Na de zeer woelige start in 2006 van de Zorgmarkt, met een enorme stijging van de administratieve lasten voor de huisarts, werd in 2007 het Vogelaarakkoord geëvalueerd door VWS, ZN en de LHV. Gemaakte afspraken moesten soms (deels) herzien worden. Nieuwe afspraken werden gemaakt met als uitgangspunt: versterking van de huisartsenzorg in een geïntegreerde eerstelijn, met de huisarts als regisseur. Waar dat kan, verschuiving van dure tweedelijnszorg naar de goedkopere eerstelijn: substitutie.
Afgesproken werd de implementatie van programma's rond chronisch zieken en de uitbreiding van taakdelegatie naar praktijkmedewerkers als praktijkondersteuner (POH) en doktersassistenten verder uit te bouwen. Met veel inzet en inventiviteit hebben de huisartsen zaken aangepakt als: de toegenomen zorgvraag (onder andere het gevolg van de vergrijzing), het opzetten van regionale samenwerkingsverbanden, ketenzorgprojecten en het EPD. De afgelopen jaren is er door hen fors geïnvesteerd, zowel in personeel en apparatuur als in praktijkaanpassingen of zelfs nieuwbouw.
Welke problemen en belemmeringen zijn de huisartsen daarbij tegengekomen? Welke verwachtingen zijn gewekt en welke toezeggingen zijn gedaan door VWS, zorgverzekeraars en de eigen beroepsorganisatie? En welke zijn daarvan vervolgens niet nagekomen?
De maatregelen die nodig zijn om de huisartsen te faciliteren hun werk goed uit te voeren, om aan de hoog gespannen verwachtingen te (kunnen) voldoen, worden in dit artikel beschreven en becommentarieerd.
De rode draad hierbij is de vaststelling dat in het huidige krachtenveld de vier partijen (VWS, NZa, huisartsen en zorgverzekeraars), die nodig zijn voor de realisatie van de gestelde doelen voor versterking van de huisartsenzorg, niet in staat zijn gebleken met elkaar doelmatige afspraken te maken. Mooie woorden, mooie ambities, maar van een gezamenlijk gedragen plan voor "De Nieuwe Praktijk", met serieuze en constructieve aandacht voor het implementatieproces en de financiering, is geen sprake.
Als je er niet bij bent geweest is het lastig de schuldvraag te beantwoorden, maar op voorhand lijkt geen van de vier partijen uitgesloten.
De bezuinigingsmaatregel van minister Klink die tegen zijn gemaakte afspraken in, voor circa € 84 miljoen op de huisartsenzorg wil bezuinigen, terwijl juist forse investeringen noodzakelijk zijn, is voor de huisartsen de spreekwoordelijke druppel. Dat minister Klink daarbij en public de indruk probeert te wekken dat het huisartsen uitsluitend te doen is om het spekken van hun privé-inkomens, is beneden niveau.
Naar Hoofdstuk 1: Belofte maakt schuld Gepubliceerd op 18 oktober 2008
Bent u dit jaar al donateur van De Vrije Huisarts? Wij hebben uw steun nodig.