door Arjen Göbel, huisarts
26 november 2007
Dit artikel werd als ingezonden brief geplaatst in de Volkskrant van vandaag
Verzekeraars van ziektekosten zouden niet met elkaar moeten kunnen concurreren. Nu betaalt de verzekerde de prijs voor die wedijver.
Onlangs stond een paginagrote advertentie in de dagbladen, waarin stond dat leden van de postcodeloterij zich collectief bij AGIS tegen ziektekosten kunnen verzekeren, onder aantrekkelijke voorwaarden. Dit is een even absurde als verwerpelijke zaak, en past helaas bij de tendens zoveel mogelijk klanten binnen te halen, om die later de duimschroeven aan te draaien. Nog los van het idiote idee om ‘leden van de postcodeloterij’ als aparte groep aan te spreken, is er meer aan de hand.
Misleiding
Het verwerpelijke is dat verzekeraars met oneerlijke argumenten – noem het gerust misleiding – hun verzekering als de ‘beste’ of de ‘goedkoopste’ aanprijzen, terwijl het niet mogelijk is dat de ene verzekering beter of goedkoper kan zijn dan de andere, en al helemaal niet beter én goedkoper. Verzekeraars herverdelen geïnde premies onder mensen die ziek worden en hun ziektekosten declareren. Aan de getallen die daarmee gemoeid zijn valt niet te tornen. Elk jaar wordt eenzelfde aantal mensen ziek, gaat naar de dokter en gebruikt medicijnen. De rest van de mensen is dat jaar gezond en heeft niets nodig. De medicijnprijzen, de kosten van doktersbezoek, scans en operaties etc. zijn een vast gegeven, waarmee precies bekend is hoeveel de gezondheidszorg kost, en hoe hoog de premie dus moet zijn. Net als bij een brandverzekering: er branden jaarlijks huizen af, de schade is daarbij een gemiddeld bedrag, tel daarbij op de overheadkosten van de verzekeraar, en gedeeld door het aantal verzekerden reken je zo je premie uit.
Ziektekostenverzekering is geen brandverzekering
Maar een ziektekostenverzekering is verplicht en een brandverzekering niet. Dus gaan ziektekostenverzekeraars stunten. Ze weten dat u moet kiezen, willen u graag als klant hebben en moeten zich dus onderscheiden. Zij doen dat op drie manieren: door de goedkoopste te zijn, door het uitgebreidste pakket te hebben, en door allerlei service te bieden die met het oorspronkelijke idee van verzekeren nog maar weinig te maken heeft (denk aan de luier-thuisbrengservice van VGZ).
Goedkoop is duurkoop
Goedkoop zijn is per definitie in strijd met de rekensom dat je alles moet kunnen uitkeren wat nodig is. Als je premies lager zijn dan wat nodig is om alle ziektekosten te kunnen vergoeden, leidt dat onvermijdelijk tot gemarchandeer en dus tot slecht uitbetaalgedrag, waar de klant de dupe van is. Een uitgebreid pakket, waarin zelfs reizen naar Lourdes worden vergoed, zou logischerwijs tot een hogere premie moeten leiden. Als dat niet zo is, moet de verzekeraar dat geld toch ergens vandaan halen. Hoe zouden ze dat doen?
Marktwerking?
Verzekeraars maken dankbaar gebruik van het feit dat zij in het kader van de door minister Hoogervorst geïntroduceerde marktwerking met hun pakketten en prijzen mogen stunten, maar dat de minister van VWS tegelijkertijd op centraal niveau een premiebeleid voert, want koopkracht is en blijft heilig. Als de ziektekostenpremies namelijk een realistische afspiegeling zouden zijn van wat de gezondheidszorg wérkelijk kost, zouden ze veel hoger zijn dan nu. De minister compenseert verzekeraars via een ingewikkeld systeem, zodat de premies betaalbaar blijven. Dat gebeurt uit belastinggelden, zodat we uiteindelijk toch allemaal meer betalen dan we beseffen.
Zorgelijk
Het is daarom zorgelijk dat het kabinet niet de discussie met de bevolking durft aan te gaan over de kostenontwikkeling van de gezondheidszorg. Vergelijk het met de vergrijzing, waarvan we nu al weten dat over 20 jaar de AOW niet meer te betalen is als we nu niet ingrijpen. In de gezondheidszorg zullen de kosten stijgen met elk nieuw medicijn (cholesterolverlagers, vaccin tegen baarmoederhalskanker), met elke nieuwe onderzoekstechniek (MRI scans), met elke ziekte die in opmars is (ADHD, diabetes) en met elke andere nieuwe ontwikkeling. Toen de cholesterolmiddelen op de markt kwamen, werd de gezondheidszorg onmiddellijk jaarlijks honderd miljoen euro duurder. Door de uitvinding van de CT- en MRI scanners namen de jaarlijkse kosten met pakweg 50 miljoen euro toe. Bij élke toekomstige ontwikkeling zullen dergelijk hoge bedragen aan kostenstijging gemoeid zijn.
Onwetend houden
Doordat de politiek mensen hierover in feite onwetend houdt, voelen zij zich als patiënt niet echt verantwoordelijk voor die kosten. Het staat te ver van ze af. “Ik betaal toch premie”, is een veelgehoorde opmerking als een patiënt iets graag wil hebben. Premie betalen, hoe veel of weinig ook, wordt gezien als een toegangskaartje tot het krijgen van zorg, ongeacht hoe duur die zorg is. Alle voorhanden zijnde mogelijkheden moeten kunnen worden benut, en dat zal dus in de toekomst steeds méér worden. Als de klanten van de verzekeraars niet worden betrokken bij de problematiek van deze alsmaar stijgende kosten, maar daarentegen slechts te maken hebben met schreeuwerige reclames voor een ‘nu nóg aantrekkelijker en voordeliger product’, raken zij het spoor bijster, denkende dat de zorg inderdaad steeds betaalbaar blijft en zelfs goedkoper kan worden. En dus dat je voor pakweg 1500 euro per jaar een heel gezin kan verzekeren tegen doktersbezoek, operaties, medicijnen, kanker, reizen naar Lourdes, vaccinatie tegen baarmoederhalskanker, logopedie, inlegzooltjes, fysiotherapie, etc. En dat allemaal volgens de laatste stand van de medische wetenschap. Dit wordt vergoed door verzekeraars die zeggen de goedkoopste en evengoed de ‘menselijkste’ te zijn, omdat zij voor u bijvoorbeeld ook nog aan wachtlijstbemiddeling doen. (Wie wordt er voor u eigenlijk van de lijst geduwd, iemand wiens verzekeraar níet aan wachtlijstbemiddeling doet?)
Treurig
Het is treurig gesteld met de inners van onze premiegelden. Het zijn prijsvechters geworden. Net zoals de belastingkantoren niet met elkaar concurreren – het idee alleen al - en het belastingtarief voor iedereen gelijk is, zouden de ziektekostenverzekeraars ook niet met elkaar moeten (kunnen) concurreren. Omdat gezondheidszorg geen product is, maar een vorm van maatschappelijke dienstverlening die voor iedereen toegankelijk moet zijn, zonder verschil in behandeling. En ook omdat het simpelweg niet mogelijk is om te concurreren zonder dat iemand daar een prijs voor betaalt.
Die prijs betaalt in dit geval de verzekerde.
Bent u al donateur van De Vrije Huisarts? Meteen DOEN.