|
College Tarieven Gezondheidszorg Mevrouw drs. M.C.M. Verbeek Postbus 3017 3502 GA UTRECHT |
|||
|
AV/mve/00.033.771 |
(030) 28 237 706 |
12 augustus 2004 |
|
|
Betreft: uitvoeringstoets
VWS nieuwe financieringsstructuur huisartsenzorg |
|||
|
|
|||
|
|
|||
Geachte mevrouw Verbeek,
In antwoord op uw brief (kenmerk MVEK/mmor/V/04/423 d.d. 13 juli 2004) reageren wij hierbij op de
door de minister van VWS voorgestelde financieringsstructuur voor de
huisartsenzorg. Met nadruk wijzen wij u erop dat het een eerste reactie is
omdat het voorstel veel vragen oproept (zie bijlage). Wij gaan er echter van
uit dat hierover in CTG-verband nader overleg zal
plaatsvinden.
Uitgangspunten
LHV nieuwe financieringsstructuur
De LHV onderschrijft dat het wenselijk is
om de huidige financieringsstructuur voor de huisartsenzorg aan te passen.
Daarbij pleiten wij voor een financieringsstructuur conform het advies van de
Commissie Toekomstige Financieringsstructuur Huisartsenzorg (de Commissie
Tabaksblat).
Voordat wij ingaan op de brief van de
Minister, merken wij het volgende op. Het aanpassen van de
financieringsstructuur is voor alle betrokkenen erg ingrijpend. Om weerstand
bij deze betrokkenen zoveel mogelijk te voorkomen dient de aanpassing zeer
zorgvuldig te worden voorbereid en met de nodige waarborgen te worden
uitgevoerd. Ook dient op voorhand duidelijk te zijn wat de (financiële)
effecten van de aanpassing zijn. Verder wijzen wij
erop dat een systeem met contracten en tariefdifferentiatie op basis van
praktijkplannen een grote administratieve belasting met zich meebrengt. De
ervaringen die veel huisartsen inmiddels hebben met de
afhandeling van de adviescontracten door zorgverzekeraars maakt dat zij hiervan
geen positieve verwachtingen hebben.
Voor een nieuwe financieringsstructuur
hanteren wij in ieder geval de onderstaande uitgangspunten.
Tariefstructuur
·
Uniformering van
financieringssystemen in ziekenfonds- en particuliere sector.
·
Scheiding van
praktijkkosten en inkomen.
·
Een vergoeding per
patiënt (abonnement) voor werkelijke of reële praktijkkosten op basis van een
praktijkplan.
·
Een vergoeding per
patiënt (abonnement) voor beschikbaarheid.
·
Een consultsysteem
voor inkomen op basis van tijdsduur.
·
Handhaving
inschrijving op naam van de huisarts in de administratie van de
zorgverzekeraar.
Financieel
·
Geen onbedoelde en
ongewenste herallocatie-effecten op het inkomen van
huisartsen door nieuwe tariefstructuur en het werken met praktijkplannen.
·
Een actuele
onderbouwing van de nieuwe tarieven, onder meer met het rapport van Hay.
·
Meer financiële
armslag onder de WTG en de mogelijkheid tot verschuiven van geld van de tweedelijn
en de AWBZ naar de huisartsenzorg (geld volgt zorg).
Administratief
·
Vergoeding voor de
investering in tijd en geld voor het opstellen van en onderhandelen over
praktijkplannen.
·
Zoveel mogelijk geautomatiseerde
en geüniformeerde afhandeling van praktijkplannen (in combinatie met het contract)
en betalingsverkeer.
·
Vastleggen en
handhaven spelregels betrokkenen, zoals reactietermijnen voor zorgverzekeraars,
bemiddeling en arbitrage.
Invoering
·
Opzetten experimenten
en monitoring met begeleiding door de LHV en ZN.
·
Zorgvuldige invoering
praktijkplannen en nieuwe financieringsstructuur.
·
Een overgangsperiode
met inkomensbescherming.
Uitvoeringstoets
VWS
De door de Minister van VWS voorgestelde
financieringsstructuur lijkt op onderdelen overeen te komen met het advies van
de Commissie Tabaksblat. Voorzover het voorstel voldoet aan de bovengenoemde
uitgangspunten, kunnen wij ons daarin vinden. Dit geldt echter in ieder geval
niet voor de volgende onderdelen:
·
Invoeringsdatum.
De ingrijpende gevolgen van de wijziging van de financieringsstructuur en het
gaan werken met praktijkplannen vergt een zorgvuldige voorbereiding. Hierop
hebben wij het ministerie meerdere malen en al in een vroeg stadium gewezen.
Wij achten invoering van een nieuwe structuur per 1 januari 2005 volstrekt
onverantwoord. Inmiddels hebben wij het ministerie en
ZN dan ook laten weten de verantwoordelijkheid voor de eventuele consequenties
van het kennelijk nu door de minister gewenste tempo en ambitieniveau niet te
kunnen accepteren.
Verder zal er
een overgangsperiode van bijvoorbeeld 5 jaar moeten worden ingesteld. Gedurende
deze periode dient de beroepsgroep over te gaan op een nieuwe manier van werken
en aan nieuwe eisen te gaan voldoen. De inkomens van huisartsen dienen
gedurende de overgangsperiode, binnen alle redelijkheid, te worden
gegarandeerd.
·
Uitstel uniformering
ziekenfonds- en particuliere sector. Het voorstel
gaat uit van een wijziging in de ziekenfondssector per 1 januari 2005.
Uniformering vindt mogelijk per 1 januari 2006 plaats. Daarop wil de minister
mede vanwege de nieuwe zorgverzekeringswet in 2006 niet vooruitlopen, maar een
volledig consultsysteem zou dan ook voorstelbaar zijn. Wij achten het onder
meer vanwege de administratieve lastendruk, de invoeringskosten en de grote
inspanningen die betrokken partijen moeten leveren absoluut niet verantwoord om
in één jaar tijd twee keer de financieringsstructuur te wijzigen. In relatie
met het voorgaande punt stellen wij dan ook voor om de ingangsdatum en de
uniformering gelijktijdig plaats te laten vinden, maar in ieder geval niet
eerder dan 1 januari 2006.
·
Vergoeding werkelijke
of reële kosten en lokale differentiatie.
Herhaaldelijk wordt gemeld dat de nieuwe systematiek macrobudgettair neutraal
dient te worden ingevoerd. Dit is echter strijdig met het uitgangspunt dat de kosten
op basis van een overeengekomen praktijkplan worden vergoed. Tijdens de
discussies over de module lokale (kosten)component hebben ZN en de LHV gesteld
dat macrobudgettaire neutraliteit binnen het huisartsenkader niet te geven is
en ook niet wenselijk is. Ook valt vanwege pieken in investeringen
macrobudgettaire neutraliteit in een bepaald jaar niet te garanderen. Overigens
is onduidelijk of in de brief van de minister daadwerkelijk macrobudgettaire
neutraliteit binnen het huisartsenkader wordt bedoeld.
·
Beschikbaarheid.
Met beschikbaarheid doelt de minister op bekostiging van de voorziening. Wij
vinden, in lijn met het advies van de Commissie Tabaksblat, dat er een
inkomensvergoeding voor de beschikbaarheid dient te zijn.
·
Onderbouwing nieuwe
tarieven. Bij overgang naar een nieuwe
financieringsstructuur met nieuwe tarieven is het cruciaal dat de tarieven goed
zijn onderbouwd. De wijze waarop de nieuwe tarieven in de brief van de minister
worden onderbouwd getuigt niet van grote zorgvuldigheid. Wij veronderstellen
dat er een rekenfout is gemaakt bij het berekenen van het voorgestelde
consulttarief.
Tot
slot
In het bovenstaande hebben wij onze
eerste reactie gegeven op de door de Minister van VWS aan CTG/ZAio verzochte uitvoeringstoets. Gelet op de ingrijpendheid
van de beoogde wijzigingen en het belang van een zorgvuldige invoering, gaan
wij ervan uit dat in CTG-verband nadere discussie zal
plaatsvinden. Uiteraard zijn wij dan graag bereid het bovenstaande nader toe te
lichten.
Met vriendelijke groet,
Drs. A.J.M. van de Ven
Plv.
algemeen directeur
Bijlage
BIJLAGE
Vragen
LHV over brief Minister van VWS betreffende uitvoeringstoets
financieringssysteem
Zoals gesteld roept de brief van de
Minister de nodige vragen op. Voorbeelden hiervan zijn:
·
Waarop is het
consulttarief van circa € 5 gebaseerd?
·
Wordt met de passage
onder 3.2, dat een verdere verfijning van het consulttarief onduidelijkheid in
de hand werkt, bedoeld dat er geen onderscheid tussen (telefonische) consulten,
visites e.d. zou moeten komen?
·
Wordt met de nieuwe
module achterstandswijken gedoeld op zowel de huidige opslag op het abonnement
als de huidige module achterstandswijken?
·
Enerzijds wordt onder
3.2 gesteld dat de huidige toeslagen op het abonnement kunnen komen te
vervallen omdat in een consultsysteem meer consulten per patiënt automatisch
leidt tot een hoger inkomen. Anderzijds wordt onder 3.4 gesteld dat de zwaarte
van de praktijk tot uitdrukking zal moeten komen in de hoogte van het tarief.
Dient volgens de Minister de zwaarte van de praktijk nu wel of niet in het
tarief tot uitdrukking te komen? Zo ja, op welke wijze?
·
Wat wordt bedoeld met
de bekostiging van de voorziening (beschikbaarheid)? Klopt het dat dit geen
inkomensvergoeding is zoals de Commissie Tabaksblat die heeft geadviseerd? Wat
is dan het verschil met de eveneens genoemde bekostiging van de
praktijkvoering?
·
Hoe valt de stelling
dat een (vast) consulttarief overzichtelijk is voor verzekerden en geen
tweedeling of onrust met zich meebrengt (onder 3.2) te rijmen met de combinatie
van de (onder 3.3) gewenste differentiatie in de kostenvergoeding (en dus in de
tarieven) en de suggestie van een volledig consultsysteem (onder 5)?
·
Past een vast
consulttarief voor inkomen binnen de Mededingingswet en de maximumtarieven van
de WTG?
·
Wordt met
macrobudgettaire neutraliteit gedoeld op het huisartsenkader of op de totale
macrokosten?
·
Indien
macrobudgettaire neutraliteit van de totale zorgkosten wordt bedoeld – in
paragraaf 3.4 wordt in dit verband immers gesproken over het verzekeraarsbudget voor de zorg – is het dan volgens VWS inmiddels mogelijk dat geld vanuit bijvoorbeeld de
tweedelijn wordt overgeheveld naar de huisartsenzorg?
·
Heeft VWS een
inschatting gemaakt van de kosten in tijd en geld voor alle betrokkenen als
gevolg van het twee maal wijzigen van de financieringsstructuur in één jaar
tijd? Hoe hoog is de vergoeding die huisartsen hiervoor zullen ontvangen? Hoe
valt die te rijmen met de geëiste macrobudgettaire neutraliteit?