Hits:
Commentaar op een apologie van Minister Hoogervorst
"Hoe verhouden de inkomens van Nederlandse medisch specialisten en huisartsen zich tot die van hun Europese collega’s?"
De spoorwegen als metafoor: Begrijpt hij het nu echt niet of wil hij het gewoon niet begrijpen?
20 december 2004
PDF-versie
[ook heel geschikt op te printen]

gratis NIEUWE Adobe 6.0 PDF-reader



16 december verstuurde de minister van VWS een apologie aan de Tweede Kamer over zijn uitspraken over het inkomen van de huisartsen



Kamerstuk, 16-12-2004

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
CZ/EZ-2545649
16 december 2004

Hierbij doe ik u toekomen mijn antwoord op de brief van de Landelijke Huisartsenvereniging d.d. 6 december 2004, aangaande uitspraken die ik zou hebben gedaan tijdens het Algemeen Overleg huisartsenzorg d.d. 1 december 2004.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H. Hoogervorst

http://www.minvws.nl/images/CZ-2545649C_tcm10-58485.pdf

Maar helaas, er klopt niets van zijn antwoorden!

De minister doet een poging om te laten zien hoe het inkomen van de Nederlandse huisarts zich verhoudt tot het inkomen van huisartsen in het buitenland. Zijn conclusie is dat de Nederlandse (en Duitse) huisartsen het meest verdienen in vergelijking met huisartsen in 10 andere Europese landen. Ook indien de gegevens zijn gecorrigeerd voor het prijsniveau t.o.v. het EU gemiddelde, dan blijft zijn conclusie hetzelfde.

De huisartsen hebben 11 actiepunten geformuleerd. Juist herijking van het daginkomen staat nu net niet genoemd in deze 11 punten. Het is dan ook onduidelijk wat het doel is van de minister om juist het inkomen van de huisarts zo nadrukkelijk in de publiciteit te brengen.
Het CTG, zijn eigen ambtenaren dus, heeft al in 2001 berekend dat, om het inkomen van de huisartsen te herijken, er een macrobedrag van € 99 miljoen nodig is. Toch hebben de huisartsen er nu voor gekozen om dit bedrag gezien de economische situatie in het land niet in de actiepunten mee te nemen. Waarom komt de minister dan wél met dit verhaal? Maar goed, áls er dan een stuk naar de Tweede Kamer wordt gestuurd over het inkomen van de huisarts, dan zou enige zorgvuldigheid wel wenselijk zijn. Wat is er dan mis in het stuk van de minister?



Commentaar Stichting de Vrije Huisarts:
  1. Er werken in Nederland relatief weinig artsen, weinig huisartsen en specialisten:
    NederlandEuropa
    Aantal werkende huisartsen per 1000 inwoners0,50,9
    Aantal werkende specialisten per 1000 inwoners0,81,9
    Totale uitgaven aan artsenzorg (% van BBP)8,314,1
    Bron: OECD Health Data 2003 ( Mednet nr.18-4 november 2004, pagina 3)

    Dit betekent dat huisartsen voor relatief meer mensen zorg leveren. Een logisch gevolg is dat dan ook het inkomen hoger ligt. (‘loon naar werken’)
  2. Dat in Nederland de huisarts relatief grote praktijken heeft, blijkt ook uit andere cijfers:
    Land aantal inwoners per actieve huisarts in enige EU-landen (2001)
    Finland588
    Frankrijk625
    Oostenrijk714
    Duitsland909
    Luxemburg1111
    Italie1111
    Denemarken1429
    Groot Brittannie1667
    Portugal2000
    Nederland2000
    Bron: de Volkskrant,Remy Jon Ming, Volkskrant, 16 oktober en Nivel/OECD,2004
    Nergens in het onderzoek van Hoogervorst is een correctie van het inkomen naar de grootte van de praktijk vermeld.

    Conclusie:
    Het noemen van een bedrag als inkomen zegt niets als er niet bij staat voor hoeveel mensen hoeveel werk wordt verricht. Ook ontbreekt in zijn berekening een uitspraak over de relatie werk en geleverde kwaliteit. Wel zegt Hoogervorst in juli 2004 op het WONCA congres in Amsterdam: "I am proud of the way Dutch GP’s do their jobs". Ja, ja ...
    Bron: NHG,H&W, verslag WONCA congres 47 (8) juli 2004, pg. nhg-88
    Bij een onderzoek van Boerma in 30 Europese landen bleek dat de Nederlandse huisarts het hoogst scoort in de 4 onderzochte categorieën: acute problemen, gezondheidsproblemen van kinderen, van vrouwen en psychosociale problemen. De conclusie is dat de Nederlandse huisarts samen met de collega’s in Ierland, Spanje, Groot Brittannië en Frankrijk, het breedste takenpakket heeft.
    Bron: Zee, J.van der, H&W, de Nederlandse huisarts in Europees perspectief, 47(6) mei-2 2004, pg.266
  3. Hoogervorst stelt het norminkomen van de huisarts op € 100.000,- inclusief het inkomen uit de ANW. Hij rekent gemakshalve de compensaties voor ziektekosten, AOG en pensioen bij het inkomen. Dat zijn voor de huisartsen natuurlijk (deels verplichte) kostenposten. In cijfers:
    Het inkomen en de kostenposten
    jaarsalaris€ 66.914
    vakantietoeslag€ 5.353
    jaarsal.incl.vakantie€ 72.267
    inhoudingen€ -2.985
    Sal.incl.vak./inhoud.€ 69.283
    eindejaarsuitkering€ 201
    overrhevelingstoeslag€ 4.857
    Interimuitk.ziekt.kost.€ 4.662
    Invaliditeitsuitkering€ 4.851
    pensioenvoorziening€ 6.919
    VUT€ 1.445
    ADV 
    Overige aankleding 
     --------------- +
    TOTAAL excl.ANW€ 92.218,-
    Bron: LHV, honorering huisartsen, norminkomen, Utrecht
    Het werkelijke inkomen ligt dus op € 69.283,-. Verder heeft de huisarts overdag RIZ-inkomsten. Daar staat tegenover dat de AOV (i.t.t. bij de ambtenaren!) niet wordt gecompenseerd. Hoogervorst kan dus beter uitgaan van een daginkomen van bijna € 70.000,-
    Wat verdient een huisarts in Nederland met een normpraktijk uiteindelijk dan wel in 2003 en in 2004?
    De huisarts verdient:
    Inclusief de modulesExclusief de modules
    52 week per jaar 47 week per jaar 52 week per jaar 47 week per jaar
    92.218/52 = 1773,42 per week van 54 uur 92.218/47 = 1962,09 per week van 54 uur 69.283/52 = 1332,37 per week van 54 uur 69.283/47 = 1474,11 per week van 54 uur
    € 32,84 per uur € 36,34 per uur € 24,67 per uur € 27,30 per uur
    Bron: Inkomen huisarts versus specialist, De Vrije Huisarts, 6 november 2003
  4. Nederlandse huisartsen zijn meer dan in een ander EU land eerste aanspreekpunt voor patiënten. Er bestaat een verschil in toegankelijkheid van het zorgsysteem. Wij kennen een poortwachtersysteem. In veel andere landen is er een vrije toegang tot de specialist (Zweden, IJsland, Griekenland, Belgie, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk,Zwitserland).
    Vergelijken we de ‘poortwachterlanden’ met elkaar dan zien we:
    LandHuisarts eerste contactpersoon (1997),
    [max. score: 4]
    Nederland3,7
    Groot Brittannie3,5
    Ierland3,5
    Portugal3,2
    Spanje3,2
    Italie3,1
    Bron: Boerma, WGW, v/der Zee & Fleming, service profiles of general practitioners in Europe, British Journal of General Practice 47 (1997) pp 481-486
    Conclusie:
    Van de landen met een poortwachtersysteem scoort de Nederlandse huisarts het hoogst met betrekking tot het 1e aanspreekpunt. Uit onderzoek (helaas 1993) blijkt dan ook dat de Nederlandse huisartsen per week veel spreekuurcontacten heeft.
    LandAantal spreekuurcontacten per week (1993)
    Nederland142
    Ierland135
    Spanje134
    Groot Brittannië128
    Italië115
    Denemarken98
    Portugal81
    Bron: LHV, het inkomen van de Nederlandse huisarts in Europees perspectief, augustus 2003 Nivel Artikel
    Uit de Tweede Nationale Studie 2004 blijkt dat de Nederlandse huisartsen 96% van de contacten zonder verwijzing afhandelen. Misschien is het verstandiger wanneer de minister eens uitrekent wat hiermee wordt bespaard ten aanzien van de zorguitgaven in de 2e lijn?
  5. De kosten van geneesmiddelen zijn al jaren het snelst groeiende kostendeel in de cure sector. Tussen :1993-2001 was dit gemiddeld 6,5% p/jr. De kosten van geneesmiddelen bedroegen in 2003 in Nederland 9,7% van het BKZ. De totale uitgaven aan geneesmiddelen stegen in Nederland tussen 1990-2001 met 48% in reële termen. Dit betekent in de OESO landen een middenpositie. In absolute termen zijn de uitgaven voor geneesmiddelen in Nederland relatief laag, zo stelt zelfs de Miljoenennota 2004.
    Bron: De miljoenennota 2004 met commentaar DVH
    Bron: Nederland kleine slikker in Europa, Pharmaceutical Group of the European Union, NRC, 29 maart 2004
    Bron: Pronk, MH e.a. de budgetbeheersende functie van het GVS, Ned.Tijdschr. v. Geneeskunde 2002, 14 september;146 (37) pg. 1729

    Als percentage van het BKZ staan de farmaciekosten in Nederland op één na laagste plaats in West-Europa. In vergelijking met Duitsland, België en Frankrijk geeft de Nederlander 25%-40% minder uit aan medicijnen.
    Bron: Habets, Paul C.M., schijn en werkelijkheid, winst elektronisch voorschrijven niet te meten, MC, 26 september 2003, 58 nr.39, pg. 1476
    Ofwel de Nederlander geeft in 2003 gemiddeld € 267,- per jaar uit aan medicjnen via de openbare apotheek. (vergelijk: gemiddelde West-Europeaan: € 331, de Belg € 333, de Duitser € 354, de Fransman € 480.
    Bron: Mednet/St.Farmaceutische kengetallen (SFK), Nederland relatief zuinig met geneesmiddelen, 16 juli 2004
    Nederland staat op de laagste plaats als het gaat om het aantal voorschriften antibiotica. In 2001 is 79% van de recepten voorschrift huisarts en 21% voorschrift specialist.
    Bron: Habets, Paul C.M., schijn en werkelijkheid, winst elektronisch voorschrijven niet te meten, MC, 26 september 2003, 58 nr.39, pg. 1476
    Huisartsen schrijven uit het bestand van 11.000 geneesmiddelen er slechts 150-200 voor.
    Bron: Megchelen, Pieter van, de regie ligt bij de verzekeraars, de Huisarts in Nederland, special oktober 2002, pg. 31
    Conclusie:
    De Nederlandse huisarts schrijft in dit land relatief de meeste recepten terwijl de farmaciekosten als percentage van het BKZ relatief laag zijn. Ook hier geldt het advies aan de Minister om eens uit te rekenen wat de Nederlandse huisarts bespaart met hun inzet van ‘zuinig en zinnig’ voorschrijven. En wat krijgt de huisarts daarvoor terug in zijn inkomen?....
    Overigens weet de minister wel hoe de Nederlandse huisarts voorschrijft. Op het al eerder genoemde WONCA congres zegt Hoogervorst dat Nederlanders minder slikken "omdat Nederlandse huisartsen aanmerkelijker gieriger zijn dan onze buren".
    Bron: NHG, H&W, verslag WONCA congres 47 (8) juli 2004, pg. nhg-88
  6. De tarieven in Nederland worden bepaald door de WTG en uitgevoerd door CTG. Er is geen scheiding van kosten en inkomen. Huisartsen wachten al bijna 20 jaar op een nieuwe financieringsstructuur. Een van de eindconclusies van het rapport van Tabaksblat was dat de oude structuur de modernisering van huisartsenzorg ook blokkeert. Om huisartsen die bovenmaatse (extra) kosten maken te compenseren is in juli 2001 de Lokale Kosten Component (LKC) ingevoerd. Het CTG, de eigen ambtenaren dus, heeft hiervoor een aanvangsbedrag genoemd van € 95 miljoen per jaar.
    Bron: Dijk, JH van, brief aan minister Borst, JHD/bv/V/02/275, invoering lokale kosten component en de samenhang in de bekostiging voor huisartsenhulp [pdf], Utrecht, 19 maart 2002 Commentaar DVH destijds
    Echter deze LKC is nooit ingevoerd. Dit betekent dat de huisarts die meer kosten maakt dan hij in de praktijkkostenvergoeding krijgt gecompenseerd, deze meerkosten uit zijn inkomen betaalt. Deze "inkomsteffecten" vinden wij niet terug in de brief van de minister. Waarom niet? En hoe ligt dit aspect bij de andere Europese huisartsen?
  7. In de NRC
    Bron: Koolwijk, Quirien van, NRC, Hoogervorst: acties huisarts energieverlies, NRC, 16 december 2004
    krijgt de Minister (weer) uitgebreid de ruimte om zich te distantiëren van de acties van de huisarts. "Er zijn gevoelens van onvrede, maar die waaien wel over". In dat artikel zegt de Minister "de huisarts kijkt bijvoorbeeld vooral naar het inkomen van de specialist, dat nog hoger is. Zo houden ze elkaar ongelukkig". Ook dit is een aperte onwaarheid. Huisartsen hebben nu geen inkomenseis. Verder nemen huisartsen als inzet voor hun inkomen het rapport "Hay". In vergelijk hieronder de cijfers.
    Het inkomen huisarts [versus inkomen specialist ná contract € 144 per uur]
    omschrijvingHuisarts 2003Hay 2003Specialist 2003
    Aantal wkn/jr474741
    Aantal uur/wk504044
    Daguurtarief
    Excl.modules
    Incl.ANW
    Excl.praktijkkosten
    € 35,44
    [excl. meeruren]
    € 50,96
    [excl. meeruren]
    € 90,- (circa)
    [incl. meeruren]
    Bron: Inkomen huisarts versus specialist, De Vrije Huisarts, 6 november 2003
    De huidige stand van zaken zal betekenen dat voor de nabije toekomst het uurtarief m.b.t. de inkomenscomponent van de specialist een factor 2,5 groter zal zijn dan het vergelijkbare uurtarief van de huisarts. Dat het inkomen van de somatisch gerichte specialisten wél wordt herijkt en het inkomen van de generalistisch specialist (huisarts) niet, dat valt inderdaad niet goed.
    Als de minister deze ongelijkheid tussen huisarts en specialist laat bestaan dan moet hij niet klagen dat huisartsen zich niet vestigen, c.q. dat de instroom in de opleiding stagneert. Als hij goede zorg wil en de beste mensen wil aantrekken in de zorg, dan hangt daar een prijskaartje aan. Dat is geen kwestie van klagen door huisartsen maar van arbeidsmarktwerking.
    En gebeurt dit in het buitenland ook? Want hoewel de titel suggereert dat in de brief "management samenvatting" ook gegevens van specialisten zijn opgenomen, vinden we dit in het gehele artikel niet terug.
  8. De Minister schrijft dat het inkomen van de huisartsen een factor 2,9 groter is dan de ‘compensation per employee’. Dit is hoog ofwel een teken van een relatief hoog bruto inkomen. Een huisarts met een normpraktijk heeft inclusief de modules een daginkomen van € 92.318,-. De kostenvergoeding voor een assistente bedraagt € 30.924,-. Ofwel het inkomen is een factor 2,99 hoger dan de werknemerscompensatie. De minister zit dus met zijn conclusie van een factor "2,9" goed. Waar de minister, en het CTG(!), zich echter geen rekeningschap van geven, is het feit dat de werkelijke kosten van een assistente schaal 10 aanmerkelijk hoger zijn. In tabel:
    Wat zijn in 2004 de werkelijke kosten van 1,0 fte praktijkassistente?
    Schaal 10 CAO 2003-2004: (38-urige werkweek) 13e vakantiemaand: 13x2134€ 27.742
    Opplussen naar 40 uur (5x8) 40/38 x 27.742€ 1.470
    Eindejaarsuitkering 2,5% bij geen ziekte in ruil voor wegvallen reiskosten<5km€ 730
    Ziektekostenverzekering Nat.Ned. met loondoorbetalingverplichting naar 2 jr (VLZ)€ 1.034
    Cadans/UWV Zeist, uitvoeringsinstelling /reïntegratie werkgeverslasten e.d.€ 5.429
    PGGM pensioen, 30% premieverhoging in zorgsector: van 10(2003)?13%(2004)bruto loon€ 3.797
    Pemba: verzekering tegen WAO risico€ 174
    Arbo:Maetis basis/minimumpakket: per deelnemer incl BTW (excl.alle arbo activiteiten)€ 90
    Arbo RI&E:"lichte toetsing" obv LHV:180+19% BTW (anders € 560 per dagdeel Maetis)€ 214
    Huisarts betaalt loonbelasting/schijftarief, maar dat zit in het bruto salaris assistente!€ 0
    Totaal kosten 2004 1 assistente schaal 10/40 uur incl. sociale lasten€ 40.680
    Totaal in de kostenvergoeding CTG 2003/2004 (schaal 6)€ 30.924
    Verschil: te betalen uit inkomen huisarts€ 9.756
    Bron: CAO huisartsenzorg 2004 en de optelsom van individuele nota’s van Nationale Nederlanden (ziektewet/pemba), UWV, PGGM (pensioen), kosten Arbo de CAO
    Dan krijgen we een factor van "2,3", wat een forse buiteling geeft op de Europese ranglijst ...
Waarde minister Hoogervorst,

De rekensommen die u maakt over het inkomen van de huisartsen kloppen niet. U verstrekt de Tweede Kamerleden verkeerde informatie. Daar komt bij dat de huisartsen bij hun acties 11 actiepunten opvoeren, waar de inkomensherijking dagzorg ( macro € 72 miljoen) niet eens als actiepunt wordt genoemd.
Huisartsen zijn fatsoenlijke mensen. Wij willen ook fatsoenlijk benaderd worden. Nu zijn wij apolitiek, maar volgens ons mag een minister de Tweede Kamer niet verkeerd voorlichten..
Wij zijn niet zo kinderachtig om uw prestatie in deze te vergelijken met prestaties van andere Europese "ministers van zorg". Laten we in deze verhitte tijden proberen enig niveau te betrachten, beste Hans Hoogervorst!

Stichting De Vrije Huisarts.


gratis NIEUWE Adobe 6.0 PDF-reader