Dit artikel
is een reactie op de opiniërende column van Kieke Okma in de NRC van 13-09-2005 en werd op 20-09-2005 in verkorte versie in de NRC gepubliceerddoor Rob Schonck, huisarts te Velden
en Hans Nobel, huisarts te Alphen aan de Rijn
20 september 2005
Kieke G.H. Okma is an Associate Professor at the School of Policy Studies at Queen’s University and was a civil servant with the Dutch Ministry of Health, her main employer for the last 10 years. Previously, she has worked with other Dutch departments including the Treasury, Foreign Affairs and Commerce. She spent five years in Washington, D.C. working for the World Bank, the IMF and the Embassy of the Netherlands. She has widely written and lectured on topics of social policies and international comparison.
Mevrouw Okma's column in de NRC van 13 september jl. is de nieuwste poging de huisartsen imagoschade toe te brengen. Deze voormalig hoge beleidsambtenaar van minister Hoogervorst van VWS, meent de huisarts te moeten afficheren als "verdwijnend verschijnsel" omdat "vrijwel alle functies van de huisarts aan afkalving onderhevig" zouden zijn.
Voorlaatste in de rij was VWS ambtenaar Hamilton in deze krant met zijn boodschap dat huisartsen met hun kritiek op de zorgverzekeringswet "spookbeelden" opriepen en "faliekante onjuistheden" verspreidden.
Een vorige poging tot karaktermoord was de brief van de heren Buijs (CDA), Bakker (D66) en mw. Schipper (VVD) in de Volkskrant (15 juni), waarin zij, in navolging van minister Hoogervorst eerder dit jaar, de huisartsen neerzetten als "angstzaaiers" die "een sociaal masker opzetten om hun salaris op te krikken".
Er moet een achterliggende reden zijn voor de stelselmatige verkondiging van onwaarheden omtrent de huisarts door mensen op dergelijke gezaghebbende posities. Is de gemeenschappelijke achtergrond dat deze partijen coûte que coûte marktwerking als panacee voor de zorg willen blijven propageren? Vinden zij daarbij onwelgevallig de huisartsen op hun weg, een beroepsgroep die zich principieel verzet tegen de blinde, fundamentalistische zorgmarktmissie van het kabinet Balkenende?
Slechts een strategisch motief kan verklaren waarom Okma, een internationaal georiënteerd wetenschapper, in haar betoog zo veel aantoonbaar onjuiste beweringen achter elkaar opschrijft
Een normaal functionerende huisartspraktijk zal op grond van het gesloten akkoord tussen ZN, VWS en LHV in 2006, gemiddeld €197.000 omzet realiseren voor de basiszorg die de zorgverzekeraar heeft ingekocht voor haar
verzekerden. Okma doet daar ten onrechte zo'n €33.000 bovenop. De praktijkkosten liggen in 2005 volgens het CTG op ruim €87.000, dat is wel €7000,- méér dan Okma voorrekent. Zo wil zij de lezers doen geloven dat de huisarts jaarlijks €40.000 méér verdient dan dat haar eigen, voormalige ministerie voorrekent. Specifieke dienstverlening zorgt volgens Okma nog eens voor "allerlei extra betalingen", waarbij zij zich kennelijk niet realiseert dat het extra werkzaamheden betreft die bovenop de fulltime huisartsenpraktijk (50-55 u/w) verricht (zouden kunnen) worden. Dat de huisarts echter met een tarief van ca. €3,- per wrattenbehandeling en €9,- voor een ECG zijn omzet niet betekenisvol kan opplussen, zal iedereen begrijpen.
Wel erg onwetenschappelijk wordt uit de losse pols beweerd dat het gemiddelde inkomen van de Nederlandse huisarts het hoogst niveau in Europa bereikt. Het noemen en vergelijken van een gemiddeld inkomen zonder daarbij te beschouwen voor hoeveel mensen hoeveel werk wordt verricht, zegt niets.
De huisarts in Nederland heeft de grootste praktijk in Europa, kent de hoogste consultconsumptie. Het tevens hierbij niet betrekken van de relatie werk en geleverde kwaliteit, is voor een economisch deskundige onvoorstelbaar. Uit onderzoek in 30
Europese landen scoort de Nederlandse huisarts het hoogst in de categorieën: acute problemen, gezondheidsproblemen van kinderen, van vrouwen en bij psychosociale problemen. Samen met de collega's uit Ierland, Spanje, Groot Brittannië en Frankrijk, heeft de huisarts in ons land het breedste takenpakket. Zijn verwijspercentage is op één na (Ierland) het laagst en Nederland staat op de laagste plaats als het gaat om het aantal voorschriften antibiotica. in vergelijking met de andere Europese landen. Economisch is de Nederlandse huisarts van eminente betekenis zou je denken.
De "toeslag", zoals Okma het eufemistisch noemt, voor weekenddiensten, verwijst naar de €49,50 bruto per uur die een huisarts ontvangt voor avond-, nacht- en weekenddiensten. Het betreft aaneengesloten diensten van 8 uur, gewoonlijk na een volle werkdag in de eigen praktijk, gemiddeld zo'n 30 maal per jaar, óók met kerst en oud en nieuw en andere feestdagen. Hier is dus geen sprake van een "toeslag" maar van een volstrekt rechtmatige, maar overigens ondermaatse, honorering voor zeer verantwoordelijk werk buiten kantooruren.
Met haar suggestie dat het "hoog tijd is om het geheel aan activiteiten en functies van de huisarts aan de hand van de 21e-eeuwse realiteit eens te herijken", mede in verband met de hoge vlucht van internet en e-mailgeneeskunde, zelfhulpgroepen, telefonische hulpdiensten, alternatieve gezondheidszorg en postorderapotheken, geeft Okma een onthullende inkijk in het gedachtegoed dat heerst in (VWS)beleidskringen over de medische en maatschappelijke betekenis van de huisarts.
Haar nogal makkelijke visie op modernisering van de huisartsenpraktijk brengt ons onder andere e-consulting, terwijl de kern van het werk van de huisarts nu juist ligt in het persoonlijke contact en de fysieke beoordeling. Hoe kan een huisarts serieus longen beluisteren, een knie onderzoeken, oren inspecteren, een depressie diagnosticeren of stervensbegeleiding bieden: via het Internet?
Het beeld dat de huisarts anno 2005 met de rug naar de patiënt toe met twee vingers gegevens intikt is even schofferend voor de beroepsgroep als de ongefundeerde stelling dat praktijkverpleegkundigen beter in staat zijn diagnoses te stellen omdat zij beter zouden luisteren.
Haar pleidooi zo snel mogelijk door te verwijzen bij psychosociale problemen, gaat gemakshalve voorbij aan de lange wachttijden bij GGZ-instanties. De patiënt zal zich in de tussentijd tóch weer tot de huisarts wenden. Voeg dit bij het gebrek aan continuïteit dat de GGZ hulpverleningsprocessen vaak kenmerkt en de drastische inperking van de vergoedingen voor de eerstelijnspsycholoog door de overheid (beperkt tot 8 sessies, vaak net genoeg om een vertrouwensrelatie op te bouwen) en het is duidelijk dat haar voorstel inhoudsloos is. De huisarts geniet het vertrouwen van patiënten die dicht bij huis en zonder wachttijd de veiligheid ervaren om hun, zeer diverse, problemen te bespreken. Zo fungeert de huisarts als gids, raadsman en vertrouwenspersoon, in een maatschappij waar de onderlinge cohesie gestaag verder afbrokkelt en individualisme hoogtij viert.
De huisarts functioneert al ruim 100 jaar uitstekend en tot grote tevredenheid en met steun van zijn patiënten. De acties dit voorjaar hebben dat onderstreept. Het vertrouwen in de huisarts staat in schril contrast met het structurele gebrek aan vertrouwen van burgers in de zittende overheid.
De beroepsgroep gaat voortvarend met de tijd mee, ook naar internationale maatstaven. Als eerste in de zorgsector werden resultaten van wetenschappelijk onderzoek vertaald naar richtlijnen voor medisch handelen, inmiddels wereldwijd geroemd. De huisarts was pionier wat betreft het invoeren van de automatisering, het elektronisch patiëntendossier, in de spreekkamer. Als enige instantie integreert hij alle medische- en zorg-informatie van een patiënt tot een coherent medisch dossier. Voor een habbekrats (omgerekend ca. €10,- per Nederlander/per jaar!) is de dienstverlening buiten kantooruren omgevormd naar een vrijwel sluitend netwerk van huisartsenposten voor spoedzorg.
Huisartsen waren tot slot één van de eersten en tot voor kort de enigen in de zorg, die waarschuwden voor de nadelige gevolgen van de door dit kabinet zo vurig gewenste herziening van het zorgstelsel en de introductie van de marktwerking. Anders dan in de optiek van Okma zijn huisartsen de avant garde in zorgland!
"Huisarts, pas u aan" zou Okma niet gekozen hebben als thema voor haar artikel indien ze werkelijk kennis van zaken zou hebben gehad over de betekenis van huisartsenzorg voor de mensen en voor de economie van ons land. Vermaarde wetenschappers als de Amerikaanse hoogleraar Starfield toonden onomstreden de positieve effecten aan van een sterke huisartsenzorg op de gezondheid van burgers én op de economie van een land.
In hun politieke marketingstrategie laten Minister Hoogervorst van VWS, kopstukken binnen ZN en anderen niet na de huisartsen de hemel in te prijzen over hun belangrijke positie en hoge kwaliteit. Maar feitelijk sluiten deze beleidsmakers nauw aan bij de onwetenschappelijke beweringen en bij het vooringenomen referentiekader van Okma.
Het VWS beleid van de laatste jaren maakt pijnlijk duidelijk dat in de beleidsposities (ervaren) artsen de laatste tien jaar zijn verdwenen en plaats hebben moeten maken voor economen, fiscalisten en juristen. Okma mag gelden als een representant van een technocratisch management zonder passie voor de zorg voor patiënten. Haar betoog geeft veel informatie over het beleid van VWS zoals dat de laatste jaren zichtbaar werd. Patiënten hebben plaatsgemaakt voor verzekerden, polisklanten. Het merendeel daarvan is gezond en vertegenwoordigt een aantrekkelijke deel van de zorgmarkt. Daar ligt potentiële winst. Niet bij chronisch zieken en hoogbejaarden met een scala aan gezondheidsproblemen, die de huisarts om steun en begeleiding vragen
Het "verschijnsel huisarts" zal niet verdwijnen. Okma's column in de NRC is daarbij zelfs een zeer zinvolle steun omdat het het denken en de beleidsdoelen van de huidige verantwoordelijke politici onthullend heeft blootgelegd.
Bent u al donateur van De Vrije Huisarts? Meteen DOEN.