Hits:
De paradoxen van Klink
ofwel zijn ongeloofwaardigheid

- over investeren in versterking huisartsenzorg door bezuiniging
- over concurrentie tussen spelers zonder scheidsrechter en met ongelijke spelregels
- over "meer vrijheden bieden" door het opleggen van plichten en boetes
- over "on speaking terms" monddood maken van huisartsen
- over toezichthouden met gesloten ogen en oren

Dit artikel is verdeeld in 5 delen:
Inleiding -- Over paradoxen en ongeloofwaardigheid
Hoofdstuk I -- Belofte maakt schuld
Hoofdstuk II -- Kwaliteit heeft zijn prijs
Hoofdstuk III -- Zorginkoop mankeert op ongelijke speelvelden
Hoofdstuk IV -- Huisartsen 'let op uw saeck' want 'al te goed is allemans gek'
Analyse van De Vrije Huisarts

23 oktober 2008





Hoofdstuk IV
Huisartsen "let op uw saeck"
want "al te goed is allemans gek"


IV Huisartsen "let op uw saeck"
want "al te goed is allemans gek"

  1. "Feel-good show" LHV-bestuur en stille diplomatielobby: vóórspel van een fors debacle

    Het LHV-bestuur heeft de laatste twee jaar gekozen voor stille diplomatie in het overleg met minister Klink, verzekeraars, NZa en Tweede Kamerleden. Het bestuur wilde niet alleen investeren in kennis, inhoud en ervaring maar ook in een goede relatie met haar gesprekspartners als noodzakelijke voorwaarde voor goede onderhandelingsresultaten. Het gaf aan weer "on speaking terms: te zijn en samen te werken aan de gezamenlijke ambitie: versterking van de huisartsenzorg werkzaam in "De Nieuwe Praktijk" in een geïntegreerde eerstelijn.
    De voortdurend positieve berichtgeving via LHV-site, verenigingsblad "Huisarts in Praktijk", Ledenraad en andere media, deed de leden geloven dat de LHV en VWS het eens waren over allerlei belangrijke taken die de huisartsen op zich zouden gaan nemen. Het vertrouwen in elkaar leek groeiende.
    Een "mooi weer bericht" zonder terughoudendheid waarbij steeds meer innovatief zorgaanbod, aangepast aan de eisen van deze tijd, door het LHV-bestuur werd gepresenteerd. De huisarts als:

    • Uitvoerder van de "De Nieuwe Praktijk".
    • Regisseur in de Geïntegreerde Eerstelijn
    • Coördinator in de Jeugdzorg
    • Participerend in Ketenzorg
    • Coördinator Ouderenzorg
    • Initiatiefnemer Preventieprojecten
    • Coördinator Huiselijk Geweld
    • Ondernemer in de Substitutie van Tweede- naar Eerstelijnszorg
    • Initiator Samenwerkingsprojecten Eerstelijn

    Verder de aanscherping van zijn professionele verantwoordelijkheid in het kader van:

    • Implementatie landelijk EPD voor € 35 [Klink] in plaats van € 200 miljoen [LHV]
    • Betere Bereikbaarheid 24 uur per dag
    • Integratie Acute Zorg

    Naast al deze zorgtaken die (in de media) werden gelanceerd, hebben de huisartsen de afgelopen jaren reeds een indrukwekkende toename van hun werklast ervaren. Los van de declaratielasten die tussen 2002 en 2006 met 79% stegen (met € 89 miljoen!) en de toename van de administratieve workload (ruim 26 uur per week per huisartsenpraktijk) door regelgeving, declaratieverkeer, contractering en andere bureaucratische ontwikkelingen in de zorg, gaat het om miljoenen extra verrichtingen in de basiszorg en in de M & I projecten. Het is daarbij extra navrant dat, terwijl de declaratiekosten van de verzekeraars met € 27 miljoen af namen, zij bij de toegenomen declaratiekosten voor de huisarts (€ 89 miljoen) het zogenaamde "kwartje" voor het elektronisch declareren per 1 januari 2008 afschaften. De totale kosten voor de verzekeraars van deze bijdrage lagen rond de € 15 miljoen per jaar. Dat het elektronisch declareren direct heeft bijgedragen aan de reductie van de declaratiekosten van de zorgverzekeraars, zal niemand ontkennen. Maar dankzij de heersende moderne neoliberale marktpolitiek van Klink en NZa, waarbij de ongelijke marktmacht nu eenmaal is zoals die is en ongemoeid in stand gehouden wordt, incasseert de sterkste en betaalt de zwakste van de marktpartijen. Hiertegen heeft het LHV-bestuur terecht geprotesteerd, maar haar krachteloze interventie bleef zonder resultaat.



    Vergelijking kostenontwikkeling totale declareerproces per doelgroep
    bedragen x miljoen €%
    200220062002-2006percentage
    Apotheekhoudenden1231512822,8%
    Fysiotherapeuten1212119074,4%
    Huisartsen1122018979,5%
    Tandartsen9386-7-7,5%
    Verloskundigen5500,0%
    Ziekenhuizen17131214182,5%
    Zorgverzekeraars244217-27-11,1%
    Totaal8691.18331436%

  2. Investeringen financier je niet met "goede betrekkingen" maar met euro's

    Over de concrete inzet bij de onder"handelingen met VWS en ZN vanaf september 2007 is het LHV-bestuur steeds in het vage gebleven. De Ledenraad vroeg er kennelijk ook niet naar en volgde zonder noemenswaardige discussie in de achterban over mogelijke inzet of leveringsvoorwaarden voor (nieuw) zorgaanbod. Naast een goed verhaal, een onderbouwde visie en een constructieve werkrelatie met begrip voor elkaars standpunten is uiteindelijk gepaste financiering voor De Nieuwe Praktijk nodig. Het is onduidelijk wat partijen over gepaste financiering en randvoorwaarden van De Nieuwe Praktijk hebben afgesproken.

    De LHV heeft bij de minister in een laat stadium op tafel gelegd wat de prijs is van de gezamenlijke ambities: € 400 miljoen, verspreid over een aantal jaren.

    • Normale indexering
    • Invoering van een marktconform ANW tarief [zonder SUED-financiering]
    • Aanpassing FTe doktersassistenten van 1,0 naar 1,6 FTe
    • Financiering EPD implementatie
    • Verlichting administratieve lastendruk
    • Compensatie geleden schade laatste jaren (invoering ZVW)
    • Rendabel maken van aanstelling POH-GGZ

    Door de beroepsgroep, dus ledenvergadering of Ledenraad, is nimmer het besluit genomen om de normering als grondslag voor de financiering van het basisaanbod in de huisartsenpraktijk over boord te zetten. Het LHV-bestuur zal deze financieringsgrondslag dus als basis moeten blijven hanteren. Daarbij zijn normkosten, norminkomen bij norminzet bij levering van de basiszorg, in een normpraktijk nog steeds de toetsbare ijkpunten. Beoordeling van de onderhandelingsresultaten zonder (de erkenning) van deze normering wordt anders een slag in de lucht(kastelen).
    Een jaar geleden begon het gesjacher al met een grote uitruil, of liever de grote verdwijntruc. Het wegstrepen van niet uitbetaalde inschrijfgelden tegen het "te veel aan consulten". Geen compensatieclaim voor het vele overwerk in het declaratiedebacle van 2006 en 2007. Voor het derde jaar géén indexering in 2008. "Er werd tijd gecreëerd om in 2008 te werken aan een betere financieringsstructuur". Wat precies eind 2007 en begin 2008 de inzet is van het LHV-bestuur voor 2009 blijft ongewis.

    Toen in augustus 2008 bleek dat Klink de LHV-rekening van bovenstaande € 400 miljoen niet wilde betalen, stelde het LHV-bestuur bij de aanvullende onderhandelingen voor om dan in elk geval het budget voor de herhaalreceptuur te versleutelen in het inschrijftarief.
    Daar is strategisch wat voor te zeggen, maar ook dit doel is niet bereikt.
    Wel werd door Klink, juist op dit onderdeel van onze omzet, besloten om vanaf 2009 een feitelijke korting van € 84 miljoen door te voeren. En dat is keihard aangekomen bij de huisartsen.

    Feitelijk heeft het LHV bestuur voor haar leden materieel niets bereikt., mede doordat het op haar zelf gekozen onderhandelingsroute helaas diverse steken heeft laten vallen:

    • in het oog springen de afwachtende houding en insufficiënte kostencalculaties rond het POH-GGZ-dossier (ook al zo'n luchtkasteel)
    • er is voortdurende aarzeling to-play-it-the-hard-way rond de toenemende administratieve lasten
    • er is geen paal en perk gesteld aan het niet-volgen door verre verzekeraars van preferente contracten
    • er is onvoldoende verzet geboden tegen het uitruilen van méérwerk tegen niet geïnde inschrijfgelden
    • duidelijke stellingnames of een transparante onderhandelingsinzet kwamen niet of te weinig in de openbaarheid
    • er zijn geen strikte voorwaarden gesteld in de zin van: "Hier ligt voor onze leden de grens!"
    • offertes of kostenanalyses kwamen niet in de openbaarheid, in de trant van: "Dit kunnen wij leveren, voor deze prijzen en leveringsvoorwaarden, en anders niet."
    • er is geen initiatief genomen om (te discussiëren over) de toegezegde inkomensherijking
    • er is onvoldoende uitwisseling van gematerialiseerd zelfbewustzijn met stakeholders, waaruit DVH concludeert dat de gezamenlijke doelstellingen dus toch niet zo "gezamenlijk" waren. Want wat waren nu de afgelopen jaren de gedachten over wie, wanneer, hoeveel, zou betalen voor uitvoering van "De Nieuwe Praktijk"? Of werd het betalingsvraagstuk niet geagendeerd het afgelopen jaar?

    De LHV heeft bezwaar aangetekend in vele dossiers maar zonder dat dit tot iets vruchtbaars of iets tastbaars leidde. De argumenten en feiten blijven echter recht overeind staan. Doordat de LHV niet altijd voor openbaarheid koos, kunnen deze LHV-bezwaren noch getoetst, noch gesteund worden. Daar waar openbare discussie wenselijk was geweest, heeft de LHV gekozen voor stille diplomatie. De kostprijs van een aantal "gezamenlijke" ambities was in de zomer 2008 € 400 miljoen en deze kostprijs blijft ook na het bezuinigingsbesluit van Klink € 400 miljoen. Indien Klink en verzekeraars (wel) vooruitgang wensen met deze ambities, dan zullen zij met concrete financiering voor het ambitieuze bouwwerk moeten komen in plaats van met luchtkastelen.

  3. Klink's paradoxale dreun: bezuinigen en (verplicht) innoveren

    In de veronderstelling van verbeterde betrekkingen, achteraf dus onterecht, en het "samen de schouders er onder" van alle partijen, is het bezuinigingsdictaat van Klink, een zware dreun voor de huisartsenzorg. Een vijandige opstelling, een niet mis te verstaan signaal, dat alles zegt over de waardering van deze minister voor het "samen optrekken de afgelopen jaren". Als die verhoudingen echt goed waren, als het menens was geweest met die toegenomen ontvankelijkheid voor onze argumenten, dan had deze minister andere keuzes gemaakt.

    Nu resteren nog de onder dwang opgelegde medewerking aan de implementatie van het onzalige, landelijke EPD, op straffe van hoge boetes, en de verplichte medewerking aan het kostenonderzoek van de NZa. Voor iedere deelnemer hieraan, is duidelijk welke uitkomst het politieke Toezichtsorgaan NZa uit de onderzoekshoed zal toveren: "huisartsen (ont)vangen teveel euro's". Als het Klink daarbij lukt de Tweede Kamer ervan te overtuigen dat het macrokader heilig is, kunnen na de afronding van het kostenonderzoek, nog grotere kortingen verwacht worden op de compensatie van praktijkkosten.
    De huidige paradoxale opstelling van Klink heeft de huisartsen overvallen: vanaf zijn aantreden heeft hij immers de suggestie gewekt dat hìj nu juist het belang inzag van versterking van de eerstelijn. Niet alleen om de potentiële gezondheidswinst die daarmee is te bereiken, maar zeker ook vanwege het economische perspectief: het betaalbaar houden van de gezondheidszorg met behoud van kwaliteit. De LHV zit op één spoor met de minister, dacht de achterban. Maar dat dacht het LHV-bestuur waarschijnlijk zelf ook. Tot 10 september 2008. De LHV-voorzitter gaf recent in een onnavolgbaar snelle woordenvloed tekst en uitleg in NOVA. Dat optreden was aandoenlijk, maar doet vermoeden dat het LHV-bestuur zelf ook totaal verrast was door de vastberadenheid van Klink om zijn bezuiniging op te leggen. Dit gedrag van de voorzitter legitimeert opnieuw het stellen van de vraag of de bekostiging van "de Nieuwe Praktijk" ooit wel een agendapunt was of is geweest??

    Het eindresultaat is een onderhandelingsdebâcle zonder transparantie, ijkpunten of toetsingsmoge-lijkheden. Nu pas blijkt, navrant genoeg, dat na twee jaar overleg en lobbyactiviteiten feitelijk niets betekenisvols bereikt is. Het LHV-bestuur en het LHV-bureau, met in hun spoor alle Nederlandse huisartsen, zitten met een kater. Randvoorwaardelijk en materieel is het resultaat gewoon nul. De facto is het saldo zelfs negatief. Er is geen geld beschikbaar om huisartspraktijken beter te laten functioneren.
    Beseft Klink eigenlijk wel dat huisartsen laaiend zijn? Laat de minister vooral geen illusies koesteren over de bereidheid van huisartsen met hem op hetzelfde pad verder te gaan. Daarvoor is het vertrouwen niet meer aanwezig. Klink heeft zich gepresenteerd als een gesprekspartner met wie geen betrouwbare afspraken te maken zijn. En dat leidt tot (soms zeer kostbare) vertrouwenscrises, zoals we inmiddels (mondiaal) ervaren hebben. De LHV dient gewaarschuwd te zijn!

  4. Huisartsen die gaan voor de inhoud en niet voor de verkoopprijs

    Een bijzondere positie in het versterken en professionaliseren van de huisartsenzorg neemt sinds jaar en dag het NHG in. In oorsprong een wetenschappelijk instituut met een rijk verleden, met internationale faam, door het ontwikkelen van de huisartsgeneeskundige protocollen, de "NHG- standaarden".
    De laatste jaren is het NHG gedwongen, na stopzetting van bepaalde geldstromen door de vorige minister van VWS, Hoogervorst, om initiatieven te ontwikkelen op zoek naar nieuwe financieringsbronnen.
    Zo werkt het NHG niet meer alleen voor en namens haar leden (huisartsen) maar is het instituut ook werkzaam voor andere opdrachtgevers, waaronder de minister van VWS.
    Een structureel probleem dat ons insziens kleeft aan het ontwikkelen van nieuw zorgaanbod of aan het verbeteren van bestaande zorgprogramma's, is dat dit werken aan de inhoud van de huisartsgeneeskunde geïsoleerd plaatsvindt van de markttechnische aspecten, zoals kosten van implementatie en uitvoering op de werkvloer. Nieuw zorgaanbod wordt gepresenteerd zonder de financiële implicaties: wat zijn de kosten voor de huisarts van implementatie? Personeelskosten, kosten van praktijkinfrastructuur, kosten voor scholing en aanschaf van materialen. En al helemaal ontbreekt er een advies omtrent een reële verkoopprijs.
    Een tweede probleem kan zijn dat het kennisinstituut NHG, werkend in opdracht en gefinancierd door bijvoorbeeld VWS, zorgaanbod of onderzoeksresultaten presenteert die los staan of zelfs tegengesteld zijn aan de belangen van de eigen donateurs: de huisartsen. De minister die bijvoorbeeld kwaliteitscriteria opschroeft, nieuw zorgaanbod beschikbaar wil stellen, hogere eisen stelt aan bereikbaarheid van huisartsen.
    Het NHG formuleert de professionele inhoud in de veronderstelling daarmee de huisartsenzorg een dienst te bewijzen. Maar de implementatie van randvoorwaarden? Dat is een zaak van? ... ja, van wie eigenlijk? Minister Klink en de IGZ hebben inmiddels de professionele standaard in huis aan de hand waarvan de huisartsen worden afgerekend. Niet in euro's maar in nieuwe eisen en prestatie-indicatoren.

    Het meest recente voorbeeld is de omstreden kritiek van IGZ op de slechte bereikbaarheid van de huisartsen. De LHV gedraagt zich in haar reactie zeer schuldbewust, maar wijst wel op het ontbreken van voldoende FTe assistentie. Wat doet het NHG: binnen enkele weken wordt er een cursus aangeboden "Telefonische Bereikbaarheid" tegen een cursusprijs van € 195 tot € 285 per persoon.
    Het structurele probleem van onderfinanciering van de personeelsformatie, waardoor oa de bereikbaarheid in de knel komt, bestaat kennelijk niet voor de NHG organisatie. Sterker nog, de bereikbaarheidsproblemen worden direct vermarkt. Een zelfde alerte, zakelijke houding, maar nu ten behoeve van haar leden, zou de Vrije Huisarts voor toekomstig zorgaanbod dat "op de markt" wordt gebracht, sterk willen bepleiten.
    Geen NHG-zorgaanbod meer namens de leden, dat niet beprijst is en van een marketingplan is voorzien.
    Het zou in dit verband een goede zaak zijn indien naast het NHG een Financieel Economisch Departement [FED] zou worden ingesteld om de vermarkting van nieuw zorgaanbod zoals beschreven, professioneel ter hand te nemen. De LHV zou, zodra voldoende competentie aanwezig is, de verkoopfunctie op zich kunnen nemen.

    "Graag informeren wij u over de nieuwe NHG-cursus waarin de telefonische bereikbaarheid van de huisarts centraal staan [bedoeld wordt: "staat" DVH]. Momenteel staat dit onderwerp volop in de publieke belangstelling. Uit een recent uitgevoerd landelijk onderzoek blijkt namelijk dat 25 tot 40% van de huisartsenpraktijken gedurende de dag slecht bereikbaar is voor spoedgevallen.
    De inspectie van volksgezondheid stelt dat een spoedoproep binnen 30 seconden opgenomen dient te worden en een gewone oproep binnen 2 minuten. Deze norm is nu door de minister overgenomen in zijn toekomstige beleid. Dit betekent concreet dat ook uw praktijk vóór 2010 aan de bovenstaande bereikbaarheidsnorm moet voldoen.
    Speciaal ter ondersteuning van de implementatie van de norm is deze cursus ontwikkeld. U maakt tijdens het ééndaagse programma een persoonlijk verbeterplan en leert deze direct te vertalen naar uw eigen praktijksituatie. De cursus is geaccrediteerd voor 5 uur."

    [Uit de aankondiging van het nieuwe cursusaanbod van de NHG oktober 2008]

    De politiek stelt de norm. Het NHG gaat als wetenschappelijk instituut voorbij aan de vraag naar de onderbouwing van de mogelijke consequenties van deze norm. Het NHG rolt naar grote tevredenheid van de minister de loper uit voor zijn wensen. Dit keer (wederom) op kosten van de huisarts.
    Geeft de NHG cursus straks antwoord op de volgende vragen:

    • Wat is het huidige takenpakket van de assistente?
    • Hoeveel tijd vergt de uitvoering daarvan?
    • Hoeveel tijd kost goede triage aan de telefoon?
    • Welke taken komen daar de komende tijd nog bij als gevolg van gewenste taakdelegatie?
    • Hoeveel FTe is vervolgens nodig om te kunnen voldoen aan de NHG-normen die in deze gelden voor kwaliteitszorg?
    • Is dit met het huidige financieringsbeleid van de minister te realiseren?
    • Zo nee, waar dient de dienstverlening en het zorgaanbod naar inzicht van het NHG te worden aangepast om te kunnen voldoen aan de politieke normstelling rond de bereikbaarheid?

    Juist dan wordt een bijdrage van het NHG, dit keer om het (huisartsen)zorgaanbod te budgetteren, node gemist! Er valt nog veel te "ondernemen" door het NHG.

  5. Keuze aan de zelfstandige ondernemers [praktijkhouders]

    Het LHV bestuur ging na 10 september het land in om in regionale bijeenkomsten tekst en uitleg te geven en de leden te raadplegen. Zal dit uitmonden in een effectief en geactualiseerd LHV-strijdplan ter verdediging van de randvoorwaarden van goede huisartsenzorg en de belangen van de huisarts? Het LHV-bestuur poogt met inspirerende woorden de hoop op een betere toekomst bij de leden erin te houden en zoekt naar een consistente lijn van acties. Aan de minister is het signaal afgegeven "tot hier en niet verder" om vervolgens "Alle overleg met VWS op te schorten". Ook zal het LHV-bestuur zich aan de leden moeten verantwoorden voor haar plan van aanpak de afgelopen twee jaar en het uiteindelijke onderhandelingsresultaat. Er wordt binnen de LHV boosheid en teleurstelling geuit, maar de opkomst naar regionale bijeenkomsten is in verhouding gering geweest.

    Nu bijna een maand verder is er van enig concreet LHV-actieplan om het Klinkse tij te keren, nog geen sprake. Er is inmiddels wel de nodige verwarring in de achterban. Vele vragen komen op:

    • Komt minister Klink, alsof er niets aan de hand is, op 8 november gewoon de Huisartsenbeurs openen als gastspreker?
    • Hoe zit het nu met onze geplande investeringen in 2009?
    • Moeten we nu de zorg gaan budgetteren (wachtlijsten aanleggen), zodat we volgend jaar niet opnieuw gekort worden als we "te hard" werken?
    • Moeten we weer meer gaan verwijzen naar de tweedelijn als deze verrichtingen bij de huisarts onvoldoende worden betaald?
    • Gaan we volgend jaar ons personeelsbestand aanpassen, de POH aanstelling inkrimpen?

    Het LHV-bestuur lijkt intussen ongestoord verder te gaan met de lopende zaken. Zo werd recent het voorbeeldcontract "Arbeidsovereenkomst POH-GGZ" op de website gepubliceerd en wordt in een persbericht melding gemaakt dat minister Klink inderdaad de huisartsenbeurs "Huisartsenzorg, booming business" komt openen. Business as usual, alsof er niets gebeurd is, blijft de LHV haar achterban voeden met informatie en tracht haar leden te stimuleren om onder gemankeerde randvoorwaarden het zorgaanbod verder uit te breiden. Of schuilt er in de titel van de Huisartsenbeurs soms een verholen boodschap aan de minister en/of de leden?

    Deze week bereikt de leden dan een brief van de LHV-voorzitter waarin hij drie eisen voor hervatting van het overleg met VWS formuleert:

    • "de substitutie van de tweede naar de eerstelijn dient daadwerkelijk - door ministeriële besluiten en wetgeving - mogelijk gemaakt te worden"
    • "het ANW tarief dient te worden verhoogd tot een reëel marktconform tarief, te betalen uit additionele middelen waarvoor de minister ruimte dient te bieden"
    • "uitgesloten dient te worden dat wij over een jaar opnieuw met bezuinigingsmaatregelen worden geconfronteerd, zoals nu. Dit vraagt om het loslaten van het budgettaire plafond voor de huisartsenzorg"

    Even verder in de brief suggereert het LHV bestuur dat het opgeschorte overleg met Klink duurt "tot de minister een gebaar maakt om de huisartsen weer aan tafel te krijgen". Een gebaar is bepaald niet hetzelfde als de eerder geformuleerde drie eisen. Daarmee ontkracht het bestuur haar eerder zo stoer gestelde voorwaarden. Kennelijk kan de minister kiezen. Hij zal vast wel een gebaar vinden dat hem niets kost.

    Zeer verassend is immers, dat niet geëist wordt dat de aangekondigde korting van € 84 miljoen van tafel gaat. Wel wordt juridisch nagegaan hoe de aanwijzing door de rechter kan worden getoetst op rechtmatigheid. De vraag doemt op of de LHV en de huisartsen, net als in 2007, straks weer blij en tevreden zullen zijn en hun claims voor 2009 vergeten, indien de korting door Klink wordt ingetrokken. Hij zou dan wederom slim en goedkoop van de (eisen van de) huisartsen af komen.

    Opmerkelijk ontbreken, naast opschorting van overleg en voorstellen tot vertraging van allerlei nieuwe ontwikkelingen in de huisartsenzorg, concrete actieplannen. Daarbij mist De Vrije Huisarts een duidelijke leidende rol van het LHV-bestuur bij de voorgestelde maatregelen. Zo wordt gesteld: "Reeds gestarte initiatieven van de achterban worden niet gefrustreerd" waarmee de uitstraling en het effect van landelijke maatregelen (acties) al bijvoorbaat worden ontkracht. Een dergelijke slappe stellingname met gebrekkige centrale sturing en falend leiderschap levert pas ècht frustraties op.

    Maar laat Klink zich vooral geen illusies maken. Het is nu echt over. Huisartsen zullen effectieve acties voeren en maatregelen treffen. De minister profileert zich als een partij waar mee geen afspraken zijn te maken. Dat ontneemt de huisartsen de bereidheid om met hem op hetzelfde pad verder te gaan. Daarvoor ontbreekt het vertrouwen.

    "De huisartsen hebben er met de POH-GGZ toch al weer een kleine € 40 miljoen van mij bij gekregen", horen we Klink al zeggen. Zou hij werkelijk denken dat de huisartsen intussen, kostenneutraal, hun praktijken, werkgeverschap en inhoudelijke verantwoordelijkheden blijven uitbreiden? Nee dus! Daar houden we vanaf nu mee op.
    Dat is voor meeste huisartsenondernemers een duidelijke zaak. Met het beleid van Klink kan geen sprake zijn van verdere innovatie van de eerstelijnszorg en van voortzetting, laat staan uitbreiding, van zorgsubstitutie van tweede naar eerstelijn. Modernisering, kwaliteitsverbetering en serviceverhoging zonder benodigde financiering of garantie dat geïnvesteerd kapitaal in de tarieven wordt gecompenseerd, zullen in de ijskast verdwijnen en moeten wachten op betere tijden. En op een meer betrouwbare bewindspersoon.

    En de toekomst? Verzekeraars zullen toenemend via selectieve zorginkoop de zorg daar inkopen waar zij denken dat deze het beste kan worden geleverd. Ervaringen van de afgelopen jaren met de inkoop van kraamzorg en thuiszorg zouden bij de huisartsen de alarmbellen moeten doen rinkelen. De LHV zal haar leden nu reeds moeten informeren over en voorbereiden op de wijze waarop verzekeraars, VWS en NZa het spel en de spelregels voor zichzelf bepalen. Daarbij past dat de LHV zich afvraagt hoe met zorgbudgettering om te gaan.
    De nieuw ontstane situatie vraagt aanpassing van de interne LHV organisatie: bestuur, bureau, Ledenraad en Kringen behoeven de volle aandacht. Het democratisch proces in de eigen gelederen krijgt men maar niet op orde. De afstand tussen bestuur en bureau enerzijds en Ledenraad en Kringen anderzijds is te groot, waardoor de onderhandelingsinzet onvoldoende relatie heeft met de belangen van praktijkhouders, c.q. door hen onvoldoende gedragen wordt. De problemen van regionale huisartsenorganisaties (stichtingen, BV's, coöperaties) in relatie tot de LHV, zullen snel opgelost moeten worden.
    Als duidelijke keuzes uitblijven, zullen de leden van die decentrale, vaak sterke groepen, dat in toenemende mate zelf (moeten gaan) doen en zich afwenden van de krachteloze LHV-organisatie. Mogelijk zelfs zonder LHV lidmaatschap. Een begrijpelijke ontwikkeling, echter met als risico verlies van (potentiële) collectieve slagkracht.

    Het is de hoogste tijd. Tijd om wakker te worden.
    Het roer bij VWS en Tweede Kamer moet om.
    Maar zeker ook bij huisartsen, en bij degenen die hen vertegenwoordigen, moet het roer om!
    Om te bereiken dat onze huisartsondernemingen zich alsnog écht kunnen versterken.
    Om te voorkomen dat Klink de huisartsenzorg laat versnipperen met zijn functionele aanbodomschrijving en functionele financiering.
    De potentiële capaciteit van de huisarts om de zorg betaalbaar te houden en de kans om gezondheidswinst te verhogen, behoort optimaal benut in plaats van beknot te worden.

    Conclusies en aanbevelingen IV

    1. De enorm gestegen declaratielasten van de huisartsen, rechtvaardigen allerminst de intrekking van de vergoeding voor elektronisch declareren per 01.01.2008 door de zorgverzekeraars. Daarbij is de afname van de declaratielasten voor de verzekeraars voldoende grond om de intrekking terug te draaien.
    2. Het onderhandelingsresultaat van het overleg tussen minister Klink en het LHV-bestuur het afgelopen jaar, is materieel gezien: beneden nul. De LHV is niet in staat geweest bij de minister van VWS af te dwingen, gemaakte afspraken na te komen.
    3. Noch bij de inzet van de onderhandelingen, noch bij het verloop, heeft het LHV-bestuur tijdig en adequaat de achterban betrokken en het heeft daardoor belangrijke strategische kansen gemist om tot een ander en beter onderhandelingsresultaat te komen.
    4. De verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de inhoud van het (verplichte) basisaanbod, ligt uitsluitend bij de beroepsgroep. (Facultatief) aanvullend zorgaanbod, waaronder M & I projecten, dient als marktproduct tegen vrije markttarieven, ontwikkeld, ingekocht en geleverd te worden.
    5. Het ontwikkelen van nieuw zorgaanbod door het NHG dient ingebed te zijn in een organisatie waarin productontwikkeling, productie, leveringsvoorwaarden, marketing en verkoop in één professioneel kader zijn samengebracht.
    6. De vraag dient gesteld of het NHG de huisartsenzorg onafhankelijk en integer kan dienen waar het tevens als marktpartij optreedt voor derden/financiers met andere belangen dan die van de beroepsgroep.
    7. Door de huidige ontwikkelingen en problemen met de financiering van de gewenste huisartsgeneeskundige zorg, wordt het voor de praktijkhouders noodzakelijk zich af te vragen hoe hun bedrijfsbelangen voortaan professioneel en met beter resultaat behartigd kunnen worden. Zowel regionale als landelijke opties zijn mogelijk en verdienen verdere discussie en besluitvorming binnen de beroepsgroep.


    Terug naar Hoofdstuk 3: Zorginkoop mankeert op ongelijke speelvelden Gepubliceerd op 21 oktober 2008


Inleiding   Gepubliceerd op 18 oktober 2008
  1. Belofte maakt schuld Gepubliceerd op 18 oktober 2008
    1. Huisartsondernemers getrakteerd op sigaar uit eigen doos: bekende SUED-financiering
    2. Financieringsgrondslag wankelt onder Klink's willekeur
    3. Farmacotherapeutische bewaking en patiëntveiligheid wegbezuinigd
    4. Akkoord VWS, ZN en LHV in 2007 over verdere verbetering en versterking huisartsenzorg
    5. Kritiek Vrije Huisarts op Akkoord VWS, ZN en LHV in 2007 terecht gebleken
    6. Klink's onbetrouwbaarheid als conditio sine qua non bij overleg en afspraken

      Conclusies en aanbevelingen I

  2. Kwaliteit heeft zijn prijs Gepubliceerd op 20 oktober 2008
    1. Ambitieniveau politicus Klink en het geloof in de maakbaarheid van de Gezondheidsstaat
    2. Het landelijk EPD: de politieke valkuil van een (te) ambitieuze minister
    3. Geen geld, geen Zwitsers
    4. Gestegen zorgvraag vereist overeenkomstige budgetverhoging
    5. "Sterkere eerstelijn voorkomt economische en gezondheidsschade"

      Conclusies en aanbevelingen II

  3. Zorginkoop mankeert op ongelijke speelvelden Gepubliceerd op 21 oktober 2008
    1. Klink's Zorgmarkt: spelers op een ongelijk speelveld met verschillende spelregels
    2. Financiering eerste versus tweedelijn: structureel verankerde ondoelmatigheid
    3. Kostenverevening en verschil risicodragendheid van verzekeraars voor eerste en tweedelijn
    4. Nalatigheid en inconsistentie van beleid bij VWS en NZa

      Conclusies en aanbevelingen III

  4. Huisartsen 'let op uw saeck' want 'al te goed is allemans gek' Gepubliceerd op 23 oktober 2008
    1. "Feel-good show" LHV bestuur en stille diplomatielobby: vòòrspel van een fors debâcle
    2. Investeringen financier je niet met "goede betrekkingen" maar met euro's
    3. Klink's paradoxale dreun: bezuinigen en (verplicht) innoveren
    4. Huisartsen die gaan voor de inhoud en niet voor de verkoopprijs
    5. Keuze aan de zelfstandige ondernemers [praktijkhouders]

      Conclusies en aanbevelingen IV




Bent u dit jaar al donateur van De Vrije Huisarts? Wij hebben uw steun nodig.