Hits:
"Willen is kunnen"
Frank Gunneweg, links, en Rob Schonck, rechts.

Op 14 augustus 2006 heeft Frank Gunneweg,
na ruim 4 jaar voorzitterschap
van Stichting De Vrije Huisarts,
de scepter overgedragen aan Rob Schonck

Een brief
van onze nieuwe DVH-voorzitter
Rob Schonck


28 augustus 2006




Zie ook:
"Het wisselen van de wacht"
terugblik en verantwoording
van onze oude DVH-voorzitter
Frank Gunneweg




Willen is kunnen


Huisartsgeneeskunde is in beweging.


Misschien wel zonder dat veel collegae het merken.


De stofwolken rond de stelselwijziging zijn nog niet neergedaald. Voorschotten, afgewezen declaraties, problemen met elektronica en tussenpersonen, terugbetalingen, dit soort zaken houden veel praktijkhouders bezig. Veel extra werk, maar vooral ook mist, die belemmert om het vizier op andere zaken te richten.


Vogelaar-accoord en budgettering


Het Vogelaar-akkoord loopt af eind 2007. Zoals elk akkoord is ook Vogelaar een compromis, helaas met te veel onduidelijke afspraken. Zo is inschrijving op naam, wezenlijk kwaliteitsaspect van de huisartsgeneeskunde, geofferd aan het marktdenken. Een speeltje van de huisarts, waaraan ZN noch VWS belang schenen te hechten. De contractering is niet vereenvoudigd, en voor eenieder ongewis is welke maatregelen genomen worden nu er evident sprake is van ondernemers-, debiteuren- en onverzekerdenrisico.

Op papier is gekozen voor een gebudgetteerde basiszorg (met een gemengde honorering) en speelruimte voor substitutie en bijzonder aanbod (de module M&I), Rob Schonck, huisarts te Velden, voorzitter DVH waarvoor feitelijk geen plafond is opgenomen. Ongecorrigeerde getallen van verzekeraars laten zien dat de aannames die in de zomer van 2005 zijn gedaan waarschijnlijk niet juist waren. Huisartsen doen waarschijnlijk anno 2006 veel meer verrichtingen in de basiszorg dan de prognose die partijen een jaar daarvoor nog, op grond van bestaande databases, deden.

Is er sprake van substitutie? Van toegenomen zorgconsumentisme? Of gewoon toegenomen zorgbehoefte? Zijn de gevolgen van de stelselwijziging veel groter dan gedacht? Dat ook huisartsenposten een opvallende stijging in hun aantal verrichtingen laten zien sinds januari dwingt ons in elk geval serieus met de laatste optie rekening te houden.


De budgettering van de basiszorg is een historische fout


Het gaat uit van de veronderstelling dat er zoiets is als een stabiele zorgvraag. Elke leek, die dagelijks over de vergrijzing leest in zijn dagblad, weet beter. De vergrijzing zal toenemend gepaard gaan met meer en complexere chronische aandoeningen die gelijktijdig voorkomen. Het zal nog onafzienbare tijd leiden tot jaarlijks méér zorgbehoefte. Voor het moment kan ik de constatering dat er sprake zou zijn van overschrijding dan ook slechts toejuichen: huisartsen gaan het werk niet uit de weg, wát de oorzaak daarvan ook is!

Betaalbaar houden van de zorg is alleen mogelijk als breed wordt ingezet op verschuiving van tweede naar eerstelijns, ja zelfs nuldelijns-zorg (preventie en zelfredzaamheid). Dit kán niet zonder gelijktijdige verschuiving van budgetten. Het feit dat zorgverzekeraars nog steeds risicodragend zijn voor de eerstelijn terwijl overschrijdingen in de tweedelijn via verevening voor hen pijnloos worden gecompenseerd leidt tot een heilloze opdrijvende kostenspiraal die niet snel genoeg kan worden gekeerd. KPN-topman Scheepbouwer voorspelt in zijn rapport een premiedruk van 18% van het bruto binnenlands product in 2020 bij ongewijzigd beleid.

Belangrijk is ook dat zorg steeds verleend wordt vanuit een integraal patiëntenperspectief. In de integrale benadering worden nieuwe problemen gewogen in de context van bestaande ziekten, medicatiegebruik en psychosociale factoren. Deze werkwijze garandeert het meest dat foutief en onnodig medisch handelen, met alle persoonlijke maar ook financiële gevolgen van dien, worden voorkomen. Een rol die de huisarts op het lijf is geschreven, gefaciliteerd door uitmuntende ICT-oplossingen.


Het DBC-denken staat helaas haaks op integrale zorg


Dit DBC-denken is ingegeven door de behoefte aan kostenbeheersing en dwingt de huisarts nu na te denken over zijn eigen zorgaanbod. Dat is op zichzelf niet verkeerd. DBC’s in de huidige vorm zullen echter leiden tot een versnippering van zorgaanbod en versnippering van patiëntendossiers tussen concurrerende aanbieders. Patiënten die bij 3 of 4 verschillende instanties 4x per jaar moeten opdraven voor monitoring van hun chronische aandoening is het doemscenario. Geen EPD kan dat ondervangen! De trend van monomorbide georiënteerde DBC’s, zeker in de eerstelijn, zal van een korte houdbaarheidsdatum zijn

Het antwoord op deze huidige, mijns inziens ongewenste ontwikkeling is een geïntegreerd zorgaanbod bij chronische aandoeningen, onder regie van de huisarts, zo veel mogelijk vanuit diens eigen praktijk.


Specifieke kennis, fijnmazige netwerk


Huisartsen hebben met hun specifieke kennis, hun fijnmazige netwerk van praktijken, hun van nature integrale patiëntbenadering, en hun langjarige en goede relatie met hun patiënten een unieke kans om de gezondheidszorg van de toekomst betaalbaar en kwalitatief beter te maken. Dat gaat echter niet vanzelf.

Substitutie is een begin. Alle drempels die in financiële zin het op gang komen van daadwerkelijke substitutie nu nog belemmeren moeten zo snel mogelijk worden geslecht. Bestedingsruimte die er is in de M&I moet worden aangewend. Te veel is de afgelopen jaren op de plank gehouden. Maar voorwaarde is ook dat de huisarts zelf de handschoen oppakt en de speelruimte die er nu is benut.


Problemen in de zorg zelf ter hand nemen


Het is mijn overtuiging dat huisartsen niet bevreesd hoeven te zijn voor concurrentie of afkalving van hun werkveld, als zij maar de wil hebben om de problemen in de zorg zelf ter hand te nemen. In (zorg)markttermen kan gesproken worden van een unieke marktpositie. De "branding" bij de doelgroep, onze patiënten, is goed, waarbij onze bereikbaarheid momenteel de achilleshiel lijkt. Andere aanbieders zullen hun marktpositie moeten bevechten, huisartsen hoeven haar slechts te versterken, maar kunnen haar ook verliezen. Dat kan licht leiden tot aarzeling, tot de behoefte aan behouden wat we hebben, tot inactiviteit; een kapitale fout!


Seneca schreef: "willen is kunnen, niet willen is moeten"

Huisartsen die zich willen organiseren, die willen investeren in hun eigen onderneming, hun ondersteunend personeel en hun bedrijfsvoering, die zich verdergaand willen scholen en tegelijkertijd bereid zijn taken te delegeren, kunnen de regie houden in de zorg met aan hun zijde als sterkste bondgenoot de patiënten voor wie zij het doen. Zelfs binnen de tweedelijn. Degenen die niet willen zullen de komende jaren ervaren als jaren van dwang, van "moeten", maar ook van het besef dat er niets anders op zit. Dit kan leiden tot cynisme en dat wens ik niemand toe.


Stichting De Vrije Huisarts (DVH)


Stichting De Vrije Huisarts (DVH) zet zich al ruim 5 jaar in voor de belangen van de huisarts. Complementair aan de LHV en opererend binnen een zorgvuldig opgebouwd netwerk. Met de steun van haar donateurs.

De afgelopen jaren is door DVH belangrijk werk verricht. Frank Gunneweg, oud-voorzitter DVH Waardevolle kanalen zijn opengelegd naar instanties als het ministerie, het CTG, de patiëntenverenigingen, de zorgautoriteit, bepalende politieke partijen en andere zeer invloedrijke organisaties. Als de belangen van de huisarts in de verdrukking dreigden te raken, zijn op cruciale momenten en veelal achter de schermen, waardevolle interventies gepleegd. De Vrije Huisarts veranderde in een beleidsbeïnvloedende, meesturende factor van betekenis. De rol van de DVH bij de verhoging van het huisartsenbudget is, hoewel niet bij iedereen bekend, buiten twijfel. De inspanning die het bestuursteam van de DVH op vrijwillige basis heeft geleverd, is indrukwekkend. De rol van voorzitter Frank Gunneweg als boegbeeld, inspirator en buitenparlementaire spokesman van huisartsen is niet te overschatten. Frank, namens de huisartsen in Nederland: hartelijk dank voor je inzet en voor het resultaat van je werk!

In september 2005, na een intensief en inspirerend half jaar binnen het Landelijk Actiecomité Huisartsen, benaderde Frank mij om toe te treden tot het bestuur van DVH. Ik heb er geen moment over geaarzeld. Nu zélf voorzitter worden van deze DVH voelt voor mij als aanvoerder worden van een team topsporters. Elk met hun eigen specialiteiten. Dat de bestuursleden mij hun vertrouwen geven ervaar ik als een groot compliment. Paul Habets Ook in onze kringen gaat topsport gepaard gaat met transfers, zoals onlangs bleek uit de overstap die Paul Habets maakte van DVH naar het LHV-bestuur. Een felicitatie voor Paul, die ik veel succes wens, maar ook een compliment voor DVH.

Grote inzet, kennis van zaken en de wil om iets te bereiken voor huisartsen kenmerken ons bestuursteam. Dat is een prettige constatering. Als nieuwe voorzitter hoop ik het prestatieniveau dat DVH met dit team de afgelopen jaren wist te bereiken te consolideren of zelfs verder te verbeteren. Zichtbaar zijn we met kritische commentaren, gedegen analyses en een podium voor nieuw gedachtegoed op onze vitale slagader, de website. Achter de schermen bouwen we verder aan het verbreden van de speelruimte en invloed van huisartsen in beleidsoverleg.


Opdat vernieuwing een kans krijgt, opdat onze centrale positie in de zorg versterkt wordt, opdat onze patiënten de zorg krijgen die zij van ons mogen verwachten.


De wil is er, ... en als Seneca nou eens gelijk heeft?


Velden, 28 augustus 2006,


Rob Schonck,
Voorzitter Stichting "De Vrije Huisarts".