit jaar al donateur van De Vrije Huisarts? Wij hebben uw steun nodig.