door: Rob Schonck, Huisarts te Velden, Voorzitter Stichting de Vrije Huisarts
2 april 2008
Naar VWS
Met de overstap van mevrouw van Bennekom van de NPCF naar VWS haalt dit ministerie een van haar trouwste vazallen binnen.
Toen de randvoorwaarden voor het leveren van huisartsenzorg in 2005 door minister Hoogervorst bijna de nek werden omgedraaid en "en passant" het beroepsgeheim in de uitverkoop werd gedaan, was het oorverdovend stil bij de NPCF. Ruim baan voor de
zorgmarktwet. Was een warm stoeltje op het ministerie destijds al vergeven? Huisartsen zijn in 2005 in elk geval wél de barricaden opgegaan voor deze waarden(1) (2) (3), overigens met massale steun van hun patiënten, die in de NPCF nog steeds niet hun vertegenwoordiger zien. Dé belangenbehartiger bij uitstek van de Nederlandse patiënt op de zorgmarkt anno 2008 is nog altijd de huisarts.
In dit verband is het overigens pikant om te bezien of het verplichte eigen risico, in 2007 door NPCF-directeur van Bennekom nog gekwalificeerd als "onrechtvaardig" en "duperend voor chronisch zieken en gehandicapten"(4) zal worden aangepast nu zij directeur wordt bij VWS.
Een cultuur van schofferen
Ambtenaar van Bennekom presteert het om, geheel in lijn met collegae binnen VWS en leden van de Tweede Kamer, in een publicatie in NRC-Handelsblad op 25 maart j.l. de huisarts andermaal (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) (13) ongefundeerd zwart te maken, door te stellen dat "het verzet van de huisartsen tegen de zorgverzekeringswet vooral was om hun inkomen veilig te stellen"(5).
De waarheid is anders
De huisartsen hebben actie gevoerd voor concrete investeringen in de huisartsenzorg om deze te kunnen versterken en toekomstbestendig te maken. Zij hebben aantoonbaar geen enkele eis gesteld ter verbetering van hun eigen inkomensnormen(14). Van Bennekom weet dat maar al te goed en het is gissen naar de motieven voor haar onware uitspraken in NRC.
Is het slechts goedkoop populisme waarmee zij makkelijk hoopt te scoren?
Cultuurpsycholoog van de Lans gaf onlangs in NRC juist de beroepsgroep huisartsen een compliment met hun verzet destijds tegen de zorgverzekeringswet(15). Het kan verkeren.
Werk aan vertrouwen, leer van de arts-patiënt relatie
Bijna nog bonter wordt het als van Bennekom generaliserend stelt, dat "zorgaanbieders besluiten nemen in hun eigen belang en lang niet altijd dat van de patiënt"(5). Een belediging van de beroepsgroep.
Van Bennekom meent dat er een "tegenkracht" georganiseerd moet worden tegen de "vastgeroeste belangen", met name de "cultuur bij zorgaanbieders, de macht van de doktoren"(5). Hierover zei zij in 2005 al: "Die macht is echt onmetelijk groot. Daarom hebben wij breekijzers nodig (...) zorgverzekeraars kunnen daarin zeker iets voor ons betekenen. Die hebben geld en daarmee macht, dus dáár ligt onze coalitie"(5)
Maar waar in de driehoek patiënt-verzekeraar-zorgaanbieder de onderlinge interactie bepalend is voor de doelmatigheid, de kwaliteit en de prijs van bestaande en nieuwe producten, zal een goede relatie en wederzijds vertrouwen effectiever zijn dan de overheersing van (een coalitie van) de partijen boven de ander.
Als directeur langdurige zorg en plaatsvervangend DG zal van Bennekom intensief moeten samenwerken met zorgaanbieders en patiënten om draagvlak te krijgen voor gewenste veranderingen. Schofferen van zorgaanbieders is een onorthodoxe manier om dat draagvlak te verkrijgen, omdat het direct het onderlinge vertrouwen schendt.
Met het contact tussen patiënt en huisarts zit het gelukkig wel goed.
Dit contact is bij uitstek gebaseerd op een vertrouwensrelatie: een door van Bennekom onbegrepen, onderschatte of wellicht benijde positie, die echter één van de professionele kernwaarden vertegenwoordigt in het werk van de huisarts. Méér vertrouwen, een respectvoller bejegening en meer ruimte voor de professionaliteit(16) van de zorgaanbieder zou ik, bij de aanvang van haar nieuwe functie, aan van Bennekom willen adviseren.
Niet verder bouwen aan polariserende stemmingmakerij, aan "machtsdenken" en de "cultuur van geformaliseerd wantrouwen" zoals van der Lans de hedendaagse "transparantieterreur" treffend beschrijft(15).
Hoe transparant is VWS eigenlijk zelf?
De meetlat van de transparantie wordt ook door van Bennekom met graagte langs de zorgsector gelegd.
Hier spreekt de manager, die gemakshalve de verantwoordelijkheid voor het stagneren van verandering externaliseert
door te stellen dat "zorgaanbieders alle ruimte pakken die ze krijgen om de boel te vertragen, omdat ze geen belang hebben bij verandering".
Maar in welke mate utopische vergezichten door VWS niet alleen vrijelijk publiek verkocht maar ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden, wordt door het ministerie niet transparant gemaakt. Op welke wijze worden bijvoorbeeld geïntegreerde eerstelijnszorg, zorgsubstitutie en elektronisch patiëntendossier zowel financieel als in wet- en regelgeving gefaciliteerd?
De gevolgen van het transparant maken van deze utopieën zouden voor VWS wel eens te pijnlijk kunnen zijn: De cultuur bij VWS is vastgeroest!
Misschien is er hoop?
Recent pleitte van Bennekom nog voor een parlementaire enquête in de zorg(17). Op de plaats waar ze nu zit, kan ze deze gemakkelijk initiëren.
Bent u al donateur van De Vrije Huisarts? Wij hebben uw steun nodig.